De Belgische gevangenissen hebben een kwalijke reputatie. Getuige daarvan het jongste verslag van het Comité voor de Preventie van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling (CPT), dat dan nog maar om de vier jaar een beperkt aantal penitentiaire inrichtingen in ons land bezoekt (http: //www.cpt.coe.int). Het blijft wachten op de wet die de rechtspositie van gedetineerden regelt, en die als onderdeel van het Federaal Veiligheids- en Detentieplan door justitieminister Marc Verwilghen (VLD) al in januari 2000 is aangekondigd. Intussen durft alleen nog zijn woordvoerder het probleem van de overbevolking minimaliseren. Dat bijna 9000 gedetineerden in 7500 cellen opgesloten zitten, is slechts een van de pijnpunten. Er is ook de meestal mensonwaardige toestand van zo'n 1200 geïnterneerde psychiatrische patiënten, voor wie de gevangenissen evenmin plaats hebben.
...

De Belgische gevangenissen hebben een kwalijke reputatie. Getuige daarvan het jongste verslag van het Comité voor de Preventie van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling (CPT), dat dan nog maar om de vier jaar een beperkt aantal penitentiaire inrichtingen in ons land bezoekt (http: //www.cpt.coe.int). Het blijft wachten op de wet die de rechtspositie van gedetineerden regelt, en die als onderdeel van het Federaal Veiligheids- en Detentieplan door justitieminister Marc Verwilghen (VLD) al in januari 2000 is aangekondigd. Intussen durft alleen nog zijn woordvoerder het probleem van de overbevolking minimaliseren. Dat bijna 9000 gedetineerden in 7500 cellen opgesloten zitten, is slechts een van de pijnpunten. Er is ook de meestal mensonwaardige toestand van zo'n 1200 geïnterneerde psychiatrische patiënten, voor wie de gevangenissen evenmin plaats hebben. Na het jongste CPT-verslag beloofde Justitie midden maart 2002 dat de geïnterneerden en de gedetineerden die psychiatrische zorg nodig hebben, gehergroepeerd zouden worden in Brugge, Merksplas, Leuven (hulpgevangenis), Bergen en Paifve. Maar alles wijst erop dat Justitie zijn belofte niet kan waarmaken. Sinds april 1999 wordt al gewacht op de beloofde uitbouw van het Penitentiair Onderzoeks- en Klinisch Observatiecentrum (POKO). En het is niet zeker dat het zal verbeteren met het nieuwe directoraat-generaal Uitvoering van Straffen en Maatregelen. Buitenlandse voorbeelden kunnen helpen en daarom liet de Koning Boudewijnstichting vorig jaar twee magistraten, die al jaren met de problematiek van de geestesgestoorde delinquenten vertrouwd zijn, een kijkje nemen in het buitenland. Henri Heimans en Patricia Brad zijn rechter aan het hof van beroep in Gent en voorzitters van de Commissie tot Bescherming van de Maatschappij, bevoegd voor Oost- en West-Vlaanderen. Patricia Brad bezocht een aantal instellingen in negen staten van de Verenigde Staten. Henri Heimans trok naar Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Canada. Eind vorig jaar zorgden zij ervoor dat enkele gezaghebbende buitenlandse experts een aantal instellingen in België konden bezoeken. Hun bevindingen zijn tegelijk vernietigend en hoopgevend, want slechter kan het niet. ( zie kader) Een van de oorzaken blijft de totale miskenning van de interneringsproblematiek, zowel door Justitie en Volksgezondheid als door Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen Mieke Vogels (Agalev). Soms lijkt het wel alsof ook de beleidsmakers denken dat de geestesstoornis van een delinquent een excuus is om een straf te ontlopen. HENRI HEIMANS: De internering is nochtans een zeer zware, zo niet de zwaarste maatregel, omdat er geen tijdslimiet op staat en geïnterneerden in ons land, vooral door hun psychische handicap, nog minder rechten hebben dan