Het Wembleystadion werd in 1923 gebouwd voor de Empire Exhibition, die een jaar later zou plaatsvinden, en groeide al snel uit tot het Mekka van de Engelse voetbalsport. Wembley is niet alleen de vaste thuisbasis geworden van de Engelse nationale ploeg, maar vooral het symbool van de jaarlijkse FA Cupfinal. Die finale van de Engelse beker is, mede door haar kader en unieke sfeer, een van de meest tot de verbeelding sprekende voetbalwedstrijden ter wereld. Maar bij het ingaan van de 21ste eeuw zal Wembley niet meer ogen als voordien. Misschien verdwijnen zelfs de befaamde Twin Towers, die de hoofdingang vormen. Over hun lot wordt het komende half jaar beslist.
...

Het Wembleystadion werd in 1923 gebouwd voor de Empire Exhibition, die een jaar later zou plaatsvinden, en groeide al snel uit tot het Mekka van de Engelse voetbalsport. Wembley is niet alleen de vaste thuisbasis geworden van de Engelse nationale ploeg, maar vooral het symbool van de jaarlijkse FA Cupfinal. Die finale van de Engelse beker is, mede door haar kader en unieke sfeer, een van de meest tot de verbeelding sprekende voetbalwedstrijden ter wereld. Maar bij het ingaan van de 21ste eeuw zal Wembley niet meer ogen als voordien. Misschien verdwijnen zelfs de befaamde Twin Towers, die de hoofdingang vormen. Over hun lot wordt het komende half jaar beslist. Op 11 maart jongstleden heeft de Engelse Football Association (FA) het Empire stadium aangekocht, om de kandidatuur voor de wereldbeker 2006 kracht bij te zetten. In 2006 is het veertig jaar geleden dat Engeland, voor het eerst en voorlopig ook voor het laatst, in datzelfde Wembley de wereldbeker veroverde. De verbouwingskosten worden op 6 miljard frank geraamd. Het nagenoeg totaal vernieuwde stadion zal plaats bieden aan 80.000 toeschouwers. Dat zijn er 46.000 minder dan bij de opening op 18 april 1923, toen de White Horse Cupfinal de arena van bij de eerste dag wereldberoemd maakte. In afwachting van de afbraak volgend jaar, een greep uit de meest opmerkelijke Cupfinals op Wembley. 1923, BOLTON - WEST HAMHet was die 18de april een heerlijk warme dag met een licht briesje uit het westen. De finalisten waren het noordelijke Bolton Wanderers en het Londense West Ham United, dat zich net had verzekerd van promotie naar de hoogste klasse. Het Wembleystadion was pas drie dagen vóór de wedstrijd klaar geraakt. De Cupfinal moest de Engelsen een afleiding bieden voor de zware economische en politieke problemen, waarmee het land te kampen had. Brandstoftekort, stakingen, werkloosheid, en de crisis in Ierland. Blijkbaar hadden velen zo een verzetje nodig, want zelden was de opkomst voor een voetbalwedstrijd zo groot. Officieel bevonden zich 126.047 toeschouwers in en voor de tribunes, maar het werkelijke aantal lag enkele tienduizenden hoger. En rond het stadion zwermden nog eens honderd- tot tweehonderdduizend voetbalfans die de match wilden zien, maar geen ticket hadden kunnen bemachtigen. De wedstrijd begon met een uur vertraging omdat het veld door de toeschouwers was overstroomd. Het was dankzij de koelbloedigheid van Constable George Scorey, die op zijn witte hengst de mensenzee tot buiten de lijnen dreef, dat de match toch kon doorgaan. Het paard heette Billie, en de finale staat in het gouden boek als de White Horse Final. De spoorwegen waren al begonnen de supporters die niet binnen konden, terug naar huis te voeren, toen scheidsrechter Asson om kwart voor vier de finale op gang floot. Bolton opende na vier minuten de score. De eer van het allereerste doelpunt op Wembley te maken, viel te beurt aan David Jack. Kort nadien werd de match tien minuten stilgelegd, omdat er opnieuw toeschouwers binnen de lijnen stonden. Bij de rust besloot de scheidsrechter de spelers op het veld te laten, omdat de doorgang naar de