De ene prijs is de andere niet. In de zon kijken van Anne Provoost zou het beste Vlaamse prozaboek van de afgelopen drie jaar zijn geweest en krijgt de driejaarlijkse Vlaamse Cultuurprijs van het Proza. Volgens het juryrapport behoort ze dankzij dit ene boek 'definitief tot onze grote prozaschrijvers'. Dat beweert althans Inan Akbas, VRT-ondertitelaar en aspirant-auteur. En dat zei ook een zekere Helen White die iets met visue-le poëzie heeft. Eveneens blijkbaar overtuigd dat Provoost met dit vis-noch-vleesboek 'op slag een van onze belangrijkste romanciers' is geworden, zijn Patrick Lateur, gelegenheidsvertaler van klassieke literatuur, Ludo Abicht, onvolprezen historicus van het Jodendom, en de journalisten Anna Luyten en Marc Reynebeau.
...

De ene prijs is de andere niet. In de zon kijken van Anne Provoost zou het beste Vlaamse prozaboek van de afgelopen drie jaar zijn geweest en krijgt de driejaarlijkse Vlaamse Cultuurprijs van het Proza. Volgens het juryrapport behoort ze dankzij dit ene boek 'definitief tot onze grote prozaschrijvers'. Dat beweert althans Inan Akbas, VRT-ondertitelaar en aspirant-auteur. En dat zei ook een zekere Helen White die iets met visue-le poëzie heeft. Eveneens blijkbaar overtuigd dat Provoost met dit vis-noch-vleesboek 'op slag een van onze belangrijkste romanciers' is geworden, zijn Patrick Lateur, gelegenheidsvertaler van klassieke literatuur, Ludo Abicht, onvolprezen historicus van het Jodendom, en de journalisten Anna Luyten en Marc Reynebeau. De jury's van Vlaamse cultuurprijzen worden in zeven haasten samengesteld en het resultaat is er vaak naar. Een doctrinair beleden vorm van diversiteitsbeleid maakt dat de opgetelde expertise van deze jury op het gebied van actuele, Vlaamse literatuur alleszins erg beperkt oogt. Provoost is een prima jeugdschrijfster. Dat ze eigenaardig genoeg nooit in de categorie van het jeugdproza een Cultuurprijs heeft gekregen, is echter geen reden om haar nu maar meteen en 'definitief' tot 'groot prozaschrijver' uit te roepen. Provoost probeert met In de zon kijken de sprong naar de volwassen literatuur te maken maar valt daarbij tussen wal en schip. Ze wil namelijk laten zien hoe een meisje van nog geen tien jaar oud op de plotse dood van haar vader reageert en kruipt als volwassen vertelster in haar huid. Resultaat: noch jeugd-, noch volwassenenliteratuur maar wel een kunstmatig ik-verhaal van een ouwelijk meisje dat met de blik van Provoost zelf in zogenaamd poëtisch proza naar de wereld van de volwassenen kijkt. Dat levert volzinnen op die geen enkel kind in de mond neemt, tenzij dus papieren Chloë: 'Ik heb niet de minste hoop voor deze dag, hij zal zijn zoals de andere, droog en leeg als een watertank.' Dat oreert over 'het gevoel van verlies van gevoel'. Ook als ze tipsy is na het drinken van citroenjenever en eindelijk kinderlijk onbezonnen uit de hoek dreigt te komen, blijft ze tegen de dwergpapegaaien keurig Algemeen Nederlands spreken: 'Hebben jullie trek in een stukje donut?' Leuke, ongedwongen boel moet het daar ten huize Provoost zijn. Wie wil tonen wat er in het hoofd van een kind omgaat, moet meer in zijn mars hebben dan wat bestudeerde 'als'-vergelijkingen die te afgelikt klinken om waar te zijn. En zeggen dat er de afgelopen drie jaar zoveel sterke Vlaamse romans werden gepubliceerd die door deze jury schabouwelijk over het hoofd werden gezien. In Nederland had men het ten overvloede over het geëngageerde vertelplezier van de nieuwe Belgen. In Knack werd meermaals een lans gebroken voor deze neomodernistische generatie Dertigers: van Dimitri Verhulst tot Annelies Verbeke, van Bart Koubaa en Peter Terrin tot Tom Naegels en Stefan Brijs. Ook de iets oudere Jan Van Loy, Frank Adam, Erwin Mortier, Erik Vlaminck, Paul Claes en Joris Note schreven beklijvend proza. Nooit was er zoveel keuze als nu om een knappe Vlaamse roman boven het maaiveld te tillen. De helaasheid der dingen of Mevrouw Verona daalt de heuvel af van Dimitri Verhulst waren daarbij de gedoodverfde winnaar. Bij alle recente mediaheisa ronds Verhulsts Godverdomse dagen op een godverdomse bol, dat als roman een slag in het water was, wordt immers vergeten dat Verhulst met zijn beide vorige romans, die zowel door kritiek als publiek hoog werden ingeschat, nergens een grote geldprijs in de wacht heeft gesleept. Als zelfs de jury van een niet-commerciële prijs de neus ophaalt voor het werk van Verhulst & co, zit er iets fundamenteels fout. Wie een kwaliteitslabel wil afleveren en niet alleen een zak (belasting)geld, moet ook toekijken op een kwaliteitsvolle jurering. De professionalisering van de organisatie van de Vlaamse Cultuurprijs voor Proza is nog niet voor vandaag. De talentvolle Vlaamse auteur is er het slachtoffer van. Frank Hellemans