JA

Bedrijven ondergaan vandaag een globale economische crisis. Wij gaan ervan uit dat die lang zal duren, maar toch hebben we dringend tijdelijke maatregelen nodig om die periode te overbruggen. Ons voorstel is om, zonder nu de discussie te voeren over een eenheidsstatuut voor werknemers, de mogelijkheid in te voeren tot tijdelijke werkloosheid voor bedienden. Bedrijven in moeilijkheden zouden dan niet meteen hoeven te herstructureren of nodeloos medewerkers hoeven te ontslaan. De maatregel zou beperkt zijn in de tijd, maar er wel voor zorgen dat mensen niet zwaarder getroffen worden dan nodig. Bovendien heeft ook de overheid hierbij te winnen. Wie tijdelijk economisch werkloos is, behoudt zijn arbeidsovereenkomst en belandt niet in de volledige werkloosheid waaruit het soms moeilijker terugkomen is. Dat betekent op zich een besparing voor de staat. We zouden ook sneller kunnen reageren op een opleving van de economie. De ontslagpremies die werkgevers betalen, hebben immers een negatief effect op de werving.
...

Bedrijven ondergaan vandaag een globale economische crisis. Wij gaan ervan uit dat die lang zal duren, maar toch hebben we dringend tijdelijke maatregelen nodig om die periode te overbruggen. Ons voorstel is om, zonder nu de discussie te voeren over een eenheidsstatuut voor werknemers, de mogelijkheid in te voeren tot tijdelijke werkloosheid voor bedienden. Bedrijven in moeilijkheden zouden dan niet meteen hoeven te herstructureren of nodeloos medewerkers hoeven te ontslaan. De maatregel zou beperkt zijn in de tijd, maar er wel voor zorgen dat mensen niet zwaarder getroffen worden dan nodig. Bovendien heeft ook de overheid hierbij te winnen. Wie tijdelijk economisch werkloos is, behoudt zijn arbeidsovereenkomst en belandt niet in de volledige werkloosheid waaruit het soms moeilijker terugkomen is. Dat betekent op zich een besparing voor de staat. We zouden ook sneller kunnen reageren op een opleving van de economie. De ontslagpremies die werkgevers betalen, hebben immers een negatief effect op de werving. Wij sluiten niets uit en willen vooral snel onze economie ondersteunen. Maar we moeten bekijken hoe we dat technisch uitwerken. Een collectieve regeling, waarbij bedrijven die er geen beroep op doen mee zouden financieren, is zeker niet aan de orde. Er bestaan andere manieren om het loon van tijdelijk werklozen op niveau te houden. Ik denk aan de sectorfondsen bijvoorbeeld, die tot doel hebben het belang van de bedrijfstak te behartigen. Van één zaak ben ik zeker: veel bedrijven vragen de regeling om deze moeilijke periode door te komen. Ze hebben dringend zuurstof nodig en wel nu. Niet over zes maanden. Misschien wel, maar je kunt de vraag om technische werkloosheid in te voeren voor bedienden eigenlijk niet los zien van het ruimere debat over het onderscheid tussen het statuut van arbeider en van bediende. Dat is achterhaald. Juridisch, want in een arrest noemt het Grondwettelijk Hof het onderscheid tussen hoofd- en handenarbeid geen objectief criterium. En maatschappelijk, want het onderscheid belemmert het doorstromen naar andere jobs. Het belangrijkste onderscheid tussen de huidige statuten van arbeider en bediende is het ontslagrecht. In België zijn werknemers relatief makkelijk te ontslaan, maar arbeiders ontslaan is veel goedkoper dan bedienden ontslaan. Het tweede belangrijke verschil is de tijdelijke werkloosheid om economische redenen. Om historische redenen - bedienden waren vroeger niet rechtstreeks bij het productieproces betrokken - bestaat die mogelijkheid alleen voor arbeiders. Omdat tijdelijke werkloosheid echter een alternatief is voor ontslaan, kun je beide niet los van elkaar zien. Er moet ineens een eenheidsstatuut voor werknemers komen, waarbij ook alle andere verschillen worden weggewerkt. Ik ben er voorstander van om technische werkloosheid in te voeren voor