Er wordt in het Vlaams Parlement vaak theater opgevoerd, maar de keren dat er over theater gepraat wordt, zijn op de vingers van een hand te tellen. Op 5 november keurde het parlement echter een motie goed van drie meerderheidspartijen (SP.A, Open VLD en CD&V) waarin minister van Cultuur Bert Anciaux (Vl.Pro) wordt aangemaand om 'het klassieke repertoire' in het theaterlandschap te stimuleren. Die motie was de zoveelste manifestatie van 'canondrift'. Na de letteren is blijkbaar ook de theaterwereld op zoek naar zijn roots. Op zich is dat een goeie zaak, en Knack droeg in de zomer van 2007 trouwens een steentje bij met een reeks van tien Vlaamse theaterklas...

Er wordt in het Vlaams Parlement vaak theater opgevoerd, maar de keren dat er over theater gepraat wordt, zijn op de vingers van een hand te tellen. Op 5 november keurde het parlement echter een motie goed van drie meerderheidspartijen (SP.A, Open VLD en CD&V) waarin minister van Cultuur Bert Anciaux (Vl.Pro) wordt aangemaand om 'het klassieke repertoire' in het theaterlandschap te stimuleren. Die motie was de zoveelste manifestatie van 'canondrift'. Na de letteren is blijkbaar ook de theaterwereld op zoek naar zijn roots. Op zich is dat een goeie zaak, en Knack droeg in de zomer van 2007 trouwens een steentje bij met een reeks van tien Vlaamse theaterklassiekers van na 1950. Het pleidooi om het repertoire van onder het stof te halen komt uit alle hoeken: politici zien met lede ogen aan hoe de publieke interesse voor het theater verschrompelt terwijl de subsidies sinds 1999 met 37 procent stegen. Daar komt ooit populistische hommeles van. Leraars vragen zich af waar hun leerlingen vandaag nog kennis kunnen maken met de theatertraditie. Oudere Vlamingen, die het theater van vóór 1980 hebben gekend, vinden al die nieuwlichterij op de podia maar niks en haken af. Ook de oudere acteurs voelen zich verweesd. Zij zijn opgegroeid in een traditie die een acteur nog in een dienende rol zag. Sinds de jaren tachtig zijn er geen acteurs meer, alleen nog 'theatermakers'. Die verschuiving van uitvoerende naar scheppende kunstenaars leidt tot veel geëxperimenteer en af en toe een schitterende voorstelling. Ze zorgt echter ook voor vervreemding. Ten slotte zijn er de toneelauteurs. Die zijn verworden tot leveranciers van 'tekstmateriaal' waarmee die theatermakers 'hun ding' kunnen doen. Afgestudeerden van theaterscholen kunnen - zo wordt gezegd - geen theaterteksten meer begrijpen. Om al die redenen lijkt een pleidooi voor een klassiek, publieksgericht repertoiretheater de logica zelve. De subsidieaanvraag van Music Hall, dat Dirk Tanghe inhuurde om in Antwerpen en Gent met het Publiekstoneel repertoiretheater te gaan maken, komt niets te vroeg. De intrede van Bob De Moor, die het volkstoneel in Gent nieuw leven wil inblazen, in de Beoordelingscommissie Theater, toont ook aan dat minister Anciaux de roep om een 'bredere' commissie heeft gehoord. Maar de tegenaanval is ingezet. Zo heeft Peter Missotten van de Filmfabriek (een van de satellieten van het Toneelhuis) de url van het Publiekstoneel ingepalmd. Wie naar www.publiekstoneel.be surft, krijgt de volgende tekst te lezen: 'al deze gezelschappen brengen publiekstoneel'. Zonder het hen te vragen, heeft hij daar de websites van alle structureel erkende Vlaamse theaters aan toegevoegd. Daarmee sleept hij hen mee in een heilloze zwart-witdiscussie. Welke argumenten heeft de gesubsidieerde sector om zich te verzetten tegen de komst van het Publiekstoneel? Wouter Hillaert schreef in Rekto: verso dat Music Hall nooit op een rendabele manier repertoirestukken kan opvoeren in Vlaanderen. Een waarheid als een koe, maar meteen ook hét ultieme argument om Dirk Tanghe en co. wél te subsidiëren. Het is wel tekenend dat Anciaux door zijn eigen coalitiepartners in de tang wordt genomen. Zelfs een rabiate Anciaux-hater moet toegeven dat de minister al negen jaar (vergeefs) probeert om de theatersector publieksvriendelijker te maken. Hem nu in het kamp van de 'ascetische elite' duwen is niet erg netjes. door Karl van den Broeck