'Ti meo Danaos et dona ferentes.' Iedereen die een beetje heeft doorgeleerd, wij nemen aan het merendeel der Knacklezers, kent deze sterke oneliner avant la lettre. Louis Tobback had er ongetwijfeld een betere bedacht, maar in de tijd waarvan wij nu spreken, bestond Louis Tobback nog niet. Toch niet in zijn huidige vorm.
...

'Ti meo Danaos et dona ferentes.' Iedereen die een beetje heeft doorgeleerd, wij nemen aan het merendeel der Knacklezers, kent deze sterke oneliner avant la lettre. Louis Tobback had er ongetwijfeld een betere bedacht, maar in de tijd waarvan wij nu spreken, bestond Louis Tobback nog niet. Toch niet in zijn huidige vorm. Iedereen kent het citaat, maar... wie sprak het uit? Daar zullen heel wat lezers al minder zeker van zijn. Gelukkig is er Knack. Dat mag een keer onderstreept worden, want velen beweren het tegendeel. Dus hier het antwoord op de gestelde vraag: Laocoon! Die heeft het gezegd, van timeo Danaos. 'Ik vrees de Grieken en de geschenken die ze geven.' Onder latinisten woedt overigens een felle en bijwijlen venijnige discussie over de exacte vertaling van die ' et dona ferentes'. Wij kennen kerels die tegen heug en meug volhouden dat de juiste vertaling luidt: 'Ik vrees de Grieken, ook als ze geschenken geven.' En integristen van het type pater Geerebaert gingen nog een stap verder: 'Ik vrees de Grieken, zeker als ze geschenken geven.' Maar dit laatste stoelde meer op vrije interpretatie dan op een consciëntieuze toepassing van de grammatica. En als we nog iets mogen overhouden waarin vrije interpretatie verboden is, laat het dan in vredesnaam de Latijnse grammatica zijn. ' Augustus septem horas dormiebat', we mogen er niet aan denken dat zoiets ten prooi zou vallen aan de opendebatcultuur van paars-groen. Geerebaert was uiteraard een jezuïet, kijkt iemand ervan op misschien? Bij de franciscanen zeggen ze wel eens, al schertsend zoals alleen franciscanen dat kunnen: 'Vos qui cum Jesu itis, non ite cum Jesuitis.' Wij geven het voor wat het waard is. In de collegeklas van uw dienaar was er een jongen met leerproblemen die als vertaling van 'Timeo Danaos et dona ferentes' opschreef: 'Ik vrees de Grieken en mevrouw Ferentes.' Gebuisd. Hij is nadien wel burgerlijk ingenieur geworden. En is getrouwd met een bloedmooie Hongaarse die Krisztina Ferentés heet, wij mogen doodvallen als het niet waar is. De Grieken vreest hij niet meer zo zeer. 'Timeo Danaos' komt uit een legende die ook elke niet-latinist kent: het paard van Troje. Het is een passage uit de Ae- neis van Vergilius en wij zijn verheugd daar in het kader van deze sportreportage wat dieper op in te kunnen gaan. De Aeneis mag dan een grote faam genieten in de bedompte wereld van klassieke letterkundigen, in feite was het niet meer dan een op maat van keizer Augustus gesneden heldenepos, een Romeins equivalent voor de Ilias. Want Vergilius was een broodschrijver die zijn ziel zou hebben verkocht voor een bord linzensoep. Augustus wenste een boek waarin de grootheid van de stad Rome en vooral van hemzelf zou worden bezongen? Vergilius leverde het. Een paar eeuwen voor Yves Desmet en Dirk Achten hetzelfde zouden doen voor Karel De Gucht. En nota bene in dezelfde streek. En ook Vergilius hoefde niet te betalen voor de vakantie waarvan hij tijdens het schrijven samen met zijn vrouw mocht genieten. En ook hij kocht nadien zijn wijn met een fikse korting aan bij een vriend van de premier. Van de keizer pardon. Het verhaal over de lange reis van aartsvader Aeneas zou men vandaag niet meer op papier durven zetten, maar we moeten alles in zijn context bekijken. Vergilius heeft het schaamteloos gepikt bij Homerus, dat komt er nog eens