Steeds meer burgers proberen hun voet tussen de deur van het gemeentehuis te zetten. De talrijke comités en verenigingen die voor ‘een daadwerkelijke en concrete participatie’ ijveren, houden nu zaterdag in Antwerpen hun eerste burgercongres.

Ook in Nederland moeten de klassieke partijen almaar meer terrein prijsgeven. En ze doen de meest verwoede pogingen om de gunst van de burger te (her)winnen. Bij de jongste lokale verkiezingen was de opkomst (er is geen stemplicht) historisch laag: 42 procent.

Van de Nederlanders die toch de deur uitkwamen om te gaan stemmen, gaf een kwart zijn stem niet aan een landelijke partij (PvdA, VVD, CDA, GroenLinks), maar aan een van de vele lokale partijtjes. Nederland heeft er tussen de 800 en 1000.

Vlaanderen heeft er een pak minder. In 2000 lag het aantal ‘zuivere’ lokale partijen procentueel zelfs lager dan in 1994. Zo leren de gegevens van politoloog Johan Ackaert. Onder ‘zuiver’ verstaat Ackaert partijen die niet onder de vlag van nationale partijen varen, of die er ook niet onder lokale namen door erkend worden (geen D.E.C.R.O.O. dus). ‘In Nederland is de lokale politiek sowieso meer gescheiden van de nationale politiek dan in Vlaanderen, waar je cumul hebt’, legt Ackaert uit. ‘Dus is het ook logisch dat je er meer zuiver lokale partijen aantreft dan bij ons.’

Bij onze noorderburen dragen 150 van die partijtjes het adjectief ‘Leefbaar’ in hun naam. Eentje, Leefbaar Utrecht, is uit het niets de grootste partij in die stad geworden. Sinds 1999 is er ook een landelijke partij die zichzelf Leefbaar Nederland (LN) noemt, maar de lokale Leefbaar-partijtjes zijn daar niet direct aan gelieerd. Integendeel, sommige vinden dat LN hun naam misbruikt. Want zij waren eerst, hun wortels zijn ook dieper en het is hen minder om de grote koppen en dito monden te doen dan LN waar bijvoorbeeld de beruchte inmiddels ex-editorialist van Elsevier, Pim Fortuyn, gedijt.

Ook het landelijke karakter van LN strookt net níét met de think global, act local-geest die in veel van die partijtjes rondwaart. Ze menen dat politiek Den Haag hét niet in de hand heeft. En hét staat dan zowel voor de leefbaarheid van de lokale gemeenschap als voor de ongrijpbare mondiale machten van economie en kapitaal. Want jawel, die ‘politiek dakloze’ maar allesbehalve apolitieke burgers, of sommigen dan toch, komen voor beide op straat. Voor de achtertuin en voor het regenwoud, bij wijze van spreken.

De gevestigde landelijke partijen zitten er duidelijk mee verveeld. Sommige reageren zelfs een beetje verongelijkt. ‘Milieu, veiligheid, dicht bij de burger staan, zijn ook onze thema’s’, zei D66-partijvoorzitter Gerard Schouw in NRC Handelsblad. PvdA en VVD vooral proberen de echte lokalen wind uit de zeilen te nemen door zich te vermommen: ze zetten ook het adjectief ‘leefbaar’ in hun lokale naam.

De echt lokalen vormen een kleurrijke lappendeken. Ongetwijfeld zitten er ook zwarte vlekjes tussen, zeg maar: oude maatjes van Hans Janmaat. Gevestigde partijen stellen dat laatste overigens eerder opgelucht dan bezorgd vast, want het is een handig excuus om die weerbarstige burgers af te wimpelen.

Nederland, of dan toch Den Haag, heeft dus een politiek probleem. Hoewel, probleem? Dat hangt af van de bril die je opzet, meent Wim Derksen, professor bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij gelooft niet dat het Leefbaar-fenomeen ‘een bevlieging’ is en nog minder dat het ‘slechts’ om protestpartijen zou gaan, wat ook al zo’n geruststellende uitleg is voor vele gevestigde partijen. Kijk je door de bril van de klassieke partijen, zo zegt Derksen, dan oogt de lokale lappendeken inderdaad flou, als een losse verzameling van burgers ‘die ideologisch niet te plaatsen zijn, die bestuurlijke ervaring missen en die om al die redenen onvoldoende kwaliteit in huis zouden hebben’.