kleedkamers versperd was door de mensenmassa. De 2-0, na tien minuten in de tweede helft, kwam op een vreemde manier tot stand. Henderson liep achter een zo goed als verloren bal aan, maar dankzij het been van een toeschouwer bleef die toch nog binnen de lijnen. Henderson zette voor en J.R. Smith joeg het leer met een halve volley via de onderkant van de lat over de doellijn. Niet iedereen was ervan overtuigd dat de bal wel degelijk de lijn overschreden had. Een discussie die zich vele jaren later op Wembley nog een keer zou voordoen, met het beruchte derde Engelse doelpunt in de wereldbekerfinale tegen West-Duitsland. Net als in '66, wees ook in '23 de scheidsrechter naar de middenstip en de cup ging naar Bolton. Een halfuur vóór het einde van de wedstrijd hadden al heel wat toeschouwers het stadion weer verlaten, maar desondanks waren ze nog met zo velen, dat de Bolton-spelers nauwelijks tot aan de Royal Box geraakten. Wembley had zijn faam van bij de eerste match gevestigd. Eén jaar later werd de Empire Exhibition geopend en speelden Engeland en Schotland voor het eerst in Wembley tegen elkaar. 1938, PRESTON - HUDDERSFIELDIn 1938 werd de Cupfinal voor het eerst rechtstreeks op de BBC uitgezonden. Het jaar voordien was er al wel een gefilmd verslag geweest van Sunderland - Preston, maar voor de finale van '38 zat al wie over een televisie beschikte, voor de buis. Het werd ook de eerste bekerfinale met verlengingen. Preston North End haalde het dankzij een betwiste penalty in de 120ste minuut. Op de rand van het strafschopgebied pakte Alf Young, de center-half van Huddersfield, uit met een tackle op George Mutch, de inside-forward van Preston. De scheidsrechter floot strafschop, maar volgens de meeste waarnemers was de tackle helemaal niet foutief en gebeurde hij zelfs buiten de zestien meter. Dat werd door de televisiebeelden bevestigd. Mutch was zo groggy van die tackle, dat hij zijn penalty bijna miste. Maar de bal stuiterde via de onderkant van de lat toch net over de doellijn. Gerechtigheid was geschied, want Preston nam zo revanche voor de verloren finale van 1922, toen tegen datzelfde Huddersfield een aangevochten strafschop de nederlaag betekende. 1939, PORTSMOUTH - WOL'HAMPTONPortsmouth, de club uit de Zuid-Engelse havenstad die een heel seizoen lang tegen de degradatie had gevochten, had met Jack Tinn een wel erg bijgelovige manager. Tinn was ervan overtuigd dat zijn witte slobkousen geluksbrengers waren. Rechtsbuiten Freddie Worall werd verplicht om ze, tijdens een plechtig moment van ingetogen stilte, voor elke wedstrijd op te trekken, te beginnen met de linkse. Niemand in het land deelde dat bijgeloof, de spelers van Portsmouth nog het minst van allen. Maar Tinn, die al twee keer de Cupfinal verloren had, hield bij hoog en bij laag vol dat de derde keer de goede zou zijn. Ook al stonden de tegenstanders, de Wolverhampton Wanderers, bij de bookmakers met 5 tegen 1 als torenhoog favoriet genoteerd. Van die status viel tijdens de wedstrijd weinig te merken. De Wolves waren zo nerveus dat ze er niet eens in slaagden om het autogrammenboek, dat vóór de wedstrijd in de kleedkamer van de tegenstander circuleerde, deftig te signeren. Voor 99.370 toeschouwers - de grootste opkomst sinds de finale van 1923 - bleven de Wanderers verstijfd van de schrik. Bert Barlow, twee maanden voordien van Wolverhampton naar Portsmouth getransfereerd, zette zijn nieuwe ploeg na een half uur op weg naar een eerste cupzege. Portsmouth won uiteindelijk met 4-1. De slobkousen hadden hun werk gedaan. 