bij. Bovendien was de Aeneis een soort sleutelroman, we kunnen Vergilius dus ook bestempelen als een verre voorloper van Hugo De Ridder en zijn biograficties. Wie het wenste, kon in vader Aeneas moeiteloos de figuur van keizer Augustus herkennen, en keizer Augustus zelf wenste dat het meest van allen. Bij Homerus was Aeneas, zoon van Anchises en de godin Aphrodite, de grote held van Troje die zijn stad met een ongekende moed probeerde te verdedigen tegen een plundering door de Grieken. Bij Vergilius is Aeneas een van de weinige overlevenden die na de verwoesting van Troje rondtrekt en uiteindelijk op de kusten van Latium belandt, waar hij Alba Longa zal stichten. Een paar generaties later werden daar Romulus en Remus geboren, de stichters van Rome. Onderweg had Aeneas in Carthago nog een ferme affaire met koningin Dido, waarvan de nuances ons indertijd helaas ontsnapten in de doolhof der Latijnse naamvallen. Hugo De Ridder zou dit procédé later overnemen in zijn meesterwerk Mont Ducal. Aeneas was dan Frans Verhees, of voor wie de sleutel van de initialen begreep Fons Verplaetse. En de tot de meest bizarre seksuele uitspattingen bereide koningin Dido werd bij De Ridder Monica De Witte, een metafoor voor Marcia De Wachter. In het tweede boek van de Aeneis vertelt vader Aeneas vanaf zijn hoge zetel zelf het verhaal van zijn huiveringwekkende tocht: ' Inde toro pater Aeneas sic orsus ab alto.' En dan volgt al snel de historie met het paard van Troje. Alles begon toen de Trojaanse prins Paris ervandoor ging met Helena, de vrouw van koning Menelaus van Sparta die de broer was van koning Agamemnon van Mycene, zeg maar Griekenland. Beide broers ontketenden een oorlog tegen Troje die negen jaar zou duren. We spreken over de jaren 1200 vóór Christus. Wat de Grieken ook bedachten, hoeveel geweld ze ook ontplooiden, de muren van Troje begaven niet. Oninneembaar. Grote helden als Achilles aan Griekse zijde en Hector aan Trojaanse legden het loodje, maar ook dat zorgde niet voor een doorbraak. Tot op een dag, u kent het verhaal, de Grieken besloten om het te doen zoals ze het nadien altijd hebben gedaan: met list en bedrog. Een groot houten paard werd gebouwd waarin een paar honderd elitesoldaten werden verstopt. Dat paard werd tot voor de poorten gerold, het Griekse leger pakte zijn spullen bij elkaar en vertrok. De Trojanen, die moedige mannen waren en dus niet van de slimsten, meenden dat de Grieken de aftocht hadden geblazen, gooiden de stadspoort open, en gingen met veel kabaal en gejoel het vreemde tuig bekijken. Men ging er geredelijk van uit dat het een geschenk aan de goden moest zijn. Waarna de enen het in de zee wilden kieperen, terwijl anderen het binnen de muren van de stad wilden halen als een blijvend symbool van de overwinning. Op dat moment kwam de priester Lao- coon, molenwiekend, van de citadel naar beneden gestormd, van verre reeds uitroepend: 'O miseri, quae tanta insania, cives?' Vrij vertaald: 'Halt ongelukkigen, wat een waanzin burgers! Denkt ge dat de Grieken echt weg zijn? Gelooft ge werkelijk dat een geschenk van hen géén valstrik zou bevatten?' En toen kwam het: 'Quidquid id est, timeo Danaos et dona ferentes.'Daarna dreef hij een speer in de flank van het paard dat van de slag een halve meter achteruitrolde. En mochten de Trojanen niet zo opgehitst geweest zijn, ze hadden het gerommel en gekletter van schilden binnenin gehoord. Toen werd er een Griekse verrader, een soort Johan Van Hecke, bijgesleurd die het verhaal over het geschenk aan de goden bevestigde, en uit de zee kwamen twee slangen die eerst Laocoons zonen wurgden en daarna Laocoon zelf verslonden. Als dat geen signaal aan de burger