andere gedetineerden, laat staan dat zij een kans op een betere toekomst hebben. Want van therapie is in Belgische gevangenissen en de zogenaamde instellingen voor sociaal verweer nauwelijks sprake. Erger nog. Een geestesgestoorde kan bij ons voor zeer banale feiten in het strafrechtelijk circuit terechtkomen en langdurig worden opgesloten, terwijl in Nederland bijvoorbeeld dergelijke daders onmiddellijk in het zorgcircuit worden opgenomen. Zo kennen wij een twintigjarige jongen met de mentale leeftijd van een vijfjarige maar met de fysiek van een volwassene. Hij zat in een medisch-pedagogisch instituut en had er een vrouwelijke medepatiënte aangerand. Zonder te beseffen wat hij verkeerd gedaan had, werd hij overgeplaatst naar een andere kliniek en, ten gevolge van een klacht van de ouders van het meisje, door de rechtbank geïnterneerd. Nog steeds zonder te beseffen wat hem overkwam. De psychiatrische kliniek in Gent waar hij belandde, vond dat hij niet in haar therapeutisch kader paste. Wij hebben er uren voor gepleit om te vermijden dat hij in de gevangenis zou worden opgesloten. Tevergeefs. En daar zit hij nu, in een cel aan de Nieuwe Wandeling in Gent, tussen misdadigers van alle slag, zonder te weten waarom. Komt daarbij dat de psychiatrische afdeling van de Gentse gevangenis 17 bedden telt voor 112 geïnterneerden. Die zitten dus tussen de andere gedetineerden, voor wie ook al veel te weinig cellen en bedden zijn. 's Avonds worden, bij gebrek aan bedden, 25 matrassen op de vloer uitgerold. PATRICIa BRAD: Toen ik nog jeugdrechter was, volgde ik onder anderen een jongen van zijn vijftiende tot zijn achttiende. Björn is verstandelijk minder begaafd en hij pleegde telkens opnieuw kleine misdrijven, waarvoor eigenlijk zijn vader in de gevangenis had moeten zitten. Zijn vader misbruikte hem in alle opzichten. Wij hebben van alles geprobeerd om die jongen uit zijn milieu te redden. Als alternatieve sanctie kon hij op een bepaald ogenblik zelfs mee met een vissersboot op zee. Hij werkte hard en het zag er zelfs naar uit dat hij het juiste pad gevonden had. Hij was echter pas achttien toen hij geïnterneerd werd wegens enkele kruimeldiefstallen in schoolkantines en dergelijke, zoals hij zijn leven lang van zijn vader geleerd had. Toevallig vernam ik dat hij geïnterneerd was. Wij hebben toen geprobeerd om hem uit de gevangenis te krijgen. Dan volgde zijn dossier een andere weg. Maar onlangs ging ik eens kijken wat het onvolprezen project voor Observatie, Behandeling, Relatie en Activiteit (OBRA) sinds eind 2001 voor verstandelijk gehandicapten doet in de gevangenis aan de Nieuwe Wandeling in Gent. Dankzij de directie en enkele personeelsleden van deze gevangenis, discrete privésponsors en de provincie Oost-Vlaanderen worden de zwaksten onder de zwakken gedurende enkele middagen per week de meest essentiële sociale vaardigheden bijgebracht. Zij leren zich degelijk te wassen, normaal te eten, enzovoort. En wie staat daar een taart te bakken? Björn. Hij herkent mij als zijn vroegere jeugdrechter en vraagt mij apart te spreken. Bleek dat hij toen reeds drie jaar en acht maanden in de gevangenis opgesloten zat, in een cel met vier. En, zei hij, met vier mannen die hem kwaad willen. Om daaraan te ontsnappen, is Björn zijn armen beginnen te verbranden en in te kerven. Deels om te tonen dat hij de ergste pijn aankan en hopend dat zij hem dan gerust laten. Men had hem voorts drie tanden tegelijk getrokken, hij was hevig beginnen te bloeden, in paniek geslagen en in de isoleercel geraakt. De bewakers vonden dat hij onhandelbaar was en daarom kreeg hij geen schone kleren. En als hij die kreeg, waren ze te klein of versleten. Kortom een mensonwaardige behandeling. HEIMANS: Zeg maar: een zaak voor het Comité voor de Preventie van Foltering en Onmenselijke of vernederende Behandeling. BRAD: Zijn enige vraag was of er dan niemand was die hem van al die ellende kon verlossen. Dezelfde avond konden wij hem naar een andere cel laten overbrengen. Bij gebrek aan structurele mechanismen werd hij door een individuele interventie tien dagen later opgenomen in de afdeling van De Sleutel in St.