Dan zie je, in Vlaamse termen vertaald, veel a- of anti-politiek. Of nog Vlaamser gezegd: veel lastigaards.

Maar, schrijft Derksen, ‘wie lokale partijen vanuit een ander paradigma bekijkt, komt tot veel positievere conclusies. Dan valt het op dat lokale partijen uitstekende en directe relaties onderhouden met burgers, en wonderwel in staat zijn om de onvrede én de betrokkenheid van burgers in een programma te vertalen.'(*)

EEN STEEN OF EEN BOOM

Het is niet ondenkbaar dat wat in Nederland gebeurt, overwaait naar Vlaanderen. Alvast in Antwerpen wordt het Nederlandse experiment met meer dan gewone aandacht gevolgd. In die stad zijn niet weinig groepjes van burgers actief die zich niet minder dan de Utrechtenaren politiek dakloos voelen.

Ook de bekommernissen zijn gelijklopend: de leefbaarheid van wijk en stad, de publieke ruimtes, duurzame ontwikkeling op kleine en grote schaal. En door dit alles heen: de vraag om zelf meer greep te krijgen op het beleid. In Nederland noemen ze dat overigens niet langer in– maar meespraak. Den Haag heeft daar, zoals de Wetstraat, ook al parlementaire werkgroepen over samengeroepen. En dikke rapporten over geschreven.

Hoewel het onderwerp dus al jarenlang de politieke agora’s van Europa tot de gemeente bezighoudt, blijven vele burgers zich in de praktijk ergeren aan de vaak wat stompzinnige manier waarop ze door politici worden benaderd en behandeld. Soms gaat het om details. Om de stijl van deze of gene politicus die soms beledigend is voor het I.- en E.Q. van de gemiddelde Vlaming.

Vaak zit het dieper, zelfs al begint het ook dan op zeer kleine schaal. Met een steen of een boom bijvoorbeeld. Voor Noortje Wiesbauer begon het met de kersenbomen die tot de herfst van 1998 op het plein voor het Museum van Schone Kunsten stonden. En die plots weg moesten. Noortje en enkele andere buren probeerden dat te verhinderen via een kort geding. En nog voor de rechter zich kon uitspreken, lagen de kersenbomen al tegen de vlakte.

Een jaar later richtten de buren de StRaten-Generaal op. Een losvast comité dat het niet bij die boom voor de eigen deur wil houden. Vandaag doen ze aan netwerken, ze bundelen krachten en delen ervaring en expertise met groepen van burgers die ook op andere plaatsen hun voet tussen de deur van gemeentehuizen proberen te zetten.

‘Het zijn rimpels’, vertelt Noortje. ‘Iedere keer komen er nieuwe groepen en mensen bij.’ Er komt overigens ook tegenreactie. Niet alle buren waren voor de kerselaren. En nu de StRaten-Generaal zich, via de Raad van State, verzet tegen de heraanleg van de leien, zijn er twee comités opgericht die zich verzetten tegen dat verzet.

Het is in elk geval niet gewoon dwarsigheid wat Noortje en haar medeburgers drijft. Ze willen niet gewoon ‘gehoord’ worden, zoals die van Doel zo vaak ‘gehoord’ werden. Ze nemen het gewoon niet als politieke overheden niet doen wat ze zeggen of juist wel doen wat ze niet zeggen. Als ze een loopje nemen met hun eigen voorschriften of die van andere overheden bijvoorbeeld. En bovenal willen die dwarse burgers mee hun zeg kunnen doen. Kúnnen, niet mogen. Want een gunst zou het al lang niet meer mogen zijn, vinden ze.

