Sinds 1903 delft Union Minière ertsen in Congo. Het steenrijke bedrijf is lange tijd de parel aan de Belgische koloniale kroon geweest en het is dus logisch dat Union Minière altijd sterk verweven was met de Belgische politiek. Toen België de samenwerking met Congo opschortte werd het bedrijf bijgevolg ook gesloten. Tot Union Minière op 4 oktober dit jaar officieel meldde dat het weer in de markt was.
...

Sinds 1903 delft Union Minière ertsen in Congo. Het steenrijke bedrijf is lange tijd de parel aan de Belgische koloniale kroon geweest en het is dus logisch dat Union Minière altijd sterk verweven was met de Belgische politiek. Toen België de samenwerking met Congo opschortte werd het bedrijf bijgevolg ook gesloten. Tot Union Minière op 4 oktober dit jaar officieel meldde dat het weer in de markt was.Enkele maanden geleden vertelde een ingenieur van het Congolese semi-overheidsbedrijf Gécamines dat de rust rond de mijnbouw in Katanga maar schijn was. "Union Minière ligt op de loer", verduidelijkte hij. En inderdaad: Union Minière besloot onlangs zich weer actiever met de Congolese mijnen bezig te houden. Het bedrijf kocht aandelen van een Canadees bedrijf. Dat lijkt wat vreemd gezien de politieke onzekerheid in Congo en de aanslepende oorlog in grote stukken van het land. Vlak na het aantreden van Laurent-Désiré Kabila leek de Union Minière op snelheid gepakt. Grote Zuid-Afrikaanse, Canadese en Chinese mijnbouwbedrijven kondigden aan dat ze massaal geld gingen pompen in de koper- en kobaltmijnen die Union Minière als eerste had geëxploiteerd. Maar Congo zou Congo niet zijn als er geen haken en ogen aan de contracten zaten. De investeringen bleven uit en president Kabila werd het wachten op geld beu. Hij zei veel van de contracten op toen de bedrijven niet snel genoeg over de brug kwamen. Oorlogen en politieke onzekerheid zijn niet bepaald voordelig voor de economie. Gécamines schoof in september 1998 tachtig procent van zijn aandelen in de mijnbouw van Kolwezi - dé Congolese copperbelt - door naar Ridgepoint. Dat bedrijf met zetel op de Maagdeneilanden wordt geleid door de blanke Zimbabwaanse wonderboy Billy Rautenbach. Deze rallypiloot werd later zelfs directeur-generaal van Gécamines. Maar het mocht niet baten: de mijnbouw in Katanga - ooit de economische motor van het land - leek een langzame dood te sterven. Leverde Katanga eind van de jaren tachtig nog vijfhonderdduizend ton koper en tienduizend ton kobalt op, dan was dat in 1998 geslonken tot achtendertigduizend ton koper en vierduizend ton kobalt. Dat was des te erger omdat vooral de koersen van kobalt ondertussen pijlsnel de hoogte in gingen. Kobalt wordt steeds meer gebruikt in de industrie, vooral in de luchtvaartsector. Legeringen voor harde metalen, diamantslijperij, batterijen, katalysators, verf, magnetische banden: overal zit kobalt in. Vandaag de dag is een van de schaarse buitenlanders die in Katanga kobalt delft, de Belg George Forrest, Nieuw-Zeelander van afkomst en baas van EGMF. Dat bedrijf exploiteert samen met de Finse groep OM de slakkenbergen rond Lubumbashi. Doel is om tegen 2020 zo'n vijfduizend ton kobalt te winnen. EGMF doet het voorlopig nog niet schitterend, maar Forrest hoopt dat hij op termijn voordeel haalt uit zijn aanwezigheid in Katanga. Dat mag ook iets kosten. Vorig jaar betaalde Forrest de verblijfskosten van een grote Congolese delegatie op het economische forum in Cran Montana (Zwitserland). Tenminste, dat zegt Robert Stewart, ex-president van het kleine Canadese America Mineral Fields (AMF). Stewart is goed bevriend met Kabila. De stichter van AMF, de Mauretaan Jean-Raymond Boulle, dweilt de hele wereld af, maar heeft een vast adres in Monaco. Hij was de eerste investeerder die Kabila ging opvrijen: in februari 1997 - Kabila was nog een "rebel" - gaf hij hem een vliegtuig cadeau. Kabila was duidelijk dankbaar. In april 1997 tekende Gaetan Kakudji - neef van Kabila en vandaag minister van Binnenlandse Zaken - een document waardoor de Alliance des Forces Démocratiques pour la Libération du Congo aan AMF uitgebreide mogelijkheden beloofde om de slakkenbergen van Kolwezi te exploiteren, samen met Gécamines en Anglo-American.SLAKKENBERGEN VOL GELDTwee jaar later duikt Union Minière plotseling weer op. Op 4 oktober van dit jaar kondigt het bedrijf aan dat het nieuwe aandelen en warrants van America Mineral Fields wil kopen. En voor een dikke zeshonderd miljoen frank krijgt Union Minière eenvijfde van de aandelen van AMF in handen. Via dat omweggetje wordt Union Minière partner van de Zuid-Afrikaanse reus Anglo-American in Congo Mineral Developments, het bedrijf dat dus samen met Gécamines de afvalbergen van Kolwezi gaat bewerken. En dat is een goudmijn. De afvalbergen zouden allemaal samen zo'n 110 miljoen