was, wat dan wel? Het paard werd binnen de muren gehaald en 's nachts, terwijl de Trojanen zich een delirium zopen, kro-pen de Griekse soldaten eruit, openden de poorten en lieten hun massaal teruggekeerde strijdmakkers binnen. Op Aeneas na overleefde geen enkele Trojaan de slachting die daarop volgde. Een en ander is natuurlijk al een tijdje geleden, en als vandaag de Grieken nog ergens moeten worden gevreesd, dan is het wel in het voetbal. Geweld en corruptie, ziedaar kort samengevat de Griekse variant van deze universele sport. Wat anders kan men verwachten van een voetbalbond die officieel EPO heet, wat staat voor Elliniki Podosfairiki Omnospondia. Het geweld tussen supporters en tegen scheidsrechters en spelers is een oud zeer. De eerste Griekse voetbalwedstrijden uit de geschiedenis, tussen ploegen uit Athene en Saloniki in het begin van de vorige eeuw, waren al het toneel van gigantische vechtpartijen. Die traditie is nadien in ere gehouden. Als ze elkaars of het eigen stadion niet in de fik proberen te jagen, steken ze wel een vuurtje aan rivaliserende supporterslokalen. Tussen de lijnen is het al niet veel beter: geen gemener overtredingen dan die begaan door een mandekker van de Griekse beginselen. Maar pas echt in gevaar is de dwaas die een scheidsrechtersopleiding heeft gevolgd. In de belangrijke competitiewedstrijden komen de scheidsrechters met politiebegeleiding op en van het veld, en de tijd is niet veraf dat ook tijdens de match een paar agenten te paard naast hen meedraven. Een paar jaar geleden werd Michalis Kassapis, de aanvoerder van AEK Athene, voor liefst 24 (!) wedstrijden geschorst omdat hij de ref een schop had gegeven. De supporters op de tribune begrepen eerst niet waarom hij daarvoor een rode kaart kreeg, maar gingen voor alle zekerheid maar op hun beurt de arme arbiter te lijf. AEK moest zeven thuismatchen zonder publiek afwerken. De voetballers zelf lopen niet minder gevaar. Want zo ze als helden worden geëerd na elke overwinning, zetten ze na een nederlaag het best een helm op hun hoofd. De betere stenengooiers op aarde bevinden zich onder de Griekse voetbalfans. Daar kan geen Palestijn tegenop. Begin dit seizoen werd de ondervoorzitter van de EPO nog op straat aangevallen en met ijzeren staven bijna tot aan de overkant van de Styx gemept. Een collega-bestuurslid was vroeger in het jaar hetzelfde overkomen. Omkoping van arbiters, fiksen van wedstrijden en corruptie in de breedst mogelijke zin van het woord zijn een andere plaag in het Griekse voetbal. Net als het elkaar daarvan beschuldigen. Vooral de grote twee, Panathinaikos Athene en Olympiakos Piraeus, hebben in dat opzicht veel te lijden onder achterklap en liegen. De Griekse regering, die met de Olympische Spelen 2004 op komst toch een beetje op haar imago wil letten, heeft een speciale commissie opgericht om via wetgevende initiatieven zowel het geweld als de omkoopnetwerken aan banden te leggen, en om het financieel beheer van de topclubs nauwer te controleren. Want ondanks hun rijke voorzitters verdrinken zowat alle clubs in de schulden en de onbetaalde rekeningen. KV Mechelen zou in Griekenland als voorbeeld gelden van een goed geleide vereniging. De clubs zelf zijn met zoveel overheidsbemoeienis niet opgezet. Wat zij van de regering verlangen, zijn subsidies en geen controles. Laat staan wettelijke beperkingen op gesofistikeerde vormen van vrij initiatief zoals omkoperij en belastingontduiking. De Griekse profclubs gingen begin dit seizoen zelfs een maand in staking. De reden was hun eigen wanbeleid. Ze wensten van de regering namelijk compensaties voor het faillissement van het betaaltelevisiestation Alpha