Enkele weken geleden waren Wiesbauer en vrienden uitgenodigd op een Europees colloquium over grootstedelijk beleid en inspraak, georganiseerd door federaal minister Charles Picqué (PS). ‘De debatten waren zeer interessant, maar toen moest er op het einde in aller ijl een resolutie worden goedgekeurd’, vertelt ze. ‘Ze wilden dat de mensen in de zaal zich voor of tegen het referendum uitspraken. Terwijl een van de bevindingen tijdens dat colloquium juist was dat participatie tijd vraagt. Wie doet dus ongenuanceerd over inspraak? Picqué wilde met iets amateuristisch naar zijn Europese collega’s. Terwijl er verdorie al zoveel Europese en internationale richtlijnen over burgerparticipatie bestaan. Gênant was het, en ronduit paternalistisch. ’s Middags hebben we dan bij de sandwich aan een van de organisatoren getoond waar ze op internet die Europese teksten konden vinden.’

‘Ach, die teksten’, vertelt Juul Sels, bewoner van Sint-Andries. ‘ Local authorities should empower civic initiatives, staat daar dan in. Maar het is in de praktijk toch vaker omgekeerd? Burgers met initiatief boksen op tegen hun overheden. En dus zou er beter staan: Citizens should empower their local authorities.’ Ofte het klassieke U hoort nog van ons omgekeerd.

Samen met andere comités en verenigingen, zoals Straatego en Red de Voorkempen, willen de StRaten-Generaal nu zaterdag in Antwerpen alles op een rijtje zetten. Op wat ze een ‘eerste burgercongres’ noemen, ligt een tekst voor die ‘een daadwerkelijke en concrete participatie’ eist, ‘voorafgaand aan de besluitvorming’. Die eis wordt gestaafd met een opsomming van de bestaande richtlijnen.

Wat in Vlaanderen en België zelf tot nu toe aan voorstellen van de overheid inzake burgerparticipatie is geformuleerd, wordt als ‘volstrekt onvoldoende’ van de hand gedaan. Dat geldt zowel voor de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester als voor het referendum op zich.

Op het congres komen mensen uit Frankrijk, Duitsland en Nederland praten over hun participatieve ervaringen. ‘En zonder show’, zegt Noortje. ‘Warre Borgmans wil die dag presenteren, maar niet als BV. Hij komt als onafhankelijke burger, en dat zijn wij zelf ook.’

Met die onafhankelijkheid hebben politici het zeer moeilijk. De StRaten-Generaal zijn voor en na de verkiezingen met veel egards behandeld door de Antwerpse politici. Patrick Janssens (SP.A) kwam er al over de vloer, vroeg Noortje Wiesbauer of ze niet wou komen spreken op zijn vernieuwingscongres. Ook Leona Detiège (SP.A) loofde haar wakkere burgers, en Agalev bleef niet achter.

‘Zeker in het begin moesten we echt uit onze doppen kijken’, zegt Dirk Lenaerts, cobezieler van StRaten-Generaal. ‘Ze weten vaak niet wat ze met ons aanmoeten. En als ze zien dat hun avances niet beantwoord worden, verketteren ze ons.’

Niet dat die burgers een muur tussen henzelf en de politiek willen optrekken. Juist niet. ‘Blijkbaar is het moeilijk om te begrijpen dat we goede en correcte contacten willen onderhouden met mensen in alle democratische partijen’, zegt Lenaerts. ‘Net zoals die andere, erkende en georganiseerde lobbygroepen.’

DE GODEN

Berchem heeft sinds kort ook een wijkcomité. Ze noemen zich De Goden omdat de straten van hun wijk Griekse godennamen dragen. Tussen twee woonblokken in ligt daar al jaren een stukje braakland. Ooit liet de stad per brief weten dat daar een speelpleintje zou komen. Er werd een hoorzitting aangekondigd, ‘eerstdaags’. Dat werden weken en ten slotte maanden, tot de bewoners in de krant lazen dat het speelpleintje er wellicht toch niet zou komen.

De bewoners vrezen nu dat er op dat stukje groen morgen een nieuwe blok zal verrijzen. Inbreiding, heet dat. De stedelijke gaatjes vullen. De Goden zijn niet toornig omdat het zou kunnen, wel omdat niemand hen dat kan vertellen. Want van de stad hebben ze niets meer gehoord. Wel van het Vlaams Blok. Dat hield, nadat De Goden een petitie hadden laten rondgaan, ook een enquête. Zeer selectief gebust overigens. Opgevolgd met een keurig bedankbriefje bovendien. Tot ergernis van De Goden, die het Blok de pest en de stad de cholera vinden.