de werknemers wier arbeid rechtstreeks met het productieproces te maken heeft. Want het is daar dat de eerste klappen vallen. In tegenstelling tot arbeiders hebben hun ploegbazen, die evenzeer bij het productieproces betrokken zijn, vandaag vaak het statuut van bediende. Dat is onzinnig. Op termijn, vrees ik, kunnen we niet anders dan de tijdelijke werkloosheid te financieren door de werkgeversbijdragen te verhogen. En die zijn nu al hoog. Deze vraag van de werkgevers zou zich wel eens tegen hen kunnen keren. Bedrijven ondergaan vandaag een globale economische crisis. Wij gaan ervan uit dat die lang zal duren, maar toch hebben we dringend tijdelijke maatregelen nodig om die periode te overbruggen. Ons voorstel is om, zonder nu de discussie te voeren over een eenheidsstatuut voor werknemers, de mogelijkheid in te voeren tot tijdelijke werkloosheid voor bedienden. Bedrijven in moeilijkheden zouden dan niet meteen hoeven te herstructureren of nodeloos medewerkers hoeven te ontslaan. De maatregel zou beperkt zijn in de tijd, maar er wel voor zorgen dat mensen niet zwaarder getroffen worden dan nodig. Bovendien heeft ook de overheid hierbij te winnen. Wie tijdelijk economisch werkloos is, behoudt zijn arbeidsovereenkomst en belandt niet in de volledige werkloosheid waaruit het soms moeilijker terugkomen is. Dat betekent op zich een besparing voor de staat. We zouden ook sneller kunnen reageren op een opleving van de economie. De ontslagpremies die werkgevers betalen, hebben immers een negatief effect op de werving. Wij sluiten niets uit en willen vooral snel onze economie ondersteunen. Maar we moeten bekijken hoe we dat technisch uitwerken. Een collectieve regeling, waarbij bedrijven die er geen beroep op doen mee zouden financieren, is zeker niet aan de orde. Er bestaan andere manieren om het loon van tijdelijk werklozen op niveau te houden. Ik denk aan de sectorfondsen bijvoorbeeld, die tot doel hebben het belang van de bedrijfstak te behartigen. Van één zaak ben ik zeker: veel bedrijven vragen de regeling om deze moeilijke periode door te komen. Ze hebben dringend zuurstof nodig en wel nu. Niet over zes maanden. Misschien wel, maar je kunt de vraag om technische werkloosheid in te voeren voor bedienden eigenlijk niet los zien van het ruimere debat over het onderscheid tussen het statuut van arbeider en van bediende. Dat is achterhaald. Juridisch, want in een arrest noemt het Grondwettelijk Hof het onderscheid tussen hoofd- en handenarbeid geen objectief criterium. En maatschappelijk, want het onderscheid belemmert het doorstromen naar andere jobs. Het belangrijkste onderscheid tussen de huidige statuten van arbeider en bediende is het ontslagrecht. In België zijn werknemers relatief makkelijk te ontslaan, maar arbeiders ontslaan is veel goedkoper dan bedienden ontslaan. Het tweede belangrijke verschil is de tijdelijke werkloosheid om economische redenen. Om historische redenen - bedienden waren vroeger niet rechtstreeks bij het productieproces betrokken - bestaat die mogelijkheid alleen voor arbeiders. Omdat tijdelijke werkloosheid echter een alternatief is voor ontslaan, kun je beide niet los van elkaar zien. Er moet ineens een eenheidsstatuut voor werknemers komen, waarbij ook alle andere verschillen worden weggewerkt. Ik ben er voorstander van om technische werkloosheid in te voeren voor de werknemers wier arbeid rechtstreeks met het productieproces te maken heeft. Want het is daar dat de eerste klappen vallen. In tegenstelling tot arbeiders hebben hun ploegbazen, die evenzeer bij het productieproces betrokken zijn, vandaag vaak het statuut van bediende. Dat is onzinnig. Op termijn, vrees ik, kunnen we niet anders dan de tijdelijke werkloosheid te financieren door de werkgeversbijdragen te verhogen. En die zijn nu al hoog. Deze vraag van de werkgevers zou zich wel eens tegen hen kunnen keren.