Digital. Dat had na woelige onderhandelingen de rechten gekocht van tien van de zestien eersteklasseclubs, die de via de liga lopende overeenkomst met Netmed Televisie prompt hadden opgezegd. Het nieuwe contract zou fabuleuze sommen opleveren, en vele clubs schuimden met veel enthousiasme de internationale spelersmarkt af. Tot Alpha Digital in elkaar stuikte en heel wat ploegen met grote financiële zorgen achterliet. Op Panathinaikos na, dat zijn rechten had verkocht aan een tussenpersoon die daarna zelf met het station mocht onderhandelen. Panathinaikos had zijn geld dus binnen, van die tussenpersoon is niet veel meer vernomen. De andere clubs klopten in paniek bij de overheid aan. Kon de staatsomroep ERT dat contract van Alpha Digital niet overnemen? Nee, dat kon niet. Daarna eisten ze ofwel een groter deel van de belastingen die de regering int op de stoichima, dat is de voetbaltoto die alleen weddenschappen op buitenlandse wedstrijden omvat. Ofwel wilden ze het recht om een eigen voetbaltoto op de Griekse competitie te organiseren. Maar op beide eisen vingen ze bot. Volgens minister van Cultuur en Sport Evangelos Venizelos zou zoiets de deur openzetten voor fraude, en dat wenste hij in zijn land niet te tolereren. Dat Sokratis Kokkalis, de voorzitter van Olympiakos Piraeus, ook de eigenaar is van de grote gokmaatschappij Intralot, die onder andere betrokken is bij de stoichima, geeft al een idee van de malversaties die, enkel in theorie uiteraard, mogelijk zouden zijn. Njet van de overheid, en dus gingen de clubs in staking. Tot de Griekse staats- loterij, de hoofdsponsor van de voetbalcompetitie, haar sponsorcontract dreigde op te zeggen. Wat de financiële chaos alleen nog zou vergroten. De clubvoorzitters kozen eieren voor het geld dat ze nog moesten krijgen, en bespraken de mogelijkheid om een algehele loonsvermindering met 20 procent door te voeren. Waarna de spelers op hun beurt met een staking dreigden. Dat hadden ze vorig jaar ook al eens gedaan toen bleek dat de profliga de premies van de verzekeringspolissen niet betaald had. Ondanks al dat geknoei stelde Griekenland zich wel kandidaat om, samen met uitgerekend aartsvijand Turkije, het Europees Landenkampioenschap 2008 te organiseren. Voor één keer gaven ze bij de UEFA blijk van gezond verstand. Het EK 2008 vindt plaats in Oostenrijk en Zwitserland. De grote twee clubs in Griekenland zijn zoals gezegd Panathinaikos Athene en Olympiakos Piraeus. Slechts nu en dan gaat AEK Athene als derde hond met het been lopen. Panathinaikos bereikte één keer de finale van de Europabeker voor Landskampioenen. In 1971 moest het onder leiding van Ferenc Puskas met 2-0 buigen voor het superieure Ajax van Johan Cruijff, en in 1996 haalde het de halve finales van de Champions League, maar vond daar opnieuw Ajax op zijn weg. De Atheense trots voert al heel zijn bestaan een strijd op leven en dood met rivaal Olympiakos Piraeus, op dit moment het team van Pär Zetterberg. Groen-wit tegen rood-wit, een heilige oorlog waarin geen middelen ongebruikt worden gelaten. Het gaat ook steeds om een persoonlijke vete tussen de twee voorzitters die altijd miljardair zijn en meestal een rederij bezitten. De voorzitter van Panathinaikos is al sinds vijfentwintig jaar de opvliegende olie-, scheepvaart- en transportmogol Georgios Vardinoyannis. Bij Olympia- kos staat telefoon- en gokmagnaat Sokratis Kokkalis aan het hoofd. Beiden behoren tot de benijdenswaardige categorie van 'de rijkste Grieken', en geloof maar dat het dan om heel veel geld gaat. Vardinoyannis bouwde voor Panathinaikos net buiten Athene een oogverblindende infrastructuur die de hele wereld groen-wit van jaloezie doet