‘Mensen verwarren ons nu al met die van het Blok’, zegt de voortrekster van De Goden. En ze kijkt een beetje moedeloos de kring rond in de huiskamer van Noortje Wiesbauer. ‘Wat moet je er tegen doen?’

‘Niets’, zeggen Lenaerts en anderen in koor. ‘Laat ze. Negeer ze en doe verder wat je moet doen. En negeer ook de andere politici als ze je straks misschien proberen in die hoek te duwen. Doe gewoon voort.’

‘Maar wat kan ik nog anders doen dan een petitie?’

Veel, zo blijkt uit het salvo aan tips dat de aanwezigen op haar afvuren. ‘Zoek bij alle democratische partijen een aanspreekpunt, mensen die je kunt vertrouwen.’

‘Maak van dat stuk grond zelf een speelpleintje. Zoals Juul.’

Juul Sels maakte inderdaad van een gat tussen de huizen in Sint-Andries een clandestien pleintje. Het Muntplein heet het nu, je vindt het op geen enkele stadskaart. Dat gat, zo kwamen in maart 1999 vertegenwoordigers van de stad vertellen, zou spoedig worden ingevuld met een vijf verdiepingen tellend gebouw, parking en _ daar waren ze het binnen de meerderheid nog niet helemaal over eens _ een schooltje of een crèche. Vragen stellen mocht, natuurlijk, maar de projectontwikkelaar die mee aan tafel zat, had de plannen al op zak. In mei 2001 kreeg Juul via via te horen dat de plannen waren afgeblazen. Waarom, weet hij vijf maanden later nog altijd niet. ‘Je komt het waarom maar heel traag en soms nooit te weten.’

‘Maar ondertussen is er op Sint-Andries toch iets veranderd. Mensen hebben er elkaar leren kennen. Clochards en krakers zaten er naast architecten en ander goed geschoold volk. Al moet je er niet meer van maken dan het is. De Stuurgroep Sint-Andries maakte onlangs een kritisch rapport over zichzelf: de oogst na twintig jaar actie was mager.’

‘Wellicht moet je het allemaal op een iets hoger niveau gaan organiseren. Maar dan raak je alweer snel het contact kwijt. Richt een partij op en de beweging gaat er uit. Kijk maar naar Agalev. Best mogelijk dat er wel een Leefbaar Antwerpen komt, Antwerpen is in dat soort dingen wel vaker een pionier. Maar het zal toch zonder mij zijn.’

Een zweeppartij, zo heette dat vroeger. Maar misschien is die tijd wel voorbij. Er is al zoveel leergeld betaald. Bovendien lijken ook de inzichten over politieke participatie veranderd. Dirk Lenaerts: ‘Twintig jaar geleden zeiden de homo’s: “U begrijpt ons verkeerd. Wij willen geen plaatsje op het strand. Wij willen een ander strand.” En zo is dat ook met ons.’

‘Ik heb Agalev geboren zien worden’, zegt Juul. ‘Ik heb de Amadezen meegemaakt. En we waren allemaal met dezelfde drijfveer bezig, de een al radicaler dan de ander. Als het establishment vroeger geen blijf wist met onze kritische houding noemden ze ons cryptocommunisten. En vandaag zijn we voor sommigen wellicht crypto-Blokkers. In zekere zin wordt vandaag tweederde van de stad aan zijn lot overgelaten omdat eenderde op het Blok stemt. Waar wil men naartoe met deze stad? En hoe ga je meten of het beter of slechter wordt? Ik betwijfel of het aantal stemmen voor het Blok een goede indicator is.’

Filip Rogiers

(*) Wim Derksen, ‘De kunst van het besturen. Een nieuwe lokale politiek’, in Staatscourant (november 2000), te vinden op website: www.onafhankelijk.nl.

Het ‘Eerste Burgercongres’ vindt plaats nu zaterdag van 10 tot 12 uur in het Koninklijk Atheneum van Antwerpen aan de Franklin Rooseveltplaats.

Het is best mogelijk dat er een Leefbaar Antwerpen komt.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content