In oktober stelden de Amerikaanse choreograaf William Forsythe en zijn dansers in hun thuisbasis Frankfurt hun nieuwe project voor. "Workwithinwork" is de enigmatische, maar ook zeer veelzeggende titel. Enerzijds lijkt deze avond het werk van een compagnie in volle transformatie. Hun werkomstandigheden evolueerden de jongste jaren sterk, en niet altijd in gunstige zin. Anderzijds kan je er evenmin omheen dat het Ballett Frankfurt alweer een stap heeft gezet naar een nog grotere artistieke maturiteit. "Workwithinwork" is dan ook een uiterst helder statement van een gezelschap dat al een lang leven achter zich heeft, terwijl ook de toekomst zich als moeilijk, maar fascinerend aandient. Of zoals Forsythe het zelf formuleert: "Enkel mensen die jarenlang alles met elkaar hebben gedeeld, kunnen tot dit resultaat komen."
...

In oktober stelden de Amerikaanse choreograaf William Forsythe en zijn dansers in hun thuisbasis Frankfurt hun nieuwe project voor. "Workwithinwork" is de enigmatische, maar ook zeer veelzeggende titel. Enerzijds lijkt deze avond het werk van een compagnie in volle transformatie. Hun werkomstandigheden evolueerden de jongste jaren sterk, en niet altijd in gunstige zin. Anderzijds kan je er evenmin omheen dat het Ballett Frankfurt alweer een stap heeft gezet naar een nog grotere artistieke maturiteit. "Workwithinwork" is dan ook een uiterst helder statement van een gezelschap dat al een lang leven achter zich heeft, terwijl ook de toekomst zich als moeilijk, maar fascinerend aandient. Of zoals Forsythe het zelf formuleert: "Enkel mensen die jarenlang alles met elkaar hebben gedeeld, kunnen tot dit resultaat komen." Het kan verkeren: nauwelijks vijf jaar geleden leek Frankfurt nog een paradijsstad voor podiumkunstenaars. In het financiële hart van Duitsland, en omgeven door de wolkenkrabbers van de machtigste Europese banken, stond er schijnbaar geen maat op de budgetten van de stadstheaters. De uitstraling was navenant, en op allerlei vlakken werd Frankfurt een referentiepunt. In de Europese dans met Forsythe, maar net zo goed in de opera onder muzikaal directeur Sylvain Cambreling, die er sinds 1992 aan de slag was. Tot slot was er ook het "alternatieve" en bruisende Theater am Turm (TAT), de plaatselijke tegenhanger van het Kaaitheater. Plots realiseerden de lokale politici zich echter dat de schuldenberg enorm was. Kortom, het bankroet dreigde en vanzelfsprekend werd het mes op heel rigoureuze wijze in het cultuurbudget gezet. Sylvain Cambreling besliste dat hij in zulke omstandigheden niet langer kon werken en stapte op. Met rasse schreden maakte de opera van Frankfurt rechtsomkeer naar de pruikentijd. Het TAT werd eenvoudigweg opgedoekt. Maar William Forsythe bleef. Zowat een jaar lang rende hij van het ene crisisberaad met politici naar het andere, en hield hij zich meer bezig met fundraising dan met het maken van dansvoorstellingen. De problemen zijn verre van opgelost, maar toch lijken de continuïteit en de stabiliteit van het Ballett Frankfurt voorlopig even gevrijwaard. Gek genoeg kunnen de beleidsmensen nu nog minder om de Amerikaanse choreograaf heen. Cambreling kreeg nooit een waardige opvolger, de infrastructuur van het TAT behoort nu ook het Ballett Frankfurt toe, en het Frankfurtse en internationale publiek blijft toestromen.VERRIJKING BINNEN DE BEPERKINGENOnzekerheid troef dus. Toch ontstaat de indruk dat Forsythe de situatie op creatieve wijze naar zijn hand heeft weten te zetten en van de nood een deugd kon maken. Bepaalde ontwikkelingen kwamen noodgedwongen in een stroomversnelling terecht en lijken het Ballett Frankfurt in zekere zin een hernieuwd artistiek elan te hebben gegeven. In het algemeen is er eigenlijk sprake van een schaalverkleining. Het Ballett telt nu minder dansers. Heel wat voormalige "sterren" zwermden uit over Europa en maken nu hun eigen werk, of geven les bij andere gezelschappen en in scholen. Bovendien werden de voorstellingen beperkter. Monsterproducties zoals "Eidos, Telos" uit 1995 waarin Forsythe zijn hele compagnie benutte en op alle vlakken de registers opentrok, lijken voorlopig even tot het verleden te behoren. Intiemer werk, dat ook in kleinere huizen kan worden voorgesteld, krijgt nu de prioriteit. Zo resideert het Ballett Frankfurt in Parijs niet langer in het prestigieuze Théâtre du Chatelet met zijn gigantische bühne, maar in het bescheidener en minder centrale Maison Culturelle 93 in Bobigny. De uitbouw van een compact en wendbaar gezelschap binnen een logge institutie: Forsythe moet zijn jarenlange obsessie nu nog meer ter harte nemen. "Workwithinwork" is in allerlei opzichten de vrucht van al die evoluties: een