SYPOL.BE is niet alleen de website van het Syndicaat van de Belgische Politie, maar ook de roepnaam van de meest militante politievakbond, zij het met een overwicht van speurders van de vroegere Gerechtelijke Politie bij de Parketten (GPP). Sinds zijn fusie met de Syndicale Federatie van de Belgische Politiediensten is SYPOL.BE bovendien op weg om dit jaar het vereiste minimum aantal leden (4000 of 10 procent van alle politiepersoneel) te tellen dat nodig is om ook officieel als representatieve vakbond erkend te worden.
...

SYPOL.BE is niet alleen de website van het Syndicaat van de Belgische Politie, maar ook de roepnaam van de meest militante politievakbond, zij het met een overwicht van speurders van de vroegere Gerechtelijke Politie bij de Parketten (GPP). Sinds zijn fusie met de Syndicale Federatie van de Belgische Politiediensten is SYPOL.BE bovendien op weg om dit jaar het vereiste minimum aantal leden (4000 of 10 procent van alle politiepersoneel) te tellen dat nodig is om ook officieel als representatieve vakbond erkend te worden. Maar de beleidsmakers houden al langer rekening met SYPOL.BE. De stakingsaanzegging die SYPOL.BE op maandag 13 januari aan minister van Binnenlandse Zaken Antoine Duquesne (MR), zijn collega van Justitie Marc Verwilghen (VLD) en premier Guy Verhofstadt (VLD) heeft bezorgd, is geen formaliteit. De tekst bundelt allerlei tekortkomingen die SYPOL.BE bij de federale en lokale politie heeft genoteerd. Het is niet verrassend dat deze analyse van de politiehervorming grotendeels overeenstemt met die van de senaatscommissie voor Binnenlandse Zaken, die vorige week haar verslag voorstelde. Kopstukken van SYPOL.BE vonden immers een gewillig oor bij de senatoren, zelfs bij die van de politieke meerderheid. En dan hebben de critici het nog niet over de plannen van minister Duquesne om goedkope militairen aan de zijde van duurbetaalde politiediensten in te zetten, een nieuwe poging van de regering om een ondoordacht dure en daardoor bijna onrealiseerbare politiehervorming financieel op te vangen. Eerder al had de regering beslist om private beveiligingsdiensten en hulpagenten bepaalde politietaken te laten overnemen en om politiewerk in vijftien gevallen te laten betalen door burgers of organisaties die bijzondere politietussenkomsten vereisen, zoals bij voetbalwedstrijden, concerten, optochten of loos alarm. Dit alles met de bedoeling zo vlug mogelijk toch 'meer blauw op straat' te krijgen ( Knack 11/12/02). Want de senaatscommissie stelt op haar beurt vast 'dat de concrete uitvoering van de politiehervorming op lokaal niveau ertoe leidt dat het aantal agenten op straat vermindert, terwijl een van de basisdoelstellingen van de politiehervorming toch precies een gemeenschapsgerichte politie is'. De commissie wijt dit onder andere aan de overheveling van een aantal federale taken naar de lokale politie en vraagt deze nieuwe werklast op federaal niveau te compenseren. SYPOL.BE wijt dit vooral aan de wettelijk vastgestelde indeling van de werktijd met strenge beperking van de (betaalbare) overuren en weekendprestaties, waarop bovendien extra toezicht nodig is om lucratieve misbruiken te vermijden. SYPOL.BE vraagt uitdrukkelijk meer politiemensen op het terrein, voornamelijk in de wijken. Ook de senaatscommissie pleit nog maar eens voor 'de opwaardering van de rol van de wijkagenten (...) De bevolking moet ook duidelijk ingelicht worden over hun rol.'Twee jaar na het begin van de politiehervorming op federaal niveau verlamt de hervorming niet alleen de geüniformeerde politie, maar ook de gerechtelijke politie, die voordien al niet schitterde. De senaatscommissie kan wel mooi herinneren aan de anticiperende, proactieve en preventieve rol van de politie, er zijn al onvoldoende mensen en middelen om louter reactief op te treden. Zo spreekt SYPOL.BE van 'het schreeuwend gebrek aan observatiecapaciteit'. Niet zonder heimwee naar de vroegere Regionale Observatieteams, Rotors, van de toenmalige GPP, wordt nu de Directie Speciale Eenheden van de federale politie met de vinger gewezen omdat 'gelet op de talrijke aanvragen, de steun slechts mondjesmaat wordt toegezegd'. En er wordt opgemerkt dat tal van observaties in nochtans belangrijke dossiers