-Kruis-Winkel. Voordien was hij nergens welkom. HEIMANS: Terwijl het essentieel is dat die mensen, evenals andere gedetineerden trouwens, een uitweg en hoop geboden wordt. Zo niet kweek je desperado's. Jammer genoeg zijn er maar al te veel Björns. Had de VRT bijvoorbeeld Eric niet in Koppen getoond om de schrijnende toestand van deze verstandelijk gehandicapte in de Gentse gevangenis aan te klagen, dan had het kabinet van Justitie nooit een private kliniek onder druk gezet om hem op te nemen. HEIMANS: Het Belgische penitentiaire systeem heeft zich nooit duidelijk afgevraagd of het geestesgestoorde delinquenten wil opsluiten dan wel behandelen. Bij gebrek aan visie is er dus nog nooit een consequent beleid uitgedokterd. BRAD: Alle buitenlandse experts - met wie wij de penitentiaire instellingen in Gent, Brugge, Merksplas en Paifve, alsook de psychiatrische kliniek in Zelzate en de bijzondere instelling voor sociaal verweer in Doornik (Les Maronniers) hebben bezocht - wijzen allereerst op het gebrek aan visie van de Belgische overheden. Er zijn amper gegevens bekend omtrent het ziektebeeld van de geïnterneerden. Verstandelijk gehandicapten kun je toch niet onder dezelfde noemer plaatsen als psychotici, schizofrenen, paranoïden, manisch-depressieven en noem maar op. HEIMANS: Er wordt hier trouwens nauwelijks of geen wetenschappelijk onderzoek op dat vlak gevoerd, tenzij in Les Maronniers. Non-beleid is nochtans een zeer kortzichtige politiek. De tijd die deze mensen zonder behandeling in de gevangenis doorbrengen, zou nuttig besteed kunnen worden. De uitzonderingen niet te na gesproken, komen zij vroeg of laat toch vrij en moeten zij zich zien te beredderen in de samenleving. BRAD: Tijdens mijn studiereis in de Verenigde Staten heb ik in Florida kunnen vaststellen dat daar een systeem bestaat dat mensen met psychiatrische problemen opvangt als zij te dikwijls voor kleine misdrijven worden opgepakt. Daar is een bij ons onbekende samenwerking ontstaan tussen de universitaire en penitentiaire wereld. Zo werd in Fort Lauderdale, in samenwerking met de University of South Florida, de eerste Mental Health Court van de VS opgericht. Een verstandelijk zwakke die bijvoorbeeld een winkeldiefstal pleegt, wordt onmiddellijk voor de rechtbank gebracht die, via de sociale dienst, materiële en psychiatrische hulp biedt in een instelling. Zo wordt een hele groep mensen uit de gevangenis gehouden, maar toch opgevangen en zo mogelijk verzorgd. Ook andere staten namen dit systeem met succes over. Wij kunnen daar zeker lessen uit leren, al was het maar om een deel van de overbevolking en de overlast in de gevangenissen op te lossen. De Amerikanen begrijpen evenmin dat wij geen strafprocedure kennen die elke vorm van proces uitsluit als de beschuldigde niet in staat wordt geacht te beseffen dat hij voor een rechtbank verschijnt ( non competent to stand trial). Hoe kun je immers veroordeeld worden, als je niet eens beseft dat je voor een rechtbank verschijnt? In de VS wordt de dader dan in een beveiligde psychiatrische instelling opgenomen. De patiënt blijft daar tot de psychiater de rechtbank kan overtuigen dat zijn patiënt in staat is om voor een rechtbank te verschijnen. Dan nog kan hij door die rechtbank ontoerekeningsvatbaar ( not guilty