Zeeleeuwen zijn een van de grote attracties van de Galapagoseilanden: een groep ruige rotsen op bijna duizend kilometer van de kust van Ecuador, pal op de evenaar. De enige plaats ter wereld waar je pinguïns op de evenaar kunt zien. De eilanden zijn zo afgelegen dat ze een van de laatste plaatsen in de wereld zijn waar mensen kwamen. Ze doken vanaf zo'n 5 tot 6 miljoen jaar geleden één voor één uit de oceaan op als gevolg van vulkanische activiteit, en werden mondjesmaat gekoloniseerd door dieren en planten die kwamen aanvliegen of aandrijven vanaf het Zuid-Amerikaanse vasteland.
...

Zeeleeuwen zijn een van de grote attracties van de Galapagoseilanden: een groep ruige rotsen op bijna duizend kilometer van de kust van Ecuador, pal op de evenaar. De enige plaats ter wereld waar je pinguïns op de evenaar kunt zien. De eilanden zijn zo afgelegen dat ze een van de laatste plaatsen in de wereld zijn waar mensen kwamen. Ze doken vanaf zo'n 5 tot 6 miljoen jaar geleden één voor één uit de oceaan op als gevolg van vulkanische activiteit, en werden mondjesmaat gekoloniseerd door dieren en planten die kwamen aanvliegen of aandrijven vanaf het Zuid-Amerikaanse vasteland. Omdat er bijna geen rovers op de eilanden raakten, met uitzondering van de mens een kleine vijfhonderd jaar geleden, zijn de dieren er uitzonderlijk tam. Ze hadden geen nood aan angst- en vluchtreflexen, want er was niets of niemand waarvoor ze op de vlucht moesten. De lokale aalscholvers kunnen er zelfs niet meer vliegen. Vandaag kun je op de stranden van de eilanden zonnen tussen zeeleeuwen die zich niets van je aanwezigheid aantrekken. In de dorpjes van de archipel liggen zeeleeuwen op de banken met uitzicht op zee, en zitten toeristen noodgedwongen op de rotsen waarop vroeger de zeeleeuwen lagen. Ook onder water kom je speelse zeeleeuwen tegen. Toch ondervinden de dieren hinder van de menselijke bezoekers. Niet in de vorm van de nietsontziende jacht die eeuwenlang op hen is gevoerd, waardoor er ten tijde van de legendarische doortocht van Charles Darwin, de man die ons een sluitend mechanisme voor de evolutie van het leven schonk, op de eilanden véél minder zeeleeuwen te zien waren dan nu. Wel als gevolg van een sluipende bedreiging die natuurbeschermers zorgen baart: de dieren krijgen last van ziektes die de mens en andere indringers in hun biotoop brengen. Het vakblad Public Library of Science ONE publiceerde een studie die aantoont dat het afweersysteem van zeeleeuwen in contact met mensen in overdrive gaat, waardoor ze minder energie overhouden voor andere activiteiten. Wetenschappers vergeleken de conditie van dieren op eilanden met en zonder permanente menselijke bewoning. De dieren op de bewoonde eilanden hebben een dunnere speklaag, waarschijnlijk omdat hun afweersysteem voortdurend in de weer moet om ziektes te counteren die ze overnemen van de mens en zijn volgelingen, zoals katten en geiten. De kans dat een ziekte waar de uitzonderlijke dieren van de Galapagoseilanden geen ervaring mee hebben een ravage zou aanrichten op de archipel is reëel. Een groot deel van de fauna van de Galapagos is endemisch, ze komt dus alleen daar voor. Het gaat de facto om kleine aantallen, waardoor de soorten extra kwetsbaar zijn. Het is overtrokken te stellen dat Darwin tijdens zijn vijf weken lange verblijf op de eilanden in 1835 - exact driehonderd jaar nadat ze per ongeluk ontdekt werden door een uit koers geslagen scheepje - het licht van de evolutietheorie zag, maar de Galapagoseilanden zijn wel het