De meeste diersoorten hebben ongeveer evenveel mannen als vrouwen. Dat is vreemd, want je hebt slechts een bescheiden aantal mannen nodig om veel vrouwen te bevruchten. Maar een studie in Evolution Letters illustreert dat als je met weinig mannen zit, de kans groot ...

De meeste diersoorten hebben ongeveer evenveel mannen als vrouwen. Dat is vreemd, want je hebt slechts een bescheiden aantal mannen nodig om veel vrouwen te bevruchten. Maar een studie in Evolution Letters illustreert dat als je met weinig mannen zit, de kans groot is dat die op termijn zo veel fouten in hun genen opslaan dat voortplanting moeilijk wordt. Het grote aantal mannen fungeert dus als buffer tegen afwijkingen. Het mechanisme is eenvoudig: mannen gaan in competitie met elkaar om toegang te krijgen tot vrouwen, waardoor ze zich niet veel afwijkingen kunnen veroorloven. De selectiemechanismen waarmee vrouwen beslissen door wie ze zich laten bevruchten, zijn eveneens gericht op maximale kwaliteit. Een analyse in Nature Ecology & Evolution concludeert dat vrouwen ook een rol hebben in het sturen van de grootte van zaadcellen. Hoewel ze alleen maar hoeven te bevruchten, kunnen zaadcellen van diersoorten in lengte variëren van 0,002 millimeter tot bijna 6 centimeter. Het verschil wordt vooral bepaald door de kwestie of een bevruchting in of buiten het vrouwenlichaam gebeurt. Bij interne bevruchting zijn zaadcellen gemiddeld zes keer langer. Het zaad van de mens is verhoudingsgewijs klein. Het voortplantingskanaal van grote dieren is zo ruim dat het dezelfde eigenschappen uitlokt als een externe bevruchting.