Lange tijd was de bankier een vertrouwenspersoon. Je ging bij hem (vooral hem, want van vrouwelijke bankdirecteurs is nauwelijks sprake) te rade voor je geldzaken en je geloofde hem. Of je hield op z'n minst rekening met zijn advies. Dat vertrouwen zijn de bankiers de laatste maanden kwijtgespeeld. Het is gebleken dat hun adviezen vaak ingegeven werden door eigen profijt: ze prezen financiële producten aan waar vooral zijzelf grote winstmarges op haalden. Bovendien namen ze onverantwoorde risico's, zoals nu blijkt uit de rommelkredieten waarmee ze opgezadeld zitten. De financiële instell...

Lange tijd was de bankier een vertrouwenspersoon. Je ging bij hem (vooral hem, want van vrouwelijke bankdirecteurs is nauwelijks sprake) te rade voor je geldzaken en je geloofde hem. Of je hield op z'n minst rekening met zijn advies. Dat vertrouwen zijn de bankiers de laatste maanden kwijtgespeeld. Het is gebleken dat hun adviezen vaak ingegeven werden door eigen profijt: ze prezen financiële producten aan waar vooral zijzelf grote winstmarges op haalden. Bovendien namen ze onverantwoorde risico's, zoals nu blijkt uit de rommelkredieten waarmee ze opgezadeld zitten. De financiële instellingen boekten er miljardenwinsten mee, de bankiers streken miljoenen aan salarissen en bonussen op. Al wie daar vragen bij had, werd weggehoond, want die was niet mee met de tijd of werd gedreven door afgunst. We weten ondertussen wat het resultaat is: de overheid moest massaal bijspringen om de banken te redden. Bij ons was Fortis, de grootste bank van het land, het beste voorbeeld van wat er allemaal misliep en hoe snel het vertrouwen in de bankiers verdween. Het Fortisdossier kostte bij ons bovendien nog de kop van de toenmalige premier en de minister van Justitie. Ze waren in opspraak gekomen omdat ze zich zouden hebben bemoeid met de rechtsgang en dus een inbreuk pleegden op de scheiding der machten. Het vertrouwen in de politici, dat toch al niet stevig is, kreeg daarbij een zoveelste deuk. Fortis dreigt nu nog meer in zijn val mee te slepen. De vaudeville rond de parlementaire onderzoekscommissie, met haar partijpolitieke spelletjes en de lichtzinnige uitspraken van zowat alle direct of indirect betrokkenen, is allesbehalve vertrouwenwekkend. Komt daarbij de vreemde opvoering van de experts, die aanvankelijk publiek betwijfelden of zo'n onderzoekscommissie wel een inbreuk op de scheiding der machten kón onderzoeken zonder daar zelf een inbreuk op te plegen. Maar nauwelijks 24 uur later lieten diezelfde experts weten dat zo'n parlementaire onderzoekscommissie toch wel kon. Is het dan verwonderlijk dat je je afvraagt: wat zijn dat voor experts, die vandaag met veel vertoon wit zeggen en morgen zwart? En dan is er nog de discussie tussen de voorzitter en de procureur-generaal van het Hof van Cassatie. Onderwerp van het dispuut is de opportuniteit van de brief van de voorzitter, waarin stond dat er 'aanwijzingen' waren dat politici de rechtspraak probeerden te beïnvloeden. Dit komt bovenop het eerdere gesteggel tussen rechters die het Fortisdossier moesten behandelen en de tuchtonderzoeken die hierover lopen. Dan rijst de vraag: wat is nog de geloofwaardigheid van justitie als er steeds meer sprake is van een 'guerre des juges'? De val van Fortis heeft natuurlijk enorm negatieve gevolgen voor onze economie. Maar wellicht nog veel erger is dat in de nasleep het vertrouwen in heel wat instellingen, instanties en deskundigen aangetast wordt. En zoals we weten: vertrouwen verdwijnt in galop, maar komt te voet terug. door Ewald Pironet