uitslaan. Een stuk of vijf biljartvlakke velden, een zwembad, een medisch centrum met alle denkbare revalidatievoorzieningen, een riant glazen kantoorgebouw voor de clubadministratie, een voetbalacademie voor de jeugd met sport- en schoolopleiding door de beste instructeurs, een luxehotel met een aparte vleugel voor de spelers... het staat allemaal ter beschikking van de heren voetballers. Vardinoyannis is de man die ooit voor ophef zorgde bij het bestuur van Club Brugge. Aan de vooravond van een onderling duel in Athene kreeg de voorzitter het op het banket te warm en speelde zijn jasje uit. Daaronder bleek hij een holster te dragen met een geladen pistool erin. Waarna de vermaarde Brugse commissaris Roger De Bree een tolk wenkte met het bevel de president te melden dat zoiets bij de terugwedstrijd in Brugge niet geduld zou worden. De tolk heeft het maar zo gelaten. Sokratis Kokkalis kwam bij Olympiakos aan het roer toen zijn voorganger voor tien jaar in de cel werd gedraaid wegens financiële fraude. En vooraleer men daarvoor in Griekenland wordt opgesloten moet het erg zijn. Kokkalis deed eind jaren negentig een gouden zet door de Serviër Dusan Bajevic weg te halen bij AEK Athene. Die had eerst als speler en daarna als trainer AEK naar meerdere landstitels geleid. Bij Olympiakos bevestigde hij zijn reputatie: hij werd drie keer op rij kampioen en bouwde een elftal waarmee ook zijn opvolgers nog drie titels behaalden. Volgens slechtmenenden waren enkelen daarvan niet zuiver op de graat, maar dat dienen we onder te brengen in de afdeling afgunst en kwaadsprekerij. Maar trainer in Griekenland is nog een hachelijker bestaan dan trainer elders in de wereld. De dag dat ze worden aangesteld, maken de meesten alvast hun kastje leeg. En zo verging het ook succescoach Bajevic, na een zoveelste ruzie met de president. Hij is nu terug bij AEK dat dit seizoen derde werd in de Champions Leaguepoule van Racing Genk. Het speelt deze week Uefacup in Malaga, tenzij het van de FIFA-lijsten wordt geschrapt. Want tegen AEK loopt zowel vanwege de FIFA als vanwege het Griekse ministerie van Financiën een onderzoek wegens gesjoemel, onbetaalde rekeningen, achterstallige lonen en niet betaalde transfers. Er is ook nog een klacht bij het gerecht ingediend door sterspeler Demis Nikolaidis die door zijn eigen voorzitter Makis Psomiadis met de dood zou zijn bedreigd. Psomiadis werd trouwens vorig jaar tot 12 jaar gevangenis veroordeeld omdat hij in de krant waarvan hij eigenaar is in 1996 een document had gepubliceerd waaruit bleek dat minister Kostas Laliotis smeergeld had ontvangen bij de bouw van het nieuwe luchthavencomplex in Athene. Dat document bleek evenwel vervalst. De hele toenmalige Griekse regering kwam op het proces getuigen en Psomiadis kreeg twaalf jaar, maar werd om gezondheidsredenen prompt weer vrijgelaten. Het volledige bestuur van AEK nam een paar weken geleden ontslag. PAOK Saloniki heeft een soortgelijk onderzoek aan zijn broek en riskeert ook een zware sanctie, mogelijk de degradatie. In dat zalige voetballand, beste lezer, speelt Anderlecht deze week zijn heenwedstrijd in de achtste finale van de Uefacup tegen lijstaanvoerder Panathinaikos en zijn 70.000 fanatieke aanhangers. Het arme Anderlecht, dat het voetballen verleerd is. In het Astridpark dromen ze van een kwartfinale tegen Porto en wie weet nog meer. Daarom vanuit deze kolommen een wanhopige kreet naar de paars-witte clubleiding: 'O miseri, quae tanta insania?' Koen MeulenaereO miseri, quae tanta insania, cives?Wat kan men verwachten van een voetbalbond die EPO heet?KV Mechelen zou in Griekenland als voorbeeld gelden van een goed geleide vereniging.