mooiste natuurlijke experiment waarin de concepten van Darwins natuurlijke en seksuele selectie als evolutiemechanismen tot uiting komen. De dieren en planten die er in de loop der tijden zijn aangekomen, pasten zich vanzelf aan de specifieke omstandigheden van de verschillende eilanden aan. Maar of de darwiniaanse aanpassingscapaciteit zal volstaan om ze allemaal voor ellende als gevolg van menselijke activiteiten te behoeden, is zeer de vraag. In de vele vliegtuigen die met vooral toeristen aan boord op de eilanden landen, wordt onderweg gesproeid tegen muggen en andere mogelijke ziekteoverdragers. Er zijn controlesystemen om te vermijden dat er niet-inheemse dieren en planten worden ingevoerd. Maar die zijn niet sluitend, en er is nog altijd illegale activiteit rond de eilanden, onder meer op het vlak van immigratie en visserij. Vooral schepen zouden muggen aanvoeren, al was het maar omdat die onderweg door hun lichten worden aangetrokken. Een studie die in Proceedings of the Royal Society B gepubliceerd werd, toonde aan dat er geregeld muggen op de eilanden aankomen die ziektes kunnen overdragen, zoals vogelmalaria en westelijkenijlkoorts, beide potentieel erg schadelijk voor vogelpopulaties. De inplanting van die ziektes op Hawaï op het eind van de negentiende eeuw leidde tot het uitsterven van tal van inheemse soorten. Liefst 22 van de 29 landvogelsoorten op de Galapagoseilanden zijn endemisch - daaronder de fameuze darwinvinken met hun aan de specifieke eigenschappen van hun leefmilieu aangepaste bekken die zo'n prachtig voorbeeld van natuurlijke selectie vormen. Er is geen enkel zoogdier dat op natuurlijke wijze de weg naar de Galapagoseilanden gevonden heeft. Vogels kunnen ernaartoe vliegen, en reptielen raken er ook. De indrukwekkende zee- en landleguanen, bijvoorbeeld: afstammelingen van voorlopers uit het regenwoud van het vasteland die met drijfhout ter plekke kwamen - ze kunnen namelijk maandenlang zonder eten of drinken, en zijn bestand tegen zowel hete dagtemperaturen als koude nachten. Geen enkel zoogdier kan dat, tenzij de mens, als hij goed voorbereid is. Of als hij kan rekenen op de voorzienigheid, zoals de Spaanse bisschop die in 1535 als eerste op de eilanden terechtkwam. Maar ondertussen wemelt het er van de katten en ratten en honden en geiten, om maar die te noemen. Van één rat, nazaten van scheepsratten die zich aan een vegetarisch leven hebben aangepast, wordt aangenomen dat ze een authentieke soort is geworden, maar de rest van de zoogdiergemeenschap moet onder controle worden gehouden, of worden verdelgd. Op sommige eilanden hebben zoogdieren de unieke reuzenlandschildpadpopulatie in de vernieling gewerkt door nesten te vernietigen en voedsel te plunderen. Het vakblad Insect Conservation and Diversity publiceerde onlangs solide aanwijzingen voor de juistheid van de stelling dat invasieve diersoorten bijna niet worden aangevallen door ziektes en parasieten van zelfs verwante lokale soorten. Daardoor kunnen ze extra woekeren en finaal de originele soorten uit de markt concurreren. Waarna ze eventueel wel kwetsbaar worden voor de parasieten, maar dan is het voor de originele soorten te laat. Darwins evolutietheorie speelt op vele fronten. Het probleem doet zich ook onder water voor, want schepen brengen algen en vissen mee die het onderwaterleven op zijn kop kunnen zetten - en controle daarop is veel moeilijker dan op het landleven. Honden en katten worden nu massaal gesteriliseerd op de Galapagoseilanden, en geiten en varkens zijn