1948, MANCHESTER UTD - BLACKPOOLMatt Busby leerde de managersstiel als sergeant-majoor tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toen hij bij ManchesterUnited aan de slag ging, kreeg hij maar een beperkt budget ter beschikking, en moest hij zich behelpen met het spelersmateriaal dat voorhanden was. Busby stelde zich tot doel elk verborgen talent in de club te ontdekken en te ontwikkelen. Dat vroeg heel wat geëxperimenteer en het team werd compleet dooreen gehaspeld. Johny Carey, Iers international, verhuisde van rechtsbinnen naar rechtsachter. Johnny Morris werd rechtsmidden. Linksbinnen John Aston werd linksachter, waardoor Stan Pearson het brein van de aanval werd, naast Jimmy Delaney, Jack Rowley en Charlie Mitten. Busby voorspelde dat deze ploeg nog datzelfde seizoen de Cup zou winnen, ook al moest ze in elke ronde voorbij een tegenstander uit de hoogste afdeling. Manchester won in de derde ronde met opvallende 6-4 cijfers tegen Aston Villa, waar het bijna een 5-1 voorsprong verloren liet gaan. In de finale moesten de Mancunians het opnemen tegen Blackpool, de ploeg van Stanley Matthews. De tandem Matthews-Mortensen bracht Blackpool twintig minuten voor het einde 1-2 voor. Blackpool speelde uitzonderlijk sterk en had die middag iedereen aangekund. Iedereen, behalve Manchester. Dat scoorde drie keer in het laatste kwartier en won met 4-2. 1953, BLACKPOOL - BOLTONVijf jaar na de nederlaag in '48 nam Stan The Man op sublieme wijze revanche, in wat de geschiedenis inging als "de Matthews Final". Het slachtoffer heette Bolton. Matthews, 38 al, was aan zijn derde bekerfinale toe. Gezien zijn gevorderde leeftijd leek het zijn laatste kans om de Cup, na nederlagen tegen United in '48, en tegen Newcastle in '51, eindelijk eens te winnen. Op weg naar de finale kende de club uit het Labour-bolwerk voor- en tegenspoed. In de kwartfinale tegen Arsenal liep Allan Brown een beenbreuk op toen hij de winning goal maakte. Maar in de halve finale tegen Tottenham, was het geluk aan de zijde van Blackpool. Door een te korte terugspeelbal van de latere bondscoach en onlangs overleden Alf Ramsey kon Jackie Murden in de slotseconden, en tegen de gang van het spel in, Blackpool naar de finale schieten. Daarmee leek alle geluk opgebruikt. In de finale leidde Bolton na een uur met 1-3. Maar Matthews, een geboren optimist die zelfs bij vijf goals achterstand nog in een goede afloop bleef geloven, lag in het laatste kwart van de wedstrijd aan de basis van een spectaculaire ommekeer. Na een knappe en typische ren op de rechterflank, trapte hij een harde en verraderlijke voorzet, die door Bolton-doelman Stan Hanson werd gemist. De goedgevolgde Stan Mortensen tipte de aansluitingstreffer binnen, zijn tweede doelpunt van de middag. Vanaf dat moment speelde Blackpool als bezeten en de 100.000 in het stadion begonnen meer en meer in een mirakel te geloven. Drie minuten vóór affluiten werd Mortensen net buiten het strafschopgebied neergelegd. Hij nam zelf de vrijschop, vond een gaatje in de muur van Bolton, en tekende met het hardste schot uit de wedstrijd de gelijkmaker aan. Een hattrick voor Mortensen, de eerste op Wembley. Mortensen was vroeger als mecanicien in dienst bij de RAF geweest, en overleefde in 1940 als enige een crash met een bommenwerper. In de laatste minuut zorgde de gewiekste Matthews voor een extra huzarenstukje. Bij de spelhervatting door Bolton klapte hij drie keer snel na elkaar in de handen. Het sein voor de spelers van Bolton, zelden geroemd om hun intelligentie, dat er een maat vrij stond. Een van de middenvelders, totaal in de war, speelde de bal zonder kijken recht in de voeten van Sir Stanley, die langs een verbouwereerde Boltondefensie naar het doel stormde. Een klein tikje naar Bill Perry, en Blackpool had de Cup. Hoewel Mortensen drie keer scoorde, werd Matthews tot man van de match uitgeroepen, en werd die finale naar hem genoemd. Matthews, een winger van het zuiverste ras, speelde tussen 1947 en 1961 precies 379 wedstrijden voor Blackpool. Daarin scoorde hij nauwelijks 17 keer. Maar zijn assists waren ontelbaar. Nog befaamder waren zijn dribbels. Matthews een bal afpakken, was onbegonnen werk. Volgens zijn fans is dat maar één keer gelukt: toen in het stadion van Stoke City, zijn club van herkomst, de bal werd losgemaakt van het beeldhouwwerk dat een dribbelende Matthews voorstelde. 