Wereldwijd wonen ongeveer 200 miljoen mensen buiten hun geboorteland. Het geld dat zij aan de familie in hun thuisland overmaken, zal in 2005 om en bij de 225 miljard dollar bedragen, zo heeft de Wereldbank berekend in een nieuwe studie. Die bijdragen helpen om de armoede in die thuislanden te verminderen, maar zuigen er ook heel wat talent weg.
...

Wereldwijd wonen ongeveer 200 miljoen mensen buiten hun geboorteland. Het geld dat zij aan de familie in hun thuisland overmaken, zal in 2005 om en bij de 225 miljard dollar bedragen, zo heeft de Wereldbank berekend in een nieuwe studie. Die bijdragen helpen om de armoede in die thuislanden te verminderen, maar zuigen er ook heel wat talent weg. De studie van de Wereldbank heet dan ook Internationale migratie, overschrijvingen en de braindrain. Coredacteur Maurice Schiff zegt dat de overschrijvingen van de migranten aan hun gezinnen daar zorgen voor hogere uitgaven op het vlak van onderwijs, gezondheid en investeringen. Die conclusie is gebaseerd op gedetailleerd onderzoek van gezinnen in drie landen die samen goed zijn voor miljoenen emigranten: Mexico, Guatemala en de Filipijnen. De migratiepatronen zijn wereldwijd identiek. Mensen uit Afrika en het Midden-Oosten trekken naar Europa, mensen uit Mexico, Centraal-Amerika en de Caraïben gaan naar de VS. De afstand tot het land van bestemming speelt een belangrijke rol, zeker voor arme en ongeschoolde migranten, omdat de reiskosten zo relatief beperkt blijven. Op ruimere schaal zorgt migratie wereldwijd voor een grotere economische productie. Arbeidskrachten worden immers naar locaties gebracht waar zij productiever zijn. Als gevolg daarvan verdienen zij meer dan zij thuis zouden krijgen. Een groot deel van die economische winsten vloeit terug naar de migranten en hun families. Wat daarvan besteed wordt aan onderwijs verschilt van land tot land, zo blijkt eveneens uit de studie. In Guatemala geven de gezinnen die kunnen terugvallen op stortingen vanuit het buitenland relatief gezien meer uit aan onderwijs dan aan dagelijkse consumptie. In de landelijke regio's van Mexico krijgen kinderen van door migranten gesteunde gezinnen minder onderwijs dan die van niet-gesteunde gezinnen. Waarschijnlijk treedt de eerste groep liever in de voetsporen van de vaders door in de VS banen in te vullen waarvoor geen diploma's vereist zijn. Slechter voor de economie van de emigratielanden is de braindrain van opgeleide migranten. Zo blijken acht op de tien Haïtianen en Jamaicanen met een hoger diploma in het buitenland te leven. In Sierra Leone en Ghana bedraagt de ratio vijf op de tien. In vele landen in Centraal-Amerika en Sub-Saharaans Afrika en op sommige eilanden in de Caraïben en in de Stille Oceaan is 50 procent van de beter geschoolden weggetrokken. Dat contrasteert fel met grotere landen als China en India, waarvan slechts drie tot vijf procent van de afgestudeerden in het buitenland woont, en ook met Brazilië, Indonesië en de voormalige Sovjet-Unie, die erin slagen om de brains binnen hun eigen grenzen te houden. Samengesteld door Marcel Schoeters