In Sivrili, een voorstad van Istanbul, is op 20 oktober het Ergenekon-proces begonnen. Dat het proces de geschiedenis zal ingaan onder die ietwat cryptisch klinkende benaming hebben de 65 beklaagden aan zichzelf te danken. Uit het vooronderzoek bleek dat ze zich in hun correspondentie bedienden van 'Ergenekon', een naam die verwijst naar de Turkse mythologie.
...

In Sivrili, een voorstad van Istanbul, is op 20 oktober het Ergenekon-proces begonnen. Dat het proces de geschiedenis zal ingaan onder die ietwat cryptisch klinkende benaming hebben de 65 beklaagden aan zichzelf te danken. Uit het vooronderzoek bleek dat ze zich in hun correspondentie bedienden van 'Ergenekon', een naam die verwijst naar de Turkse mythologie. Volgens de mythe was Ergenekon een vruchtbare vallei in een Centraal-Aziatisch gebergte waar de Turkse volkeren een veilig onderkomen vonden tegen aanvallers. De vallei werd afgesloten door een ijzeren poort die, wanneer de gemeenschap talrijk en sterk genoeg was, zou worden ge-opend en omgesmolten tot wapens. De filosofie was dat alleen door genadeloos af te rekenen met indringers of opposanten het Turkse volk kon overleven. Als metafoor voor het wereldbeeld van de Ergenekon-beklaagden, stuk voor stuk Turkse ultranationalisten, is die naamkeuze zonder twijfel geschikt. Wie hun profielen naast elkaar legt, ziet voor zich het beeld verschijnen van een autoritair, isolationistisch, onverdraagzaam Turkije dat vijandbeelden nodig heeft om te overleven. Maar ook Kemal Atatürk en de kemalisten maakten gebruik van de Turkse mythologie toen ze in 1923 de huidige Turkse republiek stichtten. Vervang de droomwereld van de Ergenekon-vallei en de vrijwillige afzondering van de Turkse stammen door het hedendaagse Anatolië en de zelfgekozen isolatie van de Turkse republiek in haar beginjaren en het plaatje klopt helemaal. Ook vandaag nog krijgt elke Turkse middelbare scholier in het tweede jaar de cursus ' Milli Güvenlik Bilgisi' ('Nationale Veiligheidsopvoeding'), een vak dat enkel gegeven mag worden door (ex)-militairen. Het omvangrijkste hoofdstuk in de cursus heet 'Machtsspelletjes ten koste van de Turkse Republiek'. Daarin wordt gewezen op de interne en externe vijanden van Turkije, waarbij duidelijk gemaakt wordt dat zelfs de interne vijanden extern van origine zijn. De straat pal tegenover de plaats waar begin 2007 de Armeens-Turkse journalist Hrant Dink vermoord werd, draagt in een wrange ironie van het lot trouwens de naam ' Ergenekon Caddesi' (Ergenekonlaan). Stellen dat de 65 verdachten alleen zichzelf vertegenwoordigen, klopt dus niet. Helemaal los van de Turkse samenleving staat Ergenekon zeker niet. In de 2455 pagina's dikke inbeschuldigingstelling luidt het dat het gaat om een 'terreurgroep' die eropuit is om via geweld, intimidatie en illegale activiteiten chaos in het land te creëren, haat en vijandschap te verspreiden onder de burgers, met als uiteindelijk doel de democratie in Turkije omver te werpen en de weg vrij te maken voor een militair regime. De bal in het Ergenekon-onderzoek ging aan het rollen in april 2007, toen bij een inval in een huis in Istanbul een grote wapenvondst werd gedaan. Daarmee begon een feuilleton dat sindsdien haast wekelijks een vervolg krijgt. Twee straffeiten spelen een cruciale rol in de aanklacht: de aanslagen met granaten op de redactielokalen van de krant Cumhuriyet in Istanbul in 2006, en de dodelijke raid van een gewapende man op de Raad van State in Ankara in hetzelfde jaar. Twee uitgesproken kemalistische doelwitten. Cumhuriyet is een krant die sinds het aantreden van de regering-Erdogan elke dag de scherpste pennen uit de kast haalt om haar lezers erop te wijzen dat de republiek van Atatürk in gevaar is. De krant, haar medewerkers en lezers voelen zich een bastion tegen het 'groene gevaar'. En de Turkse magistratuur was sowieso altijd een bolwerk van Atatürk-gezinde scherpslijpers. Logischerwijze werden beide incidenten toegeschreven aan militanten van de politieke islam. Maar het onderzoek nam een radicale wending toen bleek dat de serienummers van de bij de huiszoeking in beslag genomen granaten overeenstemden met die van de springtuigen die naar Cumhuriyet gegooid werden. Ook werd duidelijk dat de ' Ankara gunman' contacten onderhield met mensen die allesbehalve een profiel hadden dat rijmt met de politieke islam. De meesten onder hen zijn actief in of hadden minstens een verleden in het leger en de veiligheidsdiensten, of zijn figuren die door de publieke opinie gezien werden als vertegenwoordigers van de kemalistische zuil, behorend tot de hardnekkigste verdedigers van de erfenis van Atatürk. Wie met een kritisch oog naar Turkije kijkt, weet dat in die hoek weleens mensen rondlopen die een schijn van onaantastbaarheid over zich weten, of zich daar minstens naar gedragen. Tijdens de verschillende arrestatiegolven die elkaar sinds het voorjaar van 2008 in het kader van het onderzoek