Wat heeft een zeventiende-eeuws Hollands scheepsgeschut te maken met een woest uitziende Tibetaanse god? Of antiek Chinees geld met een naakte Pierre Wissant, een van de "burgers van Calais" van Auguste Rodin? Niet veel op het eerste gezicht. Toch zijn al die voorwerpen nu samengebracht in de Kunsthal in Rotterdam. Alle musea van de stad hebben er de handen in elkaar geslagen om een expositie in te richten van ...

Wat heeft een zeventiende-eeuws Hollands scheepsgeschut te maken met een woest uitziende Tibetaanse god? Of antiek Chinees geld met een naakte Pierre Wissant, een van de "burgers van Calais" van Auguste Rodin? Niet veel op het eerste gezicht. Toch zijn al die voorwerpen nu samengebracht in de Kunsthal in Rotterdam. Alle musea van de stad hebben er de handen in elkaar geslagen om een expositie in te richten van Ons Brons, zoals ze heet. Want het geschut, het beeldje, het geld en het beeld van Rodin zijn allemaal gemaakt van brons. Van Boeddha tot Rodin luidt de ondertitel en dat zegt iets over de tentoonstelling: wereldwijd en van enkele millennia vóór onze tijdrekening tot nu. Brons is een legering van tin en koper. De samenstelling van de legering kan nogal wisselen en dat bepaalt de vormbaarheid, de sterkte en de kleur van de materie. Met een tentoonstelling als deze, met voorwerpen uit alle windstreken en alle tijden, konden de samenstellers vele kanten op. Het is altijd uitdagend voorwerpen met elkaar te confronteren. Hun kracht en hun schoonheid kunnen er meestal alleen maar wel bij varen. Maar die kant wilden ze in Rotterdam uitdrukkelijk niet op. Het ging om "ons brons" en niets meer. De voorwerpen werden zonder meer bij elkaar gezet op basis van categorieën als "koppen", "religie" of "kandelaars". Dat daar kandelaars of lampen bij zijn uit middeleeuws Vlaanderen, uit Iran, uit Pakistan of Java doet niets ter zake. Soms worden wel speelse aanzetten gegeven, zoals in de vitrine waar tussen het Chinees geld in alle vormen (mes, spade, sleutel) en de Japanse zwaardstootpalen ook vier Erasmuspenningen liggen en enkele militaire eretekens. Of nog, waar een "Kalfje" van Gerharda Rueb (vóór 1936) geconfronteerd wordt met een minuscule karbouw uit Sulaweze (Indonesië). De twee beeldjes hadden beter alleen in een vitrine gestaan, want nu verdrinken ze in een zee van enkele tientallen andere dierenfiguurtjes. Toch zijn er ook sterke momenten in de expositie, de vele Tibetaanse goden bijvoorbeeld, een "Geknielde" van George Minne en enkele zwierige Italiaanse-Renaissancebeelden. Hoe dan ook, de tentoonstelling maakt in elk geval duidelijk hoe veelzijdig brons als materiaal wel is en hoe rijk de Rotterdamse musea zijn. "Ons Brons, Van Boeddha tot Rodin", in de Kunsthal in Rotterdam, tot 30/8.Paul Dossche