op de meeste eilanden geëlimineerd, ten koste van miljoenen euro's. Maar de ratten, dat is een ander paar mouwen. Het vakblad Nature bracht in de zomer een analyse van de situatie, met grootschalige dure vergiftigingsacties en de moeilijkheden die daarmee gepaard gaan, zoals het risico dat de Galapagosbuizerd ten onder gaat, omdat hij de vergiftigde ratten eet. Nu worden de buizerds op voorhand gevangen, wat niet zo moeilijk is want ook zij zijn tam, en na de actie weer in hun biotoop losgelaten. De vraag is natuurlijk of het realistisch is te veronderstellen dat de eilanden rattenvrij gemaakt kunnen worden. Er wonen 35.000 mensen op de Galapagos, en er komen elk jaar ongeveer 180.000 bezoekers langs. De druk is zo groot geworden dat de Unesco, die de eilanden in 1978 tot werelderfgoed bombardeerde, er recent mee dreigde het label weg te nemen omdat de Ecuadoriaanse autoriteiten te weinig zouden doen om het toerisme aan banden te leggen. De Galapagoseilanden zijn een geweldige bron van inkomsten. Het is moeilijk balanceren op het slappe koord tussen commerciële exploitatie en het beschermen van natuurlijke rijkdommen. Wetenschappers blijven zich ondertussen verbazen over de aanpassingen van de dieren aan hun Galapagosleefmilieu. Zelfs de prachtige fregatvogels, de draken van de zee, zouden genetisch zo sterk van hun soortgenoten langs de Amerikaanse kust verschillen dat ze als een aparte soort moeten worden beschouwd, ondanks de veronderstelling van Darwin en velen met hem dat zeevogels zulke grote afstanden afleggen dat apartesoortvorming onwaarschijnlijk is. De darwinvinken maken het intussen ingewikkeld, want de soorten beginnen onderling te kruisen, zodat er hybriden in het spel komen. Daarenboven zouden steeds meer vinken de neiging hebben om zich, zoals onze mussen, op menselijke voeding te concentreren, waardoor op termijn het intrigerende verhaal van bekken die zich aan specifieke voedingsomstandigheden aanpassen irrelevant zou kunnen worden. De verschillen tussen de Galapagosspotvogels, waarin Darwin zo'n duidelijk verband met het vasteland zag, zouden dan weer aan toeval te wijten zijn: aan het effect van kleine startpopulaties die afwijkingen in een soort kunnen introduceren zonder dat er een functie aan gekoppeld is - niet alles in de genetica hoeft een logische verklaring te hebben. Ook de zwaluwstaartmeeuwen passen hun voedingsgedrag aan. Ze hebben, volgens Public Library of Science ONE, op de Galapagos een voor meeuwen uitzonderlijke jachttechniek ontwikkeld: ze vissen 's nachts. Ze duiken om vissen te vangen, maar omdat ze niet diep kunnen duiken moeten ze 's nachts vissen, want dan zitten de vissen dichter bij het oppervlak. Als aanpassing daaraan hebben de meeuwen grotere ogen gekregen, zodat ze beter 's nachts kunnen zien. Finaal hebben biologen, volgens Journal of Animal Ecology, vastgesteld dat zelfs de gigantische reuzenlandschildpadden, die tot 250 kilogram kunnen wegen, grote verplaatsingen maken. Ze kunnen tot tien kilometer afleggen, op en af de vulkaan van hun eiland, met een snelheid van maximaal 800 meter per dag. Daarbij fungeert de voorkant van hun schild als een soort scheermes om zich een weg te banen door dichte begroeiing. Waarom ze die verplaatsingen maken, is niet duidelijk. Bijna tweehonderd jaar na Darwins doortocht hebben de eilanden hun geheimen nog niet allemaal prijsgegeven. DOOR DIRK DRAULANS, FOTO'S KAMILA MAYORGA-PAREDESGeen enkel zoogdier heeft op natuurlijke wijze de weg naar de Galapagoseilanden gevonden.