ambitieuze productie die een aantal limieten moet respecteren. De avond valt uiteen in twee delen: "Workwithinwork" zelf en "Quartette," dat Forsythe in september al voorstelde in La Scala in Milaan. Beide choreografieën zijn eerder kort en hebben een relatief kleine bezetting, naar Frankfurtse normen toch. Eigenlijk gaat het hier om een soort tussenvorm. Niet langer de massabezetting van "Eidos, Telos", maar evenmin het echte miniatuurwerk met twee of drie dansers, dat Forsythe al tot virtuoze hoogten voerde in bijvoorbeeld "Of Any If And" (1995). Precies daarom zou dit wel eens de vorm kunnen zijn waar het Ballett Frankfurt zich de volgende jaren bij uitstek op toelegt. Is "Workwithinwork" een voorsmaakje, dan moet dat leiden tot een verdieping en verrijking binnen de beperkingen. Heel opvallend is de muziek voor beide stukken. Waarschijnlijk voor het eerst in het werk van het Ballett Frankfurt wordt die volledig live uitgevoerd en doet Forsythe geen beroep op een elektronische soundtrack van huiscomponist Thom Willems. Voor "Quartette" componeerde Willems zowaar een haast lyrisch strijkkwartet, dat achter op de bühne wordt uitgevoerd. In "Workwithinwork" zijn het de "Duetti" (1979-1983) van de Italiaanse componist Luciano Berio, die vanuit de orkestbak worden gebracht door twee violisten die de dans nauwlettend in het oog houden. Tot voor kort weigerde Forsythe livemuziek te gebruiken, omdat hij ook tijdens een voorstelling de touwtjes ten dele in handen wilde houden. Zelfs wanneer de geluidsband van Thom Willems voor een deel live werd "gemonteerd", stond Forsythe altijd in direct contact met de uitvoerders. Nu geeft hij dus een stuk controle op en het resultaat is erg spannend. Het voortdurende spel tussen de dansers en de muzikanten, die allen tot het uiterste moeten gaan om de boel samen te houden, is adembenemend. Aangezien een reeks vaste waarden opstapten, moesten er nieuwe gezichten op de voorgrond treden. Die doen dat met veel verve, en de intensiteit tussen de mensen onderling is enorm. Hoewel het Forsythe uiteraard om pure dans gaat, dragen de verhalen die je kan aflezen van iedere ontmoeting op het podium ontzettend bij tot de kracht en de expressiviteit van de productie. Zo is "Workwithinwork" eigenlijk een lange aaneenschakeling van duetten tussen twee mensen die zich losmaken uit de groep van eenzaam over de bühne bewegende individuen. Die duetten zijn virtuoos, gecompliceerd en schoolvoorbeelden van hoe Forsythe het vocabularium van het klassieke ballet steeds weer deconstrueert. Toch blijft de techniek een vehikel voor de persoonlijkheden van de dansers, voor het verhaal van de mensen op de bühne.GEORGE BALANCHINEHetzelfde geldt voor "Quartette", een stuk dat oorspronkelijk werd geconcipieerd voor vier dansers. Toen een van hen twee dagen voor de première gekwetst uitviel, werd het geheel herwerkt tot een ensemblestuk waarin telkens vier mensen op de voorgrond treden. In vergelijking met een succesproductie als "Limbs Theorem" uit 1990 is "Workwithinwork" werkelijk de soberheid zelve. Van een decor is er geen sprake: alles speelt zich af op Forsythes favoriete lege bühne. Zwarte zij- en achterdoeken, en een eenvoudig en abstract lichtontwerp. Zelfs de kostuums van Stephen Galloway hebben iets van onopvallende repetitiekleren. Uiteindelijk kan je er dan ook echt niet omheen dat doorheen deze voorstelling de geest van de grote leermeester van Forsythe waart: George Balanchine (1904-1983), al een levende legende toen Forsythe begin jaren '70 de VS verliet. Nooit verborg Forsythe zijn diep respect voor het werk van de Russische emigré, die met zijn New York City Ballet vanaf de jaren '40 het Amerikaanse ballet weer tot leven bracht. Er zijn de hoger genoemde kenmerken en tevens de architectonische opbouw van de choreografieën, en de obsessie met de sterdanseres, zoals nu weer Dana Caspersen in "Quartette": de lijn van Balanchine naar Forsythe is bijna ononderbroken. Hoe meer Forsythe de essentie van zijn werk ontdoet van allerlei ballast, hoe duidelijker die connectie wordt. "Workwithinwork" staat volledig in het teken van de dans en de muziek. De voorstelling is een heel serieus, ietwat somber, maar mooi, subtiel en gevoelig statement van een erg toegewijde groep van mensen, die een zeldzame beheersing van hun medium hebben bereikt. Om Forsythe nog even aan het woord te laten: "Dit is gewoon wat we goed doen, wat we graag doen, en wat we zullen blijven doen."Het Ballett Frankfurt is in januari te gast in het "MC 93" in Parijs, en aan het eind van het seizoen in de Muntschouwburg in Brussel. Allicht wordt "Workwithinwork" op beide plekken weer opgevoerd.Jan Goossens