In de Korreproductie "De reis naar Dux" vinden twee totaal verschillende podiumkunstenaars elkaar: Wannes Van de Velde en Bob De Moor. Ze vertellen over vroeger en ook een beetje over vandaag en morgen. Over zichzelf en over u en mij. En of ze nu in hun verhalen vooruit- of achteruitkijken, ze komen altijd uit bij de dood, het einde van iets, het sterven van een geliefd wezen of de gedachte aan het eigen eindstation. De voorstelling is doordesemd met...

In de Korreproductie "De reis naar Dux" vinden twee totaal verschillende podiumkunstenaars elkaar: Wannes Van de Velde en Bob De Moor. Ze vertellen over vroeger en ook een beetje over vandaag en morgen. Over zichzelf en over u en mij. En of ze nu in hun verhalen vooruit- of achteruitkijken, ze komen altijd uit bij de dood, het einde van iets, het sterven van een geliefd wezen of de gedachte aan het eigen eindstation. De voorstelling is doordesemd met de geest van Giacomo Casanova (1725-1798), een controversiële figuur die zijn brood verdiende als magiër, schrijver, theaterdirecteur, die berucht werd als vrouwenversierder, gevreesd als spion en geëerd door Frederik de Grote en Voltaire. Wat De Moor zo boeiend vindt in Casanova is zijn durf om iedere dag opnieuw alles in de weegschaal te leggen, te leven alsof iedere dag de laatste is. Niet al te ver van Praag, in Dux dat nu Duchcov heet, bracht Casanova zijn laatste levensjaren door, schrijvend aan zijn "Histoire de ma vie" en wegkwijnend in eenzaamheid. Toch is Casanova maar een verre aanleiding tot "De reis naar Dux", die eigenlijk een trip is van het Antwerpse naar het Gentse. De herinneringen van twee verwante zielen doorkruisen elkaar, zoals wegen elkaar kruisen. Als de herinnering te sterk wordt, grijpt Wannes Van de Velde naar zijn gitaar en verwerkt zijn emoties in een flamenco of in een werkmanslied dat hij van zijn vader kende. De Moor kan zich verkleden in Casanova, of in een korte sketch weer een schooljongen zijn met een niet te best rapport, of de soldaat die pas acht dagen na datum de dood van zijn vader verneemt. Veel van de anekdoten die ze ophalen, bevatten gedetailleerde historische gegevens, maar door de innemende manier van vertellen van Van de Velde en het zeer levendig acteren van De Moor wordt alle anekdotiek ver overstegen. In "De reis naar Dux" ontmoeten de dromerige filosoof (Wannes) en de uitbundige poëet (Bob) elkaar. Dat levert pareltjes van vertelkunst op, zoals de herinnering van Wannes Van de Velde aan die kermismorgen tussen de molens voor het vertier begint, of zijn ontdekking van de magie van de houten poppen van de Poesje, of het stille land rond Hansbeke, of het mysterieuze Gent 's nachts. Of de herinnering van Bob De Moor aan zijn vader, haarkapper zonder werk, die uren in het deurgat stond, als een entertainer, volgens Bobs moeder. Eigenlijk willen Van de Velde en De Moor alleen maar zeggen dat je in Dux niet moet gaan zoeken wat tussen Antwerpen en Gent voor het oprapen ligt. Reisvoorstellingen. Info: 03/235.04.90 (Thassos).Roger Arteel