1955, NEWCASTLE - MANCHESTER CITYNewcastle slaagde er als eerste in om de Cup in vijf jaar tijd drie keer te winnen. Dat bracht het totaal aantal bekerzeges op zes, op dat moment een met Blackburn Rovers en Aston Villa gedeeld record. Newcastle was ook de eerste ploeg die tien Cupfinals speelde. En nog een record: Jackie Milburn scoorde in '55 al na 45 seconden, de snelste goal in de Cupfinal. Newcastle had na achttien minuten al wel een man meer op het veld, nadat Jimmy Meadows van City met afgescheurde kruisbanden was weggedragen. Vervangingen waren in die tijd niet toegestaan. In 1957 besloot de FA om daar verandering in te brengen, maar vierentwintig uur vóór het duel tussen Aston Villa en Manchester United, kwam men alsnog op dat besluit terug. Respect voor het reglement en de traditie is in Engeland geen loos begrip. De eerste keer dat een finalist met tien verder moest door een rode kaart, was in 1985, toen Kevin Moran van Everton van het veld werd gestuurd. In de finale van '55 moest Manchester City dus zeventig minuten met tien tegen elf opboksen, maar "the Magpies" konden daarvan niet voluit profiteren omdat bij hen Milburn en Len White slechts op halve kracht speelden. Newcastle won uiteindelijk op karakter en ... ervaring. Want op weg naar Wembley had het al aardig wat veldslagen moeten uitvechten. Zo waren er twee replays tegen Nottingham Forest nodig geweest in de vijfde ronde, en één tegen Huddersfield in de zesde. En in de halve finale in Sunderland, beet Newcastle bijna de tanden stuk op derdeklasser York City, de revelatie van het bekertoernooi die eerder Blackpool en Tottenham had uitgeschakeld en als eerste derdeklasser Wembley wilde bereiken. Met 3-1 pakte Newcastle zoals gezegd een derde Cup in vijf jaar. Verliezend finalist Manchester City kende één jaar later, tegen Birmingham, wel succes. En dat dankzij een heroïsche partij van zijn blonde Duitse doelman Bert Trautmann, die bij een van zijn acties een nekbreuk opliep, wat pas drie dagen later werd vastgesteld. Andere opmerkelijke figuur bij City was Don Revie, die het hele jaar door met zijn club in onmin had geleefd, maar de avond vóór de wedstrijd van manager MacDowell toch een plaats kreeg in de hertekende voorlinie. Samen met doelman Trautmann en de Schotse international Billie Johnstone, was Revie de bewerker van de 3-1 zege tegen Birmingham. 1961, TOTTENHAM - LEICESTER CITYNa de heerschappij van de clubs uit het noorden eisten in de jaren zestig ploegen uit de hoofdstad een hoofdrol op. Tussen 1900 en 1960 werd de Cup maar zes keer door een Londens team gewonnen. Dat aantal werd vanaf 1961 in tien jaar tijd verdubbeld. Tottenham Hotspur gaf het voorbeeld, en was in 1961 pas de eerste ploeg die deze eeuw de "double" pakte: titel en beker. De allereerste was Preston North End, in 1889. De architect van het Tottenham uit 1961 was Bill Nicholson, een taaie kerel uit Yorkshire, die als speler één A-cap behaalde en in 1958 tot manager was gepromoveerd. Hij liet de Spurs vrij aanvallen, zoals dat in hun traditie en in hun natuur lag. Resultaat: bij de eerste match onder Nicholson versloeg Tottenham Everton met 10-4. Op de koopjesmarkt scharrelde hij een perfect uitgebalanceerd team bij elkaar, met als leider Danny Blanchflower. De Spurs sloegen niet alleen gensters in het kampioenschap, waarin ze met acht punten voorsprong op Sheffield Wednesday eindigden, maar speelden ook in de beker de tegenstand op een hoopje. Grootste