ton slakken bevatten. In dat afval zit naar schatting gemiddeld 1,32 procent koper en 0,32 procent kobalt. Volgens Union Minière hebben de eerste studies uitgewezen dat zo'n negentig procent van het koper en zeventig procent van de kobalt gerecupereerd kan worden. Omgerekend wil dat zeggen dat er jaarlijks zo'n 75.000 ton koper en 12.000 ton kobalt gewonnen kan worden. Alleen voor kobalt kan dat een jaarlijkse opbrengst van vijftien miljard frank betekenen. Er staat dus behoorlijk wat op het spel en dat wil zeggen dat alle deelnemers uiterst voorzichtig manoeuvreren. In de officiële mededeling van 4 oktober stelt Union Minière dan ook dat haar beslissing zoveel geld te investeren ingegeven is door de overwegingen dat "de vrede in zicht is na de akkoorden van Lusaka" (getekend op 10 juli en 31 augustus) en nog door "de nieuwe wending die de politieke relaties tussen België en de Democratische Republiek Congo namen". Van vrede is geen sprake en betere relaties tussen België en Kabila zijn er al evenmin. Wat is er dan aan de hand? Het is duidelijk dat Union Minière de lichtgeraakte Kabila wil ontzien en niet te veel aandacht heeft voor de verklaringen die de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Louis Michel, aflegde bij de opening van de Algemene Vergadering van de VN. Michel had toen hardop en duidelijk gezegd dat hij geen partnerschap zag tussen België en een land dat het bezit van deviezen verbood. Daarmee verwees Michel duidelijk naar de arrestatie van effectenmakelaars in Kinshasa. Maar in de wandelgangen wordt gefluisterd dat de verklaringen van Michel niets met die valuta-arbitrageanten te maken hebben, maar een boze uitval zijn naar Hervé Hasquin. Die is minister-president van de Franse Gemeenschapsregering, bevoegd voor Internationale Betrekkingen en net als Michel lid van de liberale regeringspartij PRL. Michel wou duidelijk maken wie de echte baas is in een democratie. En dat is in zijn ogen niet Hasquin. De woede van Michel is verklaarbaar: Hasquin had op de top van de Francofonie in Moncton (Canada) een duidelijk vriendschappelijke ontmoeting met Kabila, zonder dat Michel daarvan op de hoogte was.KABILA GAAT NIET WEGMaar zelfs als de Belgisch-Congolese betrekkingen op zonnig stonden, dan nog is het optimisme van Union Minière verbazingwekkend. Want het einde van de rebellenoorlog is nog lang niet in zicht en de verschillende kampen beschuldigen elkaar vrolijk van schendingen van de akkoorden van Lusaka. De waarheid ligt elders. Via een participatie in AMF is Union Minière op termijn verzekerd van bevoorrading. Het staat ook vast dat Union Minière niet gelooft in de zo vaak geventileerde overtuiging dat Kabila op het punt staat verjaagd te worden. Integendeel: voor Union Minière zit hij daar nog lang. En dat is geen wensdroom. De minister van Defensie van Zimbabwe, Moven Mahachi, heeft aangekondigd dat er een joint venture is tussen het bedrijf Osleg (in handen van top-officieren van Zimbabwe) en Comiex, een bedrijf dat eigendom is van Kabila en enkele van zijn ministers. De nieuwe joint venture heeft een kapitaal van twee miljard en zal zich gaan bezighouden met de goud- en diamanthandel vanuit Congo. Volgens Morgan Tsvangirai, oppositieleider in Zimbabwe, zorgt Kabila er zo voor dat het Zimbabweaanse leger er alle belang bij heeft dat hij aanblijft. Want zelfs zonder het alibi dat de vredesgesprekken en het staakt-het-vuren vormen, zal een aandeel in de winst de legerchefs ertoe aanzetten om Kabila tot het bittere einde te verdedigen. Hun financiële en zijn politieke toekomst lopen immers mooi gelijk. Maar er is nog een reden waarom Robert Stewart, ex-president van AMF, de nadruk legt op de vriendelijkheid van de mijbouwondernemingen tegenover Kabila. Het is dringend nodig dat president Kabila een sluitend akkoord ondertekent als hij zijn Kolwezi-project wil doen slagen. Volgens een AMF-bericht van 26 januari 1999 is er wel degelijk een akkoord tussen Congo Mineral Developments (Union Minière en Anglo-American), de Congolese regering en Gècamines waardoor de eigendom van de terrils van Kolwezi wordt overgedragen aan een nieuwe joint venture waarvan veertig procent in handen is van Gécamines, de rest eigendom van America Mineral Fields en Anglo-American. Maar er is geen presidentiële handtekening en dus is het akkoord van nul en generlei waarde. Kabila wil - zoals te verwachten - dat de investeerders AMF en Anglo-American, die indertijd zo'n vijf miljard frank hadden beloofd, eindelijk beginnen te betalen. Dat is een netelige zaak, waarover Union Minière zich nu moet buigen. Maar dat mag geen probleem zijn voor de compromissluiter bij uitstek - ex-premier Jean-Luc Dehaene - die nu in de raad van bestuur zit. Union is dus weer helemaal terug van weggeweest.François Misser