niet eens gestart geraken. En dat leden van de vroegere Rotors stiekem weer worden opgetrommeld: 'Het is wachten op het eerste ongeluk of incident.' Schaduwen is immers een vak apart. Vandaar de gewettigde vraag naar meer observatiecapaciteit. De kans die te vergroten, is echter gehypothekeerd door de beslissing van de regering om de federale Dienst Algemene Reserve (DAR) uit te breiden, ter ondersteuning van de lokale politie. Voorts wijst SYPOL.BE ook op het gebrek aan specialisten, scholing, bijscholing en kennisoverdracht in de nieuwe structuren van de gerechtelijke politie. Ondanks pogingen tot beterschap en voorbeelden uit het buitenland, blijven de laboratoria voor technische en wetenschappelijke politie, aanleunend bij de Gerechtelijke Diensten van het Arrondissement (GDA) en nationaal gecoördineerd door de directie van de federale politie, verwaarloosd en onderbemand. SYPOL.BE spreekt van 'de ontreddering' in de labs. Ook gespecialiseerde diensten zoals de Centrale Dienst voor de Bestrijding van de Economische en Georganiseerde Financiële Delicten (CDGEFID) en de Centrale Dienst voor de Strijd tegen de Corruptie (CDBC, het vroegere Hoog Comité van Toezicht) bloeden dood. Deels omdat bepaalde politici nare ervaringen uit het verleden willen vermijden. Deels omdat deze diensten nu veeleer theoretische onderzoekshypotheses dan concrete onderzoeken uitwerken. Want terwijl de CDGEFID nog gevoed wordt door de magistraten van de Cel voor Financiële Informatieverwerking, mist de CDBC (in tegenstelling tot het vroegere Hoog Comité van Toezicht) elke terugkoppeling naar het werkveld onder de vorm van enig contactpunt met de buitenwereld. Beide diensten ressorteren, samen met de Computer Crime Unit (CCU), onder een aparte directie van de Algemene Directie van de Gerechtelijke Politie van de federale politie. In zijn jongste aanval hierop vraagt SYPOL.BE de uitbreiding van deze drie diensten en hun terugkeer naar het terrein, vooral naar de Gerechtelijke Diensten van het Arrondissement en hoe dan ook ver van de federale structuur: 'Het concrete dient opnieuw de gebakken lucht te vervangen (en) de op hol geslagen bureaucratie dient, zoals in alle diensten, onmiddellijk een halt toegeroepen.'Ook in andere domeinen wordt de kennis van de politie sinds de hervorming niet meer bijgespijkerd. En als er al eens informatiesessies worden gehouden, dan is het vooral 'om onderzoekers vertrouwd te maken met het invullen van een horde nieuwe formulieren, geschapen door de steeds voortschrijdende bureaucratisering van het systeem'. De senaatscommissie vraagt eveneens een betere opleiding van de politie, afgestemd op de specifieke noden van de lokale politiediensten en georganiseerd in de dichtstbijzijnde politiescholen. Maar ook de opleiding van de politie wordt nu vanuit Brussel gestuurd en is, zoals vele andere aspecten van de hervorming, geïnspireerd op het oude centralistische rijkswachtmodel. Zowel SYPOL.BE als de senaatscommissie wijzen tegelijk op 'het irrationele gebruik van de effectieven' en op 'de schaarste en de dramatische daling van de werkingskredieten'. België heeft ongetwijfeld een hoog gemiddeld aantal politiemensen per inwoner (1/300), maar niks is leugenachtiger dan gemiddelden, zeker nu de hervorming al te veel politiemensen zowel federaal als lokaal met binnendienst opzadelt en sommigen toelaat zich daarin te nestelen. SYPOL.BE vreest dat de doorlichting van de federale politietop begin 2002 - door PriceWaterhouseCoopers - nog beneden de waarheid bleef. En toen is al vastgesteld dat ruim eenderde van de federale politiemensen met administratieve taken bezig is, al is het zeer de vraag wat daaronder wordt verstaan en of velen nog voor terreinwerk geschikt zijn. Geen wonder dat de federale steun te wensen overlaat, onder andere de steun van de Directie Algemene Reserve (DAR) aan de lokale politie en de steun van de Directie Speciale Eenheden aan de GDA's. Vandaar dat bepaalde politiezones zélf speciale interventieteams oprichten: 'een ander voorbeeld van overlapping'. Hoe dan ook moet, volgens de senaatscommissie, de taakverdeling tussen het federale en lokale niveau 'voor eind 2003 beoordeeld worden en waar nodig moet de flexibiliteit worden vergroot (...) De wederzijdse bijstandsregeling tussen lokaal en federaal niveau moet verder worden verfijnd, in het bijzonder wat betreft de dirco.'Dat is de directeur-coördinator die voor taken van bestuurlijke politie als scharnier fungeert tussen de federale politie en de politiezones in zijn arrondissement. Wie hem echter, in naam van de efficiency, meer macht wil geven, moet dan weer de autonomie van de politiezones goed voor ogen houden. SYPOL.BE dringt, evenals de senaatscommissie trouwens, nogmaals aan op een meer rationele aanwending van de personeelssterkte van de federale politie en het aanwerven van meer administratief en technisch burgerpersoneel. Als dit een mooie wensdroom is, dan is een toename van de werkings- en investeringskredieten dat zeker, al was het maar omdat niet alleen een proportioneel te groot aantal hoge salarissen maar vooral de jacht op premies, toelagen en vergoedingen elke verbeelding tarten én intussen het dagelijks politiewerk ondergraven. Nota bene door de verregaande voordelen die de bonden konden afdwingen van minister Duquesne en zijn onderhandelaars. Zo gaan proportioneel te veel aandacht en geld naar het nieuwe personeelsstatuut. De werking van de nieuwe politie wordt veronachtzaamd. Intussen vragen zowel SYPOL.BE als de senaatscommissie nog maar eens dat 'de databanken en informaticasystemen van voormalige politie en rijkswacht zo snel mogelijk geheel geïntegreerd en compatibel worden'. En om het nieuwe radiocommunicatiesysteem ASTRID zeker tegen eind 2003 (een illusie) in heel het land operationeel te maken, zodat de federale politie met de politiezones en de zones onderling degelijk zou kunnen communiceren, vraagt de senaatscommissie zelfs 'op de federale begroting een bijzondere dotatie uit te trekken om de kosten van de steden en de gemeenten te dekken'. Maar precies om dit alles te bekostigen, dreigen de werkingsbudgetten van de Algemene Directie van de Gerechtelijke Politie 'ongekend ingekort te worden' en wordt 'het failliet van de gerechtelijke zuil' ingeluid. De bestelling van 225 nieuwe auto's is afgeblazen, terwijl dienstvoertuigen met een rode kaart van de automobielinspectie alleen op papier worden hersteld. Het budget van de hoger genoemde Computer Crime Unit is van 500.000 tot 20.000 euro teruggeschroefd, maar wie dicht bij de zon zit, zit met gloednieuwe computers op schoot. Het regent prestigieuze gadgets met het nieuwe politielogo, maar in het straatbeeld blijft dat logo ver te zoeken. De senaatscommissie vraagt de regering 'het nodige geld vrij te maken voor de volledige werking van de politiediensten en een meerjareninvesteringsplan op te stellen om een operationele planning mogelijk te maken'. Een tijdbom voor de volgende regering. Om alvast de federale politie operationeler te maken, wil vooral SYPOL. BE dat meer gevolg gegeven wordt aan 'de desastreuze vaststellingen van de doorlichting door PriceWaterhouseCoopers', die grosso modo moesten leiden tot een afslanking van de bureaucratie in de nieuwe politiestructuren. Maar, schrijft SYPOL.BE 'onder andere benamingen zijn dezelfde principes die destijds door de rijkswacht aan haar personeelsleden werden opgelegd, aan de nieuwe politie opgedrongen. Op cultureel vlak is er dus geen sprake van vernieuwing, slechts van verschuiving: dezelfde personen zijn aan de macht gebleven en dezelfde principes blijven van kracht (...) Bovendien wordt die oude Weberiaanse bureaucratie nog vervuild door de slappe pogingen om het werk, op zijn Taylors, wetenschappelijk te benaderen: op basis van opdrachtbladen wordt getracht de arbeid voor de uitvoering van bepaalde opdrachten ( van de politie, nvdr.) te standaardiseren. Wou de wetgever, de politieke overheid en de burger niet het tegenovergestelde verwezenlijkt zien? (...) Onze ervaring op het terrein, de commentaren van onze leden, de klaagzang van andere politieambtenaren, alles kan slechts tot één besluit aanleiding geven: vroeg of laat keren de vele gevaarlijke mechanismen terug die, ingevolge de zaak-Dutroux, net tot deze politiehervorming leidden.' Frank De MoorDe senaatscommissie stelt vast 'dat de concrete uitvoering van de politiehervorming op lokaal niveau ertoe leidt dat het aantal agenten op straat vermindert'.