Unieke stukjes uit het DNA, de molecule die de geneti- sche informatie bevat, kunnen schuld of onschuld met zekerheid vaststellen. Een overzicht van de technieken.
...

Unieke stukjes uit het DNA, de molecule die de geneti- sche informatie bevat, kunnen schuld of onschuld met zekerheid vaststellen. Een overzicht van de technieken.Het DNA is de molecule die de genetische informatie bevat. Haar ruggengraat is een eindeloos lange keten van vier basen (adenine, cytosine, guanine en thymine), waarvan de volgorde de genetische code vormt, die wordt overgeschreven in functionele eiwitten. Deze code wordt door de ouders aan hun kinderen doorgegeven. Tijdens dat proces wordt de informatie van beide ouders ?gemengd?. Er kunnen ook spontane veranderingen optreden. Dat maakt dat de genetische code uniek is voor elk levend wezen, behalve voor de leden van een eeneiige meerling, die genetisch elkaars gelijken zijn. Het gebruik van DNA in het gerechtelijk onderzoek steunt op technieken, waarmee individuele verschillen routinematig kunnen worden aangetoond. De oorsprong van de ?genetische vingerafdruk? ligt in de vaststelling in 1984 dat welbepaalde korte stukken van de DNA-keten tot duizenden keren worden herhaald. Het aantal keren dat dezelfde combinatie van een vijftiental basen na elkaar voorkomt, verschilt van individu tot individu. Het opsporen van de frequentie van deze ?genetische stottering? vormt de basis van de DNA-expertise. Als er een resultaat is, is dat meestal sluitend. Het volstaat een kleine hoeveelheid DNA te isoleren uit wat bloed, een druppel speeksel, een haar of een ander stukje weefsel. Speciale enzymen knippen het DNA van de zones die onderzocht worden de ?merkers? op welbepaalde plaatsen door. Afhankelijk van het aantal herhalingen in de code levert dat stukken van verschillende lengte op. Door middel van electroforese worden deze naargelang hun lengte gescheiden. De patronen van banden die ontstaan, vormen de genetische vingerafdruk. De klassieke methode behelst de analyse van verschillende merkers : de multi-locus-test. Die heeft het voordeel uniek te zijn voor elk individu, maar het nadeel dat er veel DNA nodig is om tot een sluitend resultaat te komen. In naar schatting de helft van de gevallen kunnen gerechtelijke experts met deze methode geen resultaat behalen, omdat ze over te weinig DNA beschikken : wat zaadvlekken op het ondergoed van een verkrachte vrouw of gedroogde bloeddruppels op een zakdoek. Daarom werd de single-locus-test ontwikkeld, die vijftig keer minder DNA vereist dan de oorspronkelijke test. Hij heeft wel het nadeel dat er een statistische kans bestaat dat het resultaat niet uniek is voor een individu. Daarom spreken de experts in dit geval niet over een vingerafdruk, maar over een ?DNA-profiel?. Door drie of vier single-locus tests op één staal te doen, sluiten ze statistische overlap uit. Soms krijgen de onderzoekers een staal binnen waarin amper DNA te vinden is. Stukjes bot van een lijk in verregaande staat van ontbinding, bijvoorbeeld. Ze zouden daar niets mee kunnen aanvangen, als ze niet over een techniek zouden beschikken, waarmee korte stukjes DNA eindeloos kunnen worden vermenigvuldigd. Met deze polymerase-kettingreactie kan zelfs uit een miniem staal een bruikbare hoeveelheid DNA worden gedestilleerd. De techniek vereist dat het werk in heel steriele omstandigheden wordt uitgevoerd : als de stalen met ?vreemd? DNA besmet raken, wordt ook dat gerepliceerd. Omdat deze methode geen stukken DNA kan creëren die lang genoeg zijn om er de klassieke merkers mee te bewaren, moesten merkers worden opgespoord op basis van herhalingen van een combinatie van slechts een drietal basen : de short tandem repeats. Onder meer het Centrum voor Menselijke Erfelijkheid van de KU Leuven is deze heel delicate techniek meester.