opvolgden, sneuvelden dan ook nogal wat heilige huisjes. Enkele publieke figuren werden onder de flitslichten van de toegestroomde pers in de boeien geslagen en krijgen in het dossier een belangrijke rol toegedicht (zie kaderstuk). Met de richting die het Ergenekon-onderzoek nam en de bewoordingen die de onderzoeksrechter in de aanklacht gebruikt, zien veel Turken de bevestiging van wat in het land de ' derin devlet' heet, of een 'staat binnen de staat'. Daarmee wordt een amalgaam van individuen en organisaties bedoeld die buiten de wet opereren precies om de staatsbelangen veilig te stellen, en die in het uitoefenen van hun activiteiten tot op het hoogste niveau de hand boven het hoofd gehouden wordt. Nooit werd dat duidelijker dan op 3 november 1996. Die dag verongelukte in het plaatsje Susurluk een auto, en uit de identificatie van de dodelijke slachtoffers bleek dat er banden bestonden tussen de politiek, de georganiseerde misdaad, de militairen en de veiligheidsdiensten. 12 jaar na de feiten wordt Susurluk in Turkije als een 'schandaal' omschreven, en die omschrijving is net zo goed van toepassing op de ontdekking van de sinistere verbanden op zich als op het feit dat het dossier ondertussen in de doofpot verdwenen is. Dure eden van politici ten spijt, leverde 'Susurluk' meer vragen dan antwoorden op, tot grote frustratie van de publieke opinie. Het speelveld voor maatschappelijk protest in Turkije is sowieso erg nauw, maar misschien wel de grootste handicap is de verzuiling van de samenleving. Protesten zijn er nooit algemeen, over levensbeschouwelijke en ideologische grenzen heen, en ze lijken integendeel alleen maar te leiden tot een verdieping van de breuklijnen die door de Turkse samenleving lopen. De verontwaardiging is op piekmomenten misschien wel groot, maar daarom niet per se breed. Essentieel is de vraag of de tijd nu wel rijp is voor het proces tegen de 'staat in de staat' in Turkije. Op de keper beschouwd is Ergenekon immers een proces van Turkije tegen zichzelf. In vergelijking met 1996 en het Susurluk-schandaal liggen de kaarten enigszins anders. De Turkse publieke opinie is mondiger dan toen, en dat geldt zeker voor het conservatieve middenveld dat zich gesterkt weet door de AK-partij die sinds 2002 regeert. De regering-Erdogan zit na twee verkiezingsoverwinningen op rij stevig in het zadel, en het feit dat Turkije onderhandelt met de Europese Unie kan een hefboom zijn om schoon schip te maken met een aantal wantoestanden uit het verleden. Zeker is dat echter niet. Volgens de Turkse logica zou ook precies het tegenovergestelde waar kunnen zijn. In elk geval zijn de breuklijnen in de samenleving onder het bewind van Tayyip Erdogan alleen maar dieper geworden. En dat zou wel eens de achilleshiel van het proces kunnen worden. De publieke opinie splitste zich op in believers en non-believers (zie kaderstuk). Toen de eerste arrestaties in het kader van het Ergenekon-onderzoek plaatsvonden, konden de meeste Turken zich nog vinden in wat zij toen ervoeren als een 'operatie schone handen'. Maar velen onder hen hebben hun oorspronkelijke verontwaardiging ingeruild voor wantrouwen tegenover het onderzoek zelf. Nogal wat Turken geloven in het scenario dat de regering de seculiere oppositie via Ergenekon het zwijgen wil opleggen, en de secularisten als de echte vijanden van de democratische rechtsstaat wil voorstellen. Op sites zoals Facebook circuleren petities waarin duizenden tegenstanders van het onderzoek zich groeperen onder slogans zoals 'Ik ben volgeling van Atatürk, dus arresteer ook mij maar' en 'Ergenekon, een Amerikaanse leugen'. Journalisten en academici spreken van een 'terreur van de angst', een 'heksenjacht', en wijzen op parallellen met de klopjacht op (al dan niet vermeende) communisten tijdens de McCarthy-periode in de VS. Maar ook juristen plaatsen vraagtekens bij de vloed aan arrestaties, de ondervragingsmethoden en de technieken gebruikt bij het samenstellen van de inbeschuldigingstelling, die voor een groot deel steunt op de verklaringen van 20 anonieme getuigen. Behalve de feiten gelinkt aan de aanslagen op de Raad van State in Ankara en de aanslagen tegen Cumhuriyet wordt er veel gesuggereerd maar weinig bewezen. De indruk bestaat dat het onderzoek alle kanten tegelijk uitgaat, een indruk die versterkt werd door de inzage die het publiek kreeg in de inbeschuldigingstelling, en waaruit de Turkse pers wekenlang gretig citeerde. Op een bepaald moment leek het alsof alle onheil dat Turkije ooit overkomen is, toegeschreven kan worden aan de Ergenekon-bende. 300 intellectuelen die eerder dit jaar hun handtekening plaatsten onder een petitie gebruikten de beeldspraak van een octopus, waarvan Ergenekon slechts een van de armen voorstelt. Het is verleidelijk die beeldspraak aan te houden, en Turkije een land te noemen dat in de knoop ligt met zichzelf. Alleen de Turken zelf kunnen die knoop ontwarren. DOOR DIRK VERMEIREN