slachtoffer was Crewe Alexandra, dat in een replay met 13-2 verloor. Bij de rust was het al 10-1. Voor de finale tegen Leicester waren de verwachtingen hooggespannen, maar de wedstrijd viel tegen. Blanchflower, twee dagen voordien verkozen tot "player of the year", besliste de partij met twee doelpunten. Het jaar nadien won Tottenham opnieuw de Cup. Het had bij het begin van het seizoen Jimmy Greaves bij AC Milaan weggekocht voor 99.999 pond. Hij maakte het openingsdoelpunt in de met 3-1 gewonnen Cupfinal tegen vice-kampioen Burnley. Een nieuwe double behoorde lange tijd tot de mogelijkheden, maar in de competitie moesten de Spurs uiteindelijk vrede nemen met een derde plaats, achter Ipswich en Burnley. 1973, SUNDERLAND - LEEDSIn de loop der jaren heeft de FA Cup, het oudste knock-outtoernooi ter wereld, een reputatie van verrassingen opgebouwd. Een Cup zonder giant killer is geen Cup. Elk jaar eisten andere clubs die rol op, maar op Wembley zelf gingen de kleintjes er meestal aan. Niet zo in 1973. De onbeduidende tweedeklasser Sunderland, die een heel seizoen lang tegen de degradatie naar derde had gevochten, trof met Leeds de meest cynische en gehate club van het land. Leeds, met elf internationals in zijn rangen, was in de competitie derde geëindigd en had zich niet alleen geplaatst voor de Engelse bekerfinale, maar ook voor de Europacupfinale bij de bekerwinaars. Tussen Leeds en Sunderland, in vogelvlucht amper 100 kilometer van elkaar verwijderd, lag een wereld van verschil. Sunderland, dat op weg naar de finale onder meer Arsenal had uitgeschakeld, bereikte Wembley voor het eerst sinds 1937, en kon op de sympathie van het hele land rekenen. Wie niet fanatiek voor Leeds was, supporterde die middag voor de underdog. Het werd al meteen duidelijk dat Sunderland geen hapklare brok zou worden. Op het half uur kreeg Leeds een zware tik toen Ian Porterfield, die later als coach vooral in Afrika werk vond, een hoekschop in doel verlengde. De eersteklasser stuurde na de rust de hele verdediging mee in de aanval en was 25 minuten voor affluiten dicht bij de gelijkmaker, maar Sunderland-keeper Jim Montgomery pakte uit met een historische dubbele save op schoten van Trevor Cherry en Peter Lorimer. Montgomery werd als een held bejubeld in heel Engeland, iets wat wel meer Montgomery's overkomen is. Elf dagen later verloor Leeds ook zijn Europese finale met 1-0 van AC Milaan. 1974, LIVERPOOL - NEWCASTLEMet de eerste Cupzege in 1965 brak het tijdperk van Liverpool aan. Maar de echte bekroning van de legendarische coach Bill Shankly volgde in 1974 toen hij, vermoeid door de stress van het topvoetbal, met de Cup in handen afscheid nam van de fans. Shankly, geboren in 1913 in het Schotse Glenbuck-Ayrshire, won als speler één FA Cup, in 1938 met Preston tegen Huddersfield. Als coach bracht hij Liverpool drie keer naar Wembley. In 1965 wonnen de "Reds" met 2-1 van Leeds, in '71 verloren ze met dezelfde cijfers van Arsenal. In '74 zagen de 100.000 op Wembley al het beste van tien jaar Shankly samengebald in anderhalf uur. Hoewel het bij de rust nog 0-0 was, stond er maar één ploeg op het veld. Doelpunten bleven in de tweede helft dan ook niet uit. Kevin Keegan effende het pad. John Toshack reet nadien de Newcastle-defensie aan flarden, en maakte de weg vrij voor Steve Heighway die de tweede goal voor zijn rekening nam. Keegan velde met zijn tweede van de middag het zware vonnis voor Newcastle. Zaterdag staat Newcastle opnieuw in de finale. Deze keer tegen het Manchester United van Alex Fergusson, die de ambitie heeft om als eerste de "treble" te winnen: de titel, de Cup, en de Europabeker voor Landskampioenen. Daarmee zou hij postvatten bovenaan een lijst, waar de grote namen uit de Britse voetbalgeschiedenis mekaar verdringen. Stefan Van Loock