In 2003 groeide bij de Federale Overheidsdienst Financiën - althans bij een aantal ambtenaren - het idee om een grote centrale databank op te zetten om zo veel mogelijk beschikbare gegevens met elkaar te kunnen linken, een zogenaamd datawarehouse . In plaats van de manuele selectie van dossiers voor de belastingcontroles, zou het datapakhuis gegevens van particulieren, goederen en ondernemingen met elkaar in verbinding brengen en zo systematisch nagaan welke dossiers een risico op fraude inhouden en het best gecontroleerd kunnen worden. Een voorbeeld: door btw-gegevens in verbinding te brengen met gegevens over Doua-ne & Accijnzen van eenzelfde bedrijf wordt het mogelijk om ontdoken douanerechten op te sporen. Het datawarehouse moet in die zin de strijd tegen de fiscale fraude opvoeren.
...

In 2003 groeide bij de Federale Overheidsdienst Financiën - althans bij een aantal ambtenaren - het idee om een grote centrale databank op te zetten om zo veel mogelijk beschikbare gegevens met elkaar te kunnen linken, een zogenaamd datawarehouse . In plaats van de manuele selectie van dossiers voor de belastingcontroles, zou het datapakhuis gegevens van particulieren, goederen en ondernemingen met elkaar in verbinding brengen en zo systematisch nagaan welke dossiers een risico op fraude inhouden en het best gecontroleerd kunnen worden. Een voorbeeld: door btw-gegevens in verbinding te brengen met gegevens over Doua-ne & Accijnzen van eenzelfde bedrijf wordt het mogelijk om ontdoken douanerechten op te sporen. Het datawarehouse moet in die zin de strijd tegen de fiscale fraude opvoeren. Het programma Data Warehouse, waarvan de ontwikkeling in 2005 werd gestart, zou ook proactief te werk gaan. Het moet in staat zijn om risicoprofielen van belastingplichtigen op te stellen, dat wil zeggen groepen van belastingplichtigen definiëren voor wie de kans dat ze fraude plegen, groter is. Dat kan bijvoorbeeld een groep van bedrijven zijn waarvan de winsten veel hoger liggen dan normaal is in hun sector. Zo kan het programma risicovolle dossiers sneller opsporen. 'Zelfs fraude waarvan niemand dacht dat ze bestond, kan op basis van een selectie en combinatie van elementen uit de databank ontdekt worden', aldus een medeontwerper van het systeem. Een voorbeeld. Uit hoorzittingen van de parlementaire onderzoekscommissie naar de grote fraudedossiