R eal Madrid, el Club mas grande del mundo. In het museum in het Santiago Bernabeustadion is weinig plaats voor bescheidenheid. Niet alleen de legendarische voetbalclub, maar ook de lange en rijke geschiedenis van het basketzusje worden er uitgebreid bezongen. Luikenaar Axel Hervelle, al aan zijn vijfde seizoen toe bij de Galacticos, is er bijna op zijn volle lengte te zien op een muurfoto, tussen zijn jubelende collega- basketters die net de ULEB Cup hebben gewonnen. Dat was in de zomer van 2007.
...

R eal Madrid, el Club mas grande del mundo. In het museum in het Santiago Bernabeustadion is weinig plaats voor bescheidenheid. Niet alleen de legendarische voetbalclub, maar ook de lange en rijke geschiedenis van het basketzusje worden er uitgebreid bezongen. Luikenaar Axel Hervelle, al aan zijn vijfde seizoen toe bij de Galacticos, is er bijna op zijn volle lengte te zien op een muurfoto, tussen zijn jubelende collega- basketters die net de ULEB Cup hebben gewonnen. Dat was in de zomer van 2007. 2008 was voor basketbalclub Real Madrid echter een jaar zonder trofeeën, en ook 2009 zal, als het zo verder gaat, weinig pagina's krijgen in het grote geschiedenisboek. Sinds Tomas Van Den Spiegel in december 2008 de paars-witte Madrilenen met zijn 2,14 meter kwam versterken, is er een kentering merkbaar, maar de titel lijkt op het moment van ons bezoek ver weg. Real raakte niet verder dan een vierde plaats en begon aan de play-off als underdog. Aan de Belgische Twin Towers zal het nochtans niet gelegen hebben. Ze krijgen allebei heel positieve quoteringen bij pers, clubmanagers, medespelers, coaches en fans. De Belgen zijn geliefd in het Palacio Vistalegre, een gerenoveerde stierenarena. En als het van hen afhangt, mag het Madrileense avontuur nog jaren duren. 'Want vergis je niet,' zegt Van Den Spiegel, die al in België, Italië, Rusland en Oekraïne speelde, 'de Spaanse competitie is zonder meer de meest hoogstaande van Europa.' AxelHervelle: Het is een moeilijk jaar. Bij Real Madrid leeft maar één ambitie: je moet altijd winnen. Maar in de Copa del Rey liep het mis toen we door Barcelona werden uitgeschakeld. In de strijd om de Final Four verloren we van Olympiakos. En nu rest ons alleen de titel om ons seizoen goed te maken. Als we realistisch zijn, beseffen we dat we zullen moeten stunten. Gelukkig kan in de Spaanse competitie alles, de laatste kan winnen van de eerste. Zo heeft Menorca, dat degradeert, een erg sterke ploeg. Niet verwonderlijk, want hun budget is een pak groter dan dat van Charleroi, de rijkste Belgische club. Tomas Van Den Spiegel: Ik ben in december aangekomen, en vanaf de eerste dag besef je dat de lat hier altijd hoog ligt. In januari en februari wonnen we dertien wedstrijden op rij. Maar na de uitschakeling voor de Copa en de Final Four sloop er twijfel in de rangen - ook al was het verlies tegen Olympiakos klein en hadden we even goed kunnen winnen. Hervelle: De druk op Tomas was groot, want hij moest de plaats innemen van de Griek Lazaros Papadopoulos, de grootste transfer die Real ooit deed. Om een of andere reden klikte het niet met Papadopoulos, en dus kwam Tomas hem vervangen. Hij is een heel andere type speler: Papadopoulos was log en zwaar, niet meteen de meest beweeglijke. Tomas is licht en loopt graag en snedig. We spelen nu anders. Misschien vraagt dat meer aanpassingstijd, maar die hebben we niet. Hervelle: Als profspeler wil je, ongeacht de club waarvoor je speelt, maar één ding: winnen, winnen, winnen. Een kampioenstitel en de roem die daarmee gepaard gaat - zodra je daarvan geproefd hebt, laat het je niet meer los. Of er dan druk van buitenaf is, maakt niet zoveel uit. Daar moet een prof mee om kunnen. Van Den Spiegel: Ook bij CSKA Moskou was er permanent druk. Maar in Madrid ligt die nog hoger. In de Russische competitie had je ook goede tegenstanders, maar CSKA stak daar met kop en schouders bovenuit. Hier is dat anders. De Spaanse competitie is zonder twijfel de sterkste van Europa. Daar moet je mentaal tegen bestand zijn. Je moet wedstrijd na wedstrijd, week na week, telkens het beste van jezelf geven. Van Den Spiegel: Dat zou ik niet zeggen. Enerzijds heeft Olympiakos ons geklopt op ervaring en wilskracht. De wil om te winnen was groter bij hen dan bij ons. Anderzijds zal het geen toeval zijn dat de vier clubs die zich plaatsten voor de Final Four ook de vier zijn met de grootste budgetten. Maar voor het budget hangen wij af van de grote voetbalbroer. En Real Madrid is bijna een politieke instelling, waar alles nauwgezet wordt afgewogen. Hervelle: Moet dat echt? Het is niet zo gemakkelijk om jezelf te evalueren. Van Den Spiegel: Axel is voor alles een sterke teamspeler, iemand voor wie het collectief veertig minuten lang primeert op het individu. Ik draai vijftien jaar mee in het profwereldje en heel eerlijk, ik heb zelden iemand gezien die zo bezig is met zijn vak als Axel. Elke minuut van de dag. Ook zijn fysieke capaciteiten imponeren. Hij is een blok graniet, een machine die nooit stopt. Speltechnisch is hij fel verbeterd in het shotten, wat voordien niet zijn sterkste kant was. Hij heeft geleerd hoe je perfect een driepunter faket om daarna inside een gewoon shot te nemen. Ook zijn reboundcapaciteiten mogen er zijn. Van Den Spiegel: Hij moet nog beter leren om all the way richting ring te penetreren. En hij is ook niet altijd meester van zijn eigen emoties. (lacht)Hervelle: Een intelligente speler die als geen ander zijn plaats in de ploeg kent. Het mooiste bewijs: hij heeft zich hier in geen tijd aangepast aan zijn nieuwe omgeving. Niet iedereen kan dat. Zijn ervaring is een troef die weinig andere spelers kunnen voorleggen. Tomas is met zijn 2,14 meter ook bijzonder snel van ring tot ring. Ik ken in Europa geen andere spelers met die lengte die zo snel zijn. Hij heeft een begenadigd hookshot en is uiteraard heel sterk in de rebound. En hij is een grote motivator voor de anderen. Een carrière als de zijne, daar droom ik van. Hervelle: Hij zou zich aanvallend veel meer moeten manifesteren. Hij denkt daar waarschijnlijk te veel aan de anderen en te weinig aan zichzelf. Van Den Spiegel: Sorry, daar kunnen of mogen we niet op antwoorden. We hebben een soort erecode tegenover onze club. Van Den Spiegel: Ik kwam bij Bologna op het einde van een periode van hoogconjunctuur. Het ging er allemaal op z'n Italiaans toe: veel sfeer maar soms ook veel chaos. Bij Moskou draaide het allemaal om één man: clubeigenaar Mikhail Prokhorov, die zijn fortuin heeft gemaakt met nikkel. Hij en de coach hadden het volledig voor het zeggen, de rest volgde. Dat had zo zijn voordelen: de hele club ging als een blok achter hun beslissingen staan, en zo kom je sneller vooruit. Bij Real ligt dat anders. Hier zijn meer belangen in het spel, heb je een zwaardere structuur en komen de zaken ietsje trager in beweging. We zijn ook erg afhankelijk van de voetbalclub. Maar je hoort me zeker niet klagen; dit is een op-en-top professionele club waar alles gedaan wordt om het de spelers naar hun zin te maken. Je kunt zo naar een training, alles ligt netjes klaar, tot je schoenen toe. Maar in Spanje heb ik nog geen titel, in die zin was Moskou onvergetelijk en moeilijk te verbeteren. Hervelle: In mijn jeugd zag ik MichaelJordan bezig, en het was een droom om ooit op dat niveau te kunnen spelen. Maar nu staat alles in het teken van succes met Real. Of ik ooit in de NBA speel, is meer een zorg voor de spelersagenten dan voor mij. De Denver Nuggets hebben mij al gedraft en blijven me volgen, maar naar de NBA-zomerkampen ga ik voorlopig niet meer. Een competitie als in Spanje is fysiek en mentaal erg belastend, rust in de zomer is welkom. Van Den Spiegel: In 2003 stond ik relatief dicht bij een NBA-contract. Golden State Warriors en Dallas toonden interesse. Maar omdat ik nog onder contract lag in Europa, was een overgang niet evident. Het zou ook voor een minimumloon geweest zijn, en zonder garanties om te mogen spelen. Ik ben een andere weg opgegaan, en zonder spijt. Ik heb nu vier Euroleague-finales gespeeld en ik heb een plaats in de Europese selectie gekregen. Dat is me meer waard dan twaalfde man te zijn in de NBA en niet van de bank te komen. Trouwens, groeien de NBA en het Europese topbasket niet meer en meer naar elkaar toe? Vroeger was een Europees topteam kansloos tegen een Amerikaans, nu niet meer. Van Den Spiegel: In principe ben ik beschikbaar voor de nationale ploeg. Maar ik laat me medisch begeleiden door twee topspecialisten: dokter Kristof Declerck en fysioloog Lieven Maesschalck. Als zij bedenkingen hebben bij mijn fysieke paraatheid, moet ik naar hen luisteren. Ik voel dat ik rust nodig heb na een zwaar seizoen, en mijn enkel baart me nog altijd wat zorgen. Sommigen noemen het flauw wanneer ik bedank voor de nationale ploeg, of noemen mij een trunte, een plantrekker, maar soms moet een topsporter aan zichzelf denken. Hervelle: We willen niets liever dan dat Tomas erbij zou zijn, maar ik begrijp zijn standpunt. We hebben voor het eerst sinds jaren een toffe bende die elkaar al jarenlang kent en er voluit voor wil gaan. Met Tomas zouden we onze kansen vergroten om ons te kwalificeren voor de eindronde van het EK. Ook al zijn mogelijke tegenstanders, Italië en Frankrijk, niet de minste. Hervelle: : Het valt op dat Belgen, ook getalenteerde, weinig of geen kansen krijgen in de eigen competitie. Ze worden volledig geblokkeerd door buitenlanders, en dat is jammer. Zo verliest het publiek ook de voeling met de spelers. Elk jaar staan er andere namen op het wedstrijdblad. Hoe wil je dan een ploeg maken en een band smeden met je achterban? Van Den Spiegel: Het ergste is dat het talent er is, maar niet van de bank mag komen. Alles moet wijken voor de korte termijn. Ik heb het geluk gehad dat coaches in mij geloofden. Toen ik voor Oostende speelde, kwam ik terug uit een zware revalidatie. Weet je wat Lucien Van Kersschaever zei, maanden voor ik weer aan spelen toe was? 'Tomas, je staat meteen in de basis als je weer fit bent.' Zo veel vertrouwen doet een speler groeien. Hervelle: Daar lig ik in ieder geval niet wakker van. Van Den Spiegel: Ik ook niet. Mochten we bij Real Madrid voetballen, dan zou er natuurlijk veel meer erkenning zijn. Maar ik ben tevreden met mijn erelijst. Vier Final Fourfinales, wie kan dat zeggen? DOOR KAREL CAMBIEN