Libanon vormde in de Oudheid een commercieel en cultureel kruispunt van de Middellandse Zee en Mesopotamië, van Egypte tot Klein-Azië. Vanaf het vierde millennium voor Christus ontstonden er langs de kust nederzettingen, waaronder de nog bestaande steden Byblos (Jbaïl), Beiroet, Sidon (Sada), Tyrus (Sour) en Akko. Ze vormden geen politiek geheel, maar voerden elk een onafhankelijke koers. Handelscontacten, onder andere met Egypte, verklaren de sterke faraonische invloed.
...

Libanon vormde in de Oudheid een commercieel en cultureel kruispunt van de Middellandse Zee en Mesopotamië, van Egypte tot Klein-Azië. Vanaf het vierde millennium voor Christus ontstonden er langs de kust nederzettingen, waaronder de nog bestaande steden Byblos (Jbaïl), Beiroet, Sidon (Sada), Tyrus (Sour) en Akko. Ze vormden geen politiek geheel, maar voerden elk een onafhankelijke koers. Handelscontacten, onder andere met Egypte, verklaren de sterke faraonische invloed. Vooral de Feniciërs lieten culturele sporen na. Zowat overal rond de Middellandse Zee stichtten ze garnizoensteden en handelsposten. Carthago spreekt wellicht het meest tot de verbeelding. Volgens de overlevering moest Dido, een koningsdochter uit Tyrus, vluchten voor de tirannie van haar broer Pygmalion. Met haar getrouwen week ze uit naar Noord-Afrika, waar ze in 814 voor Christus Carthago stichtte. Als enige Fenicische factorij ontwikkelde Carthago zich tot een machtige handelsrepubliek. Het Institut du Monde Arabe in Parijs brengt artefacten uit diverse Fenicische nederzettingen bijeen. In 1300 voor Christus kregen cultuur en economie een belangrijke impuls, door de uitvinding van een nieuw schrift gebaseerd op klanken. Terwijl men in Egypte en Mesopotamië nog een tekenschrift gebruikte, ontwikkelden de Feniciërs het alfabet. Volgens de legende zou Kadmos - zoon van koning Agenor van Tyrus - op zijn zoektocht naar z'n zuster Europa, de Grieken dit schrift hebben aangeleerd. In 333 voor Christus veroverde Alexander de Grote Fenicië. De hellenisering van het sociale en culturele leven beperkte zich echter tot de steden. Zo'n driehonderd jaar later namen de Romeinen onder leiding van keizer Pompeius de macht over. Ze richtten een indrukwekkend aantal tempels en monumenten op. In kuststeden herinneren heel wat bouwwerken nog aan die Romeinse periode. In Bustân El-Sheikh - vlakbij Sidon - ligt de grote tempel van Esjmoen, een plaatselijke godheid, geassocieerd met de seizoenen én met genezing. Het indrukwekkendste Romeinse tempelensemble bevindt zich in Baalbek in de Bekaavallei. De Jupitertempel is grotendeels afgebroken. Veel beter bewaard is de nabijgelegen Bacchustempel. De cella kreeg een krans van 42 Corinthische zuilen. Enorme steenblokken verbinden het entablement met de buitenmuur van het heiligdom. Door deze bouwwijze ontstond een zuilenhal, later voorzien van een cassettenplafond verlucht met de koppen van godheden en keizers.DE KRUISVAARDERS EN DE TURKENIn diezelfde Bekaavallei situeert zich de Niha-tempel. Op de tentoonstelling is een stenen maquette van het adyton (de afgescheiden ruimte voor het godenbeeld) te zien; een uitzonderlijke vondst, die de archeologen een beter inzicht gaf in het bouwproces. In 636 versloegen de Arabieren de Byzantijnse legers nabij Yarmouk (nu Jordanië). Ook Libanon kwam onder Arabisch bestuur. De eerste islamitische dynastie van de Oemayyaden (660-750) was politiek-sociaal een vrij stabiele periode. En dat liet ruimte voor een culturele en commerciële bloei. Zo stichtte kalief Wâlid I in de achtste eeuw de stad Anjar, een belangrijk handelscentrum in de Bekaavallei. De situatie veranderde ingrijpend onder de Abassiden-dynastie (vanaf 750). De minder tolerante houding tegenover niet-moslims leidde in het Libanese berggebied tot heel wat opstanden. Nog meer onrust kwam er met de kruistochten, na een oproep van paus Urbanus II (1095) om de moslims uit Jeruzalem en andere heilige plaatsen te verdrijven. Beiroet, Tyrus en Tripoli groeiden uit tot belangrijke steunpunten. Maar de acht kruistochten waren geen succes. Vanaf 1099 tot diep in de 13de eeuw behoorde het huidige Libanon nog tot het christelijke graafschap Tripoli én tot het koninkrijk Jeruzalem. Onder druk van de Mammelukken-dynastie (1282-1516) moesten de kruisvaarders in 1291 echter hun laatste bolwerken in het Midden-Oosten - Akko, Tyrus, Sidon en Beiroet - opgeven. Bij het begin van de 16de eeuw brak het Turks-Ottomaanse leger de Arabische weerstand. Libanon viel voortaan onder het gezag van de Turkse sultan die zetelde in Constantinopel. Hij liet zich vertegenwoordigen door een emir of prins, die belastingen inde, bemiddelde bij conflicten en zelfs over een eigen leger beschikte. Vaak leidde dit tot spanningen met het centrale gezag in Constantinopel. Zo stelde emir Fakr Ed-Dîn II zich te onafhankelijk op zodat hij in 1613 in ballingschap moest vertrekken naar Italië. Aan het hof van de Medicis raakte hij vertrouwd met de diverse stromingen binnen de Renaissance. Bij z'n terugkeer nodigde de emir dan ook Italiaanse kunstenaars en architecten uit, het startsein van een Libanese renaissance. "Liban. L'autre rive", Institut du Monde Arabe, rue des Fossés-Saint-Bernard 1, Parijs, alle dagen behalve maandag van 10.00 tot 18.00 uur. Tot 30/4.Johan Van Acker