by reason of insanity) worden geacht, al blijkt dit zeer moeilijk te zijn. De volksjury's zijn zeer repressief en, net als bij ons, geneigd de internering niet als een straf, maar als een gunst te beschouwen. Pas midden 2002 heeft het Amerikaanse Opperste Gerechtshof beslist dat verstandelijk gehandicapten niet langer ter dood veroordeeld kunnen worden. Wie psychisch nooit in staat geacht wordt te beseffen dat hij of zij voor een rechtbank verschijnt en dus non competent to stand trial blijft, wordt in het kader van een gedwongen opname ( civil commitment) opgesloten in beveiligde verzorgingsinstellingen met verschillende soorten behandelingen. De geïnterneerden die dan toch in een gewone gevangenis opgesloten worden, stellen het Amerikaanse gevangeniswezen voor dermate problemen dat de tegenhanger van het Belgisch directoraat-generaal Uitvoering van Straffen en Maatregelen zelf streng bewaakte verzorgingsinstellingen buiten de gevangenissen heeft opgezet, zoals in Ann Arbor in de buurt van Detroit. De toestand in de meeste van deze aparte verzorgingsinstellingen is ook in de VS nog maar sinds enkele jaren verbeterd en nog wel ten gevolge van een aantal processen, ingesteld door advocaten, die desgevallend door de overheid zelf worden ingeschakeld om wantoestanden in bepaalde instellingen aan te klagen. Misschien moeten de geïnterneerden en gedetineerden in België de overheid vaker voor de rechtbank dagen. HEIMANS: Het Nederlandse systeem is volledig in handen van Justitie, terwijl de Britse en Canadese instellingen volledig in handen zijn van Volksgezondheid. Inhoudelijk doen zij hetzelfde. Zij richten psychiatrische klinieken op, waarin de omkadering therapeutisch verantwoord is en waarvan de beveiliging even streng is als in de gevangenissen. Bij ons is er vooral, om niet te zeggen uitsluitend beveiliging. Het forensisch psychiatrisch centrum Veldzicht in Balkbrug, bij Zwolle, is een model in zijn soort en valt trouwens, als instelling van Justitie, toch onder de controle van Volksgezondheid evenals de gewone klinieken. Ook in Canada en Kent (Engeland) is dat zo. Het valt trouwens op hoeveel belang in die landen gehecht wordt aan een verantwoorde diagnose vooraleer iemand geïnterneerd wordt. Overal gebeurt dit tijdens een multidisciplinaire en zeer nauwkeurige observatie van enkele weken in een instelling. Daarna beslist de rechtbank, onder andere op basis van een uitvoerig observatieverslag of betrokkene al dan niet toerekeningsvatbaar is. Nadien is een behandeling altijd verzekerd, zelfs voor de meest gevaarlijke maar geesteszieke delinquenten. In tegenstelling tot in België wordt die graad van gevaarlijkheid wetenschappelijk onderzocht en verantwoord. Daar gaat het dus niet om een blitzbezoek bij de psychiater. Denk aan de moordenaar van Pim Fortuyn, die zeven weken in observatie heeft gezeten in het Pieter Baan-centrum in Utrecht. En als nadien alle mogelijke therapieën ten einde zijn en niet baten, worden die patiënten dan nog menswaardig opgesloten in gespecialiseerde maar beveiligde klinieken. BRAD: In België moeten wij bijvoorbeeld, volgens de wet van 1995, gespecialiseerde adviezen inwinnen vooraleer wij een seksueel delinquent vrijlaten op proef. Maar dan krijgen wij te horen dat de zeldzame gespecialiseerde instellingen bij ons dergelijke adviezen niet kunnen of willen geven, onder andere bij gebrek aan personeel. In het algemeen is het in België voor een geesteszieke delinquent een pure loterij of hij in het interneringscircuit dan wel in het strafrechtelijk circuit terechtkomt. Frank De Moor'Soms lijkt het alsof ook de beleids-makers denken dat de geestes-stoornis van een delinquent een excuus is om een straf te ontlopen.'