Al die heisa rond het vermeende negationisme van Vlaams-Bloksenator Roeland Raes was nergens voor nodig. Van een extreem-rechts politicus kan moeilijk iets anders dan extreem-rechtse praat worden verwacht. Dat Raes in een Nederlands tv-interview uiting gaf aan zijn twijfel over de systematiek van de holocaust tijdens de Tweede Wereldoorlog, blijft kwaadwillige nonsens die geen historische discussie waard is. Of Raes zich ook schuldig maakte aan een strafbaar feit, is nog niet zeker, maar dat maakt politiek of ethisch niet eens iets uit.
...

Al die heisa rond het vermeende negationisme van Vlaams-Bloksenator Roeland Raes was nergens voor nodig. Van een extreem-rechts politicus kan moeilijk iets anders dan extreem-rechtse praat worden verwacht. Dat Raes in een Nederlands tv-interview uiting gaf aan zijn twijfel over de systematiek van de holocaust tijdens de Tweede Wereldoorlog, blijft kwaadwillige nonsens die geen historische discussie waard is. Of Raes zich ook schuldig maakte aan een strafbaar feit, is nog niet zeker, maar dat maakt politiek of ethisch niet eens iets uit. Het geval had maar één 'pedagogisch' belang: dat het andermaal aan het licht bracht hoe er wordt gedacht aan de top van het Blok - tenslotte was Raes medestichter en ondervoorzitter van de partij. Maar de media ontbrak het weer even aan koelbloedigheid. Ze stortten zich op het incident zelf en niet op de politieke en ethische betekenis ervan. Zo gaf de VRT, die het Blok kennelijk als een 'gewone' partij beschouwt, voorzitter Frank Vanhecke de kans om de zaak naar zijn hand te zetten en om zich nog maar eens als een mister clean te presenteren. Hij hoefde er Raes' ideeën niet eens voor te desavoueren. Hij zei alleen dat hij een probleem had met de opportuniteit van diens uitspraken. Die schaden inderdaad het nette imago waarachter het Blok zijn extreem-rechtse ideeëngoed verbergt. Vanhecke slaagde er bijna in om de zaak om te keren: hij wekte de indruk dat foute ideeën bij het Blok zo uitzonderlijk zouden zijn, dat wie ze uitspreekt, een sanctie oploopt. Dan viel er meer te leren uit de buitenlandse reacties, onder meer uit Israël, waar men er zich over verbaast dat figuren als Raes het in België tot senator kunnen schoppen. Binnenlands groeide daarover inderdaad al een zekere gewenning en erodeerde de ethische alertheid. Zelfs CVP-voorzitter Stefaan De Clerck mag ongehinderd doen alsof zijn neus bloedt wanneer partijleden van hem het cordon sanitaire doorbreken. Door die gewenning lette haast niemand erop dat Raes ook lid is van de raad van bestuur van de Gentse universiteit. Hij is daarin benoemd door het Vlaams parlement, volgens het oude principe dat de politiek zijn mannetjes uitstuurt om her en der een oogje in het zeil te houden. Een enge - maar juridisch en politiek betwistbare - interpretatie van het Cultuurpact bezorgt Blokvertegenwoordigers zitjes in tal van officiële raden en commissies. Twee in de raad van bestuur van de VRT bijvoorbeeld. De zaak-Raes is een prima gelegenheid om dat mechanisme te heroverwegen. Een universiteit die een Raes als bestuurder accepteert, schaadt haar wetenschappelijke en sociale integriteit. Gek genoeg beseffen alleen de Gentse studenten dat. Noch de voorzitter van het Vlaams parlement, noch de Gentse rector nam daarover ooit een principieel ethisch standpunt in. Ze verscholen zich altijd achter formalismen en bewezen zo alleen dat ze niet zwaar tillen aan de maatschappelijke rol van een universiteit. Kan Raes daar in Gent dan veel kwaad aanrichten? Natuurlijk niet. Maar zulke sussende verontschuldigingen zijn misplaatst. Wie de taak en verantwoordelijkheid van democratische organen en structuren niet ernstig neemt, kan niet verwachten dat extreem-rechts dat wél zou doen.Marc Reynebeau