Als instrument deelt het koor heel wat met het orgel. Ze hebben beide dezelfde historische biotoop. Daarmee samenhangend: een sterk door de liturgische traditie gekleurd repertoire en aardig wat beoefenaars die het meer van goede bedoelingen dan van vakmanschap moeten hebben. Ze spreken vaak dezelfde componisten en luisteraars aan, en hebben beide maar weinig nodig om ontstemd te raken. Alle twee hebben ze veel lucht nodig en zijn ze nogal inert. Pneumatisch. Belangrijker is dat koor en orgel allebei potentieel volmaakte instrumenten zijn, zowel sonoor en akoestisch als muzikaal-technisch. Een eigenschap die...

Als instrument deelt het koor heel wat met het orgel. Ze hebben beide dezelfde historische biotoop. Daarmee samenhangend: een sterk door de liturgische traditie gekleurd repertoire en aardig wat beoefenaars die het meer van goede bedoelingen dan van vakmanschap moeten hebben. Ze spreken vaak dezelfde componisten en luisteraars aan, en hebben beide maar weinig nodig om ontstemd te raken. Alle twee hebben ze veel lucht nodig en zijn ze nogal inert. Pneumatisch. Belangrijker is dat koor en orgel allebei potentieel volmaakte instrumenten zijn, zowel sonoor en akoestisch als muzikaal-technisch. Een eigenschap die ze met geen enkel ander instrument delen. Of het zouden viool en cello moeten zijn, in zeldzaam geniale handen. Ondanks die gedeelde, ideale uitgangspositie zijn goede koren - die de ambachtelijke norm van goede instrumentale formaties aankunnen - verschrikkelijk zeldzaam. We zien daarvoor twee belangrijke redenen. Eén: een koor bestaat uit mensen. Dat heeft niets met misantropie te maken, maar alles met het objectieve feit dat strotten en longen meer dan pijpen, rieten of snaren menselijk en dus feilbaar en labiel zijn. Twee, belangrijker: een koor bestaat uit zangers. En zangers worden steevast opgeleid in de al dan niet latente waan dat hen als solist de wereldroem wacht. Dat blijkt uiteraard een dwaling: ze eindigen goeddeels in provinciale concertcircuits en in muziekscholen in Zoerle-Parwijs of Veltem-Beisem, zonder er ooit bij stil te hebben gestaan dat ze een koorzanger van wereldklasse in plaats van een beroerde solist hadden kunnen zijn. Het kan gelukkig anders, niet in de laatste plaats in Duitsland. Daar leidt de Britse dirigent Marcus Creed onder meer het schitterende SWR Vokalensemble - zeg maar het radiokoor van Stuttgart. Op een nieuwe uitgave van het Hänssler-label nemen ze Bruckners tweede mis (voor achtstemmig koor en blazers) en zijn zeven motetten voor koor a capella onder handen. Laten we het niet te gek maken: als u Bruckners motetten al in huis heeft in de uitvoering van het Nederlands Kamerkoor en Uwe Gronostay, blijf dan rustig zitten en geniet ervan. In alle andere gevallen is het aanschaffen van deze opname op het noodzakelijke af aangewezen. Voor de koorkenners omdat ze Creeds perfectionisme en de mate waarin het ensemble dat aankan weten te appreciëren. Voor de leken omdat er geen mooiere introductie bestaat tot wat koorklank zoal vermag. Voor de Brucknersceptici omdat ze de schuwe organist uit Linz altijd voor een pathetische wagneriaan en overspannen symfonicus hebben gehouden, terwijl hij eigenlijk een tijdloze beeldhouwer van Palestrina-achtige allure blijkt. Voor de Brucknerfans omdat ze na het horen van al dit heerlijks nog vele weken lang aan hun omgeving zullen mogen uitleggen waar die gerechtvaardigde, zij het enigszins onnozele grijns op hun gezicht vandaan komt. Voor de slechte verstaander: dit is een wereldplaat van het zuiverste water. ANTON BRUCKNER, MASS IN E MINOR & MOTETS DOOR HET SWR VOKALENSEMBLE STUTTGART O.L.V. MARCUS CREED. HäNSSLER CLASSIC SACD 93.199 Rudy Tambuyser