Een op de negen Vlamingen en een op de zeven Belgen leeft onder de armoedegrens. Dat blijkt uit het onlangs voorgestelde Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting 2008 van de Onderzoeksgroep Armoede, Sociale uitsluiting en de Stad (OASeS) van de Universiteit Antwerpen. Volgens professor Jan Vranken van OASeS lopen vandaag vooral 65-plussers en alleenstaande ouders het risico om in de armoede terecht te komen. 'Armoede bij eenoudergezinnen is echt een opkomend fenomeen', zegt hij. 'Meestal gaat het om alleenstaande moeders die na het stuklopen van hun relatie voor een dilemma staan: ofwel blijven ze voltijds werken en brengen ze hun kinderen bij wijze van spreken van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat weg, ofwel kiezen ze voor deeltijds werk, zodat ze hun kinderen meer zelf kunnen opvangen. Het probleem is dat ze dan haast automatisch in de buurt van de armoedegrens terechtkomen.'
...

Een op de negen Vlamingen en een op de zeven Belgen leeft onder de armoedegrens. Dat blijkt uit het onlangs voorgestelde Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting 2008 van de Onderzoeksgroep Armoede, Sociale uitsluiting en de Stad (OASeS) van de Universiteit Antwerpen. Volgens professor Jan Vranken van OASeS lopen vandaag vooral 65-plussers en alleenstaande ouders het risico om in de armoede terecht te komen. 'Armoede bij eenoudergezinnen is echt een opkomend fenomeen', zegt hij. 'Meestal gaat het om alleenstaande moeders die na het stuklopen van hun relatie voor een dilemma staan: ofwel blijven ze voltijds werken en brengen ze hun kinderen bij wijze van spreken van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat weg, ofwel kiezen ze voor deeltijds werk, zodat ze hun kinderen meer zelf kunnen opvangen. Het probleem is dat ze dan haast automatisch in de buurt van de armoedegrens terechtkomen.' JAN VRANKEN: De kredietcrisis heeft de armen niet armer gemaakt. Meestal hebben zulke mensen geen aandelen, en dus hebben ze weinig last van de problemen bij beursgenoteerde bedrijven. Als je, zoals 15 procent van de Belgische bevolking, maandelijks met 850 euro of minder moet rondkomen, houd je natuurlijk niet veel geld over om te sparen. Laat staan dat je aandelen kunt kopen of in een pensioenfonds kunt stappen. Het is trouwens niet alleen geldgebrek dat armen bij de banken weghoudt. De automatisering van de dienstverlening maakt het mensen met een armoederisico erg moeilijk om een beroep te doen op een bank. Het aantal loketten wordt afgebouwd, en meer en meer verrichtingen moeten via de computer gebeuren. Op die manier houden banken mensen die in armoede leven - mochten die al eens geld hebben om op een rekening te zetten - heel effectief buiten de deur. VRANKEN: Waarschijnlijk wel. Om te beginnen zijn er de pensioenfondsen en aandelen, die vaak in waarde zijn gedaald. Voor nogal wat kleine zelfstandigen die nu met pensioen gaan, vormt zo'n fonds een noodzakelijke aanvulling op hun wettelijke pensioen. Maar ook veel gewone werknemers krijgen een niet zo riant pensioen, en dreigen dus in de problemen te komen als hun pensioenfonds of aandelen minder opleveren dan verwacht. Ik denk dan ook dat verscheidene Belgen daardoor bij het OCMW zullen moeten aankloppen. Daarnaast heeft de kredietcrisis natuurlijk ook een algemene economische crisis teweeggebracht, met alle gevolgen van dien. VRANKEN: Inderdaad. En wie wordt daar het hardst door getroffen? Mensen die eindelijk een job hebben gevonden nadat ze allerlei integratieprogramma's en werkgelegenheidstrajecten hebben doorlopen. Vreselijk is dat. Mensen die net aan de armoede aan het ontsnappen zijn, worden in één beweging weer op de vuilhoop van de maatschappij gegooid. Het zal op z'n minst heel lang duren voordat zij weer de moed en de motivatie vinden om hun kans nog eens te wagen. VRANKEN: Weet u wat nog moeilijker is dan een job vinden? Die job houden. En daar wordt veel te weinig aandacht aan besteed. Daarom ben ik heel blij dat de Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie ons nu heeft gevraagd om de zogenaamde 'duurzame activering' te onderzoeken: als die mensen een baan vinden, hoe lang houden ze die dan vol? Welke problemen ervaren ze op de werkvloer? VRANKEN: Het indexsysteem beschermt de koopkracht van gezinnen met een laag inkomen gewoon niet genoeg. Door de versnellende inflatie van het voorbije jaar kunnen mensen die het met 800 of zelfs 1000 euro per maand moeten doen hun reële kostenstijging niet dekken met de traditionele indexaanpassing van 2 procent. Zeker niet met het oog op de hoge olie- en voedselprijzen. Arme gezinnen geven immers het grootste deel van hun budget uit aan basisgoederen zoals voeding. Daarom pleiten wij in ons armoedejaarboek voor een gegarandeerde minimumaanpassing op basis van het gemiddelde inkomen. VRANKEN: Nee, want de huidige regering heeft duidelijk andere prioriteiten. Eerst werd alles overschaduwd door de communautaire problemen, en die zullen binnenkort ongetwijfeld weer in alle hevigheid oplaaien. Daarna moest de regering in volle kredietcrisis al haar energie in het voortbestaan van de grote banken steken. En nu gaat alle aandacht naar het voeren van een algemeen economisch beleid. Maar initiatieven om mensen met een armoederisico te helpen, die heb ik nog niet gezien. Natuurlijk zijn er her en der wel wat kleine maatregelen genomen. Zo heeft de Vlaamse regering het plan opgevat om tegen 2020 65.000 bijkomende sociale woningen te laten bouwen. Maar dat is natuurlijk niet meer dan een druppel op een hete plaat. VRANKEN: Het is hoog tijd dat er een soort marshallplan tegen de armoede wordt opgezet: een geïntegreerd programma waarbij alle domeinen, zoals sociale zekerheid en sociale uitkeringen, worden aangepakt. Natuurlijk is het belangrijk dat ook de regionale overheden daarbij worden betrokken. Er moet een groot bedrag worden gereserveerd om op korte termijn, pakweg binnen de vijf jaar, de financiële en materiële problemen op te lossen van mensen die in armoede leven. Dat zou een mooi begin zijn. Want om de sociale uitsluiting, de culturele achterstelling en de onderwijsproblemen van mensen in armoede op te lossen, is nog veel meer tijd nodig. DOOR ANN PEUTEMAN