Koning Boudewijn op bezoek bij Payoke, het opvangcentrum voor prostituees in Antwerpen. Het is een van de beelden die velen zich van de overleden vorst herinneren. En tegelijk een van de duidelijke uitingen van zijn bekommernis om de slachtoffers van de mensenhandel.
...

Koning Boudewijn op bezoek bij Payoke, het opvangcentrum voor prostituees in Antwerpen. Het is een van de beelden die velen zich van de overleden vorst herinneren. En tegelijk een van de duidelijke uitingen van zijn bekommernis om de slachtoffers van de mensenhandel. In de laatste levensjaren van Boudewijn stond mensenhandel in het brandpunt van de belangstelling, zowel nationaal als internationaal. De aanleiding daarvoor was een boek van Knack-journalist Chris De Stoop. Die schreef in Ze zijn zo lief, meneer hoe internationale bendes exotische meisjes naar Europa haalden, om ze hier in de prostitutie aan het werk te zetten. De publicatie deed overal stof opwaaien. In België kwam er een parlementaire onderzoekscommissie. Er volgden wetgevende initiatieven, het vervolgingsbeleid werd verbeterd en de subsidies voor de opvang van de slachtoffers verhoogd. Het land was wakker geschud. Tien jaar na de dood van Boudewijn, op 31 juli, hield de naar hem genoemde Stichting een academische zitting om de resultaten van al dat werk tegen de mensenhandel te evalueren. Zowat de hele koninklijke familie tekende present in het Egmontpaleis. De Stoop spaarde als gastspreker zijn kritiek niet. 'De strijd is mislukt', zei hij, aangezien 'het probleem ondanks de mobilisatie zonder voorgaande van jaar tot jaar nog erger geworden is, dat er meer slachtoffers zijn en dat ze er slechter aan toe zijn.'Volgens hem was de zogenaamde strijd tegen de vrouwenhandel soms alleen maar een populaire dekmantel om razzia's te houden en illegalen te vangen. 'Prostituees werden opgejaagd, de echte criminelen vaak ongemoeid gelaten', aldus De Stoop. Er was wel hulde aan de vele hulpverleners, politieagenten en magistraten, die dagelijks tot het uiterste gaan om het tij te keren, of op zijn minst het leed te verzachten. Niet alleen De Stoop gooide daarvoor met bloemen, ook de slachtoffers die ter plaatse hun verhaal kwamen doen, drukten hun dank uit voor het werk van de mensen op het terrein. De opvangorganisaties zelf, waaronder ook Payoke, hamerden op de noodzaak van meer structurele subsidiëring. Elk jaar opnieuw afwachten of er nog geld komt, maakt langdurige contracten voor de hulpverleners onmogelijk. Zoiets knaagt. Ook Nathalie de 'T Serclaes (MR), destijds lid van de parlementaire onderzoekscommissie Mensenhandel, noemde de structurele onderfinanciering van de opvangcentra een zwart punt. Premier Guy Verhofstadt (VLD) van zijn kant somde vooral de positieve verwezenlijkingen van het beleid op. Hij verdedigde nog maar eens de onmiddellijke uitzetting van Roemeense jongetjes, die 'criminele overlast veroorzaakten in Antwerpse buurten', al wilde hij niet 'de migrant zelf criminaliseren'. Naast de lof die sommige sprekers hadden voor het Belgische voorbeeld, waarschuwden anderen voor zelfgenoegzaamheid, en voor het verschil tussen theorie en praktijk. Kritiek was er ook op het vele geld voor conferenties, rapporten, studiereizen en infocampagnes, 'die maar al te vaak hetzelfde overdoen'. In die zin is het voor de slachtoffers van de mensenhandel alleen maar te hopen dat er over tien jaar niet in gelijksoortige bewoordingen over symposia wordt gesproken. Dat zou ook koning Boudewijn niet hebben gewild. Gerry Meeuwssen