Hoe kunnen we zo snel mogelijk een mouw passen aan het nijpende financiële probleem van een derde van onze pensioenfondsen, vroegen ze zich vorige week in Nederland vertwijfeld af. Door de premies te verhogen, antwoordde de toezichthouder voor de pensioenmarkt. Als gevolg van de beursmalaise zijn 300 van de goed 900 pensioenfondsen in Nederland in gevaar. Door een te lage dekkingsgraad zullen de pensioenen in de toekomst misschien wel niet volledig kunnen worden uitbetaald.
...

Hoe kunnen we zo snel mogelijk een mouw passen aan het nijpende financiële probleem van een derde van onze pensioenfondsen, vroegen ze zich vorige week in Nederland vertwijfeld af. Door de premies te verhogen, antwoordde de toezichthouder voor de pensioenmarkt. Als gevolg van de beursmalaise zijn 300 van de goed 900 pensioenfondsen in Nederland in gevaar. Door een te lage dekkingsgraad zullen de pensioenen in de toekomst misschien wel niet volledig kunnen worden uitbetaald. Ook in België werden de buffers van de pensioenfondsen door de slechte beursprestaties aangevreten. De Belgische toezichthouder, de Controledienst der Verzekeringen, voerde eind augustus een enquête uit en stelde vast dat enkele pensioenfondsen extra kapitaal moeten bijstorten. Toch is de toestand in België minder ernstig dan in Nederland - dat beweren althans verschillende vertegenwoordigers uit de sector. De twee systemen verschillen grondig van elkaar, analyseren ze. De Nederlandse pensioenfondsen hanteren een resultaatsverbintenis. Niet alleen garanderen ze een bepaald pensioenbedrag bij de uittreding, ze moeten ook zelf instaan voor de financiële dekking. Een van de hulpmiddelen daarbij is een verhoging van de premies van de werknemers. De aansprakelijkheid van de Belgische pensioenfondsen gaat minder ver. Voor hen blijft het bij een middelenverbintenis. Het volstaat de pensioenpot waarover ze beschikken te beheren als een goede huisvader. En dat wordt gecontroleerd. Wijkt de evolutie van het fonds af van de vooruitzichten bijvoorbeeld als gevolg van een beursmalaise, dan kloppen ze maar aan bij de werkgever. Bij tweederde van de pensioenfondsen in België draagt hij de ultieme verantwoordelijkheid. Maar de werkgever zal zelf maar eens over de kop gaan. 'Geen nood' zegt secretaris-generaal Hugo Clemeur van de Belgische Vereniging van Pensioenfondsen. 'De Belgische reglementering zorgt ervoor dat elk pensioenfonds voldoende middelen heeft om historisch opgebouwde rechten uit te betalen.''Een pensioenfonds zelf kan trouwens niet failliet gaan, het kan hoogstens ontbonden worden. Het geld dat gestort is, blijft dan ook gewoon staan' bevestigt Karel Stroobants, voorzitter van de vereniging. 'Persoonlijke bijdragen gaan nooit verloren. Bij het faillissement van een bedrijf wordt de toekomstige betaling van premies stopgezet. Maar iedereen behoudt de rechten die hij heeft opgebouwd.'Uit het verleden zijn voorbeelden bekend van pensioenfondsen die uiteindelijk leeg bleken te zijn. Dat was het geval voor de Grand Bazar de Liège in de jaren '60 bijvoorbeeld. 'Maar dat scenario dateert van voor de reglementering', aldus Hugo Clemeur. Het lot van de pensioenfondsen ligt wat dat betreft vandaag in handen van de Controledienst der Verzekeringen (CDV). Die ziet toe op de werking van deze fondsen. Gespreid beleggen - zo luidt een van de deviezen van de CDV. En dat moet dan weer leiden tot de aanleg van voldoende grote buffers. Vandaag bedraagt het 'overschot' zowat 25 procent, aldus nog Clemeur. 'Over zoveel middelen beschikken de fondsen gemiddeld om aan hun toekomstverplichtingen te voldoen.' Ook de Nederlanders hadden voldoende grote buffers kunnen aanleggen. 'De markt in Nederland volgt een eigen logica', aldus Stroobants. 'De pensioenfondsen zijn er goed voor 400 miljard euro - in België bedraagt de markt alles bij elkaar 10 miljard euro aan pensioenfondsen en 20 miljard aan groepsverzekeringen. Bovendien bestaat de markt er al twintig jaar. In plaats van buffers aan te houden, koos de mature Nederlandse markt ervoor een deel van de winsten van de tweede helft van de jaren negentig voor extra voordelen aan te wenden. KLM voerde de zogenaamde pension contribution holidays in. Ze stortten niet langer bijdragen omdat het vermogen toch aangroeide. Maar zo smolt de buffer weg. In België werd die praktijk nog niet toegepast.' Hoe dan ook zijn pensioenfondsen langetermijnbeleggingen. Clemeur: 'Normaal gezien moeten ze de risico's van de schommelingen aankunnen. Ongeveer 50 procent kan dan ook in aandelen worden belegd. De pensioenen moeten immers niet vandaag betaald worden.' Dezelfde redenering geldt voor de levensverzekeringen. Volgens de CDV hebben ook de verzekeraars voldoende buffers om problemen op te vangen. Toch wijzen ze erop dat enkele kleinere verzekeraars in de problemen kunnen komen, als de beurs nog verder daalt. De pensioenspaarfondsen luiden nu al de alarmbel. Niet dat ze op dit moment problemen hebben om de tegoeden uit te betalen. Ze waarschuwen er vooral voor dat wie nu als zestiger zijn geld uit het fonds terugtrekt, misschien minder krijgt dan wanneer hij dat in de toekomst zou doen. Door de negatieve return van de jongste jaren, is het interessanter om nog even geduld te oefenen. Vooral wie nog niet lang aan pensioensparen doet, riskeert er minder uit te halen dan hij er heeft ingestopt. Maar er mag vooral geen paniek ontstaan. Normaal gezien is er een grotere instroom van premies dan een uitstroom van tegoeden, en is er geen probleem om uit te betalen. Als iedereen - ook de jongere spaarders - halsoverkop en zelfs met verlies zijn geld begint op te vragen, moeten de fondsen bijkomend verkopen op de beurs en is het hek van de dam. Geduldig blijven dus. Maar wie heeft tegen de achtergrond van deze economische malaise genoeg geld om rustig af te wachten? I.V.D.