Als ouder houd je er maar beter rekening mee dat je kind vroeg of laat in contact komt met cannabis. Soms van veraf, soms van dichtbij. En de kans dat je zoon of dochter er zelf mee gaat experimenteren is niet ondenkbeeldig. Al mogen we er ook niet van uitgaan dat tieners massaal en in steeds groteren getale 'smoren', zegt Joris Van Damme, cannabis-expert bij VAD (Vlaams Expertisecentrum Alcohol en andere Drugs). Hij wijst erop dat het percentage cannabis gebruikende tieners al jaren vrij stabiel blijft. "Uit een recente bevraging bij 12- tot 18-jarigen blijkt dat 11 procent zegt in de voorbije twaalf maanden weleens een joint gerookt te hebben. Dat cijfer schommelt al zowat 10 jaar tussen 10 en 14 procent. Ook de groep die zegt regelmatig te gebruiken, minstens een keer per week, neemt niet toe: hier blijft de frequentie hangen rond 2 procent. Kijken we naar het ooit-gebruik bij tieners ('Wie gebruikte ooit cannabis?'), dan zien we zelfs een dalende trend. Cannabisgebruik is dus zeker niet de norm."
...

Als ouder houd je er maar beter rekening mee dat je kind vroeg of laat in contact komt met cannabis. Soms van veraf, soms van dichtbij. En de kans dat je zoon of dochter er zelf mee gaat experimenteren is niet ondenkbeeldig. Al mogen we er ook niet van uitgaan dat tieners massaal en in steeds groteren getale 'smoren', zegt Joris Van Damme, cannabis-expert bij VAD (Vlaams Expertisecentrum Alcohol en andere Drugs). Hij wijst erop dat het percentage cannabis gebruikende tieners al jaren vrij stabiel blijft. "Uit een recente bevraging bij 12- tot 18-jarigen blijkt dat 11 procent zegt in de voorbije twaalf maanden weleens een joint gerookt te hebben. Dat cijfer schommelt al zowat 10 jaar tussen 10 en 14 procent. Ook de groep die zegt regelmatig te gebruiken, minstens een keer per week, neemt niet toe: hier blijft de frequentie hangen rond 2 procent. Kijken we naar het ooit-gebruik bij tieners ('Wie gebruikte ooit cannabis?'), dan zien we zelfs een dalende trend. Cannabisgebruik is dus zeker niet de norm." Hoe komt het dat we de indruk hebben dat cannabis overal is en dat het gebruik ervan steeds normaler wordt? Daar heeft Tom Evenepoel, coördinator van De DrugLijn, een eenvoudige verklaring voor. "Het thema is veel meer bespreekbaar geworden", stelt hij. "Denk aan een televisiereeks als Eigen kweek. Enkele decennia geleden was het ondenkbaar om een populaire fictieserie te maken over een familie die cannabis teelt. Maar het is niet omdat het onderwerp nu minder taboe is dat het gebruik van cannabis ook effectief is toegenomen." Als coördinator van De DrugLijn heeft Evenepoel die evolutie ook waargenomen bij ouders die naar de DrugLijn bellen. "In de jaren 90 kregen we vooral vragen als: wat is cannabis precies, hoe ziet het eruit? Ouders wisten soms niet eens of het een drug was die gerookt, geslikt of gespoten werd. Als ze merkten dat hun kind joints rookte, sloeg de paniek toe. Vandaag zijn ouders nog altijd ongerust, maar ze kunnen een en ander beter plaatsen. De ouders van nu behoren ook tot een andere generatie. Soms hebben ze zelf ervaring gehad met cannabis, soms hebben ze in hun jeugd mensen gekend die gebruikten. Ze zijn hoe dan ook beter op de hoogte. De reacties zijn minder heftig geworden." Dat de ouders van nu meer vertrouwd zijn met cannabis heeft ook nadelen, vindt Evenepoel. "Cannabisgebruik wordt soms onderschat. Zelfs ouders halen weleens de schouders op omdat het 'maar' cannabis is, 'maar' een softdrug. Terwijl het onderscheid tussen soft- en harddrugs relatief is. Wij praten liever over soft en hard gebruik. Het middel is wat het is. Alles hangt af van de manier waarop je ermee omgaat. Wie te 'hard' of te veel gebruikt, zal ook met een zogeheten softdrug problemen krijgen." Cannabis is en blijft een drug. En elke vorm van druggebruik houdt risico's in. Net als bij alcohol zijn de risico's groter bij jonge mensen, omdat hun hele lichaam, en zeker ook hun brein, nog niet volgroeid is. "De hersenen van tieners zijn vatbaarder voor verslaving. Ze denken impulsiever en handelen meer zwart-wit. Naarmate je volwassen wordt, kun je ook beter omgaan met bijvoorbeeld frustraties of tegenslagen. Een 14-jarige kan een slecht examen of een onbeantwoorde liefde als het einde van de wereld ervaren. Op dezelfde manier kan cannabis een gevoel geven van: 'wow, de zevende hemel'. Cannabis is niet zozeer een drug met zware fysieke gevolgen of een acuut gevaar voor een overdosis. Een overmatig gebruik leidt eerder tot onverschilligheid en een gebrek aan motivatie voor wat dan ook. Ik hoor soms ouders die ongerust zijn omdat hun zoon of dochter van rond de 20 al jaren cannabis gebruikt, gestopt is met studeren, geen verantwoordelijkheid opneemt. Hij of zij gedraagt zich nog als een puber: de ontwikkeling tot jongvolwassene is belemmerd door cannabisgebruik." De scharnierleeftijd om met cannabis te experimenteren is meestal 15 à 16 jaar. Het is een leeftijd waarop vrienden steeds belangrijker worden en kinderen lang niet meer alles aan hun ouders vertellen. Zeker niet dat ze voor het eerst een joint hebben gerookt of er nieuwsgierig naar zijn. Cannabisgebruik verloopt doorgaans stiekem, in de vriendenkring of tijdens het uitgaan. Ouders komen er doorgaans pas later en veeleer toevallig achter dat hun kind cannabis gebruikt. Of ze hebben vermoedens, maar weten niet goed hoe ze het best reageren. "Ga vooral niet snuffelen in de kamer of de boekentas, op zoek naar 'bewijsmateriaal'", raadt Evenepoel aan. "Probeer je kind niet achter de rug te betrappen, dreig niet met een urinetest. Het ondermijnt alleen maar het wederzijdse vertrouwen. Praat ook niet negatief over vrienden, in de zin van: 'Zie je nu wel dat ze een slechte invloed op je hebben.' Dat voelt voor je kind alsof je ook hem of haar afwijst. En zo sluit je een deur, terwijl je die juist open moet houden." Wat kun je wél doen? In de eerste plaats: het gesprek aangaan. "Veel ouders praten niet over drugs, omdat ze geen slapende honden wakker willen maken. Terwijl het zo belangrijk is om juist niét te wachten tot het hek van de dam is. Een vermoeden is op zich al reden genoeg om met je kind te praten. Is er inderdaad sprake van cannabisgebruik, probeer dan een zicht te krijgen op hoeveel, waar en wanneer je kind gebruikt. Pols ook naar de redenen. Waarom blowt je kind? Hoe voelt hij zich erbij? Ook al keur je cannabisgebruik sterk af, geef duidelijk het signaal dat je kind altijd bij jou terechtkan."