"Oef, het gebouw zal niet leeg staan." Dominique Peirs beschrijft de reactie van de buurt toen bekend werd dat de kantoren van bouwonderneming Vooruitzicht aan de Turnhoutsebaan onmiddellijk een andere bestemming zouden krijgen. In oktober start het Antwerps Regionaal Call-Centrum (ARCC) er zijn activiteiten.
...

"Oef, het gebouw zal niet leeg staan." Dominique Peirs beschrijft de reactie van de buurt toen bekend werd dat de kantoren van bouwonderneming Vooruitzicht aan de Turnhoutsebaan onmiddellijk een andere bestemming zouden krijgen. In oktober start het Antwerps Regionaal Call-Centrum (ARCC) er zijn activiteiten. In de stijlvolle ingerichte kantoren zullen in een eerste fase honderd operatoren telefoons beantwoorden. Ze kunnen worden ingeschakeld voor, bijvoorbeeld, O800-lijnen of de reservaties voor het Van Dijck-jaar (199). De operatoren kunnen ook aan televerkoop doen. Bij de uitgaande telefoons wordt aan telemarketing gedaan. Of het call-centrum werkt mee aan enquêtes. Het project en de zaakvoerder zijn producten van een andere kijk op stadsdelen in moeilijkheden. Pas in de jaren negentig won de idee veld dat zachte sociale noodhulp niet zou volstaan. Maatregelen in de harde sectoren moesten de buurten mee opkrikken. Dat betekende dat er weer in infrastructuur moest worden geïnvesteerd. Ook de economische bedrijvigheid moest worden gestimuleerd: de wijken en hun bewoners dienden uit hun isolement te worden gehaald, moesten weer aansluiting krijgen bij de rest van de stad en bij de economie. Dat was de filosofie achter de Buurtontwikkelingsmaatschappij (BOM) die destijds in Noordoost-Antwerpen (NOA) aan de slag ging en er onder meer het bedrijvencentrum Noa uit de grond stampte. Dominique Peirs maakte het centrum binnen de twee jaar rendabel. Ze start nu het Call Centrum met geld van de Europese Unie (13 miljoen frank), het Vlaamse Gewest (13,5 miljoen), de privé-sector (20 miljoen) en de stad (42 miljoen). Of die overheidssteun niet concurrentievervalsend werkt? "Wij zorgen voor de doorstroming van laaggeschoolden. Die krijgen eerst een vier maanden durende opleiding bij het Antwerps Technologiecentrum (Atec), een ander initiatief van de BOM. Vervolgens lopen ze hier een maand stage. Het is de bedoeling dat ze daarna door andere bedrijven worden weggeplukt." Het ARCC put maximaal voordeel uit zijn ligging: in de directe omgeving wonen veel mensen die van huize uit anderstalig zijn, en native-speakers is net wat een call-centrum zoekt. "Wij verlenen diensten aan internationale bedrijven maar even goed aan kleine en middelgrote ondernemingen uit Antwerpen. Tegen een betaalbare prijs van vier- à vijfduizend frank per maand regelen wij de afspraken voor de loodgieter of de dokter. Via hun computer kunnen onze klanten de invulling van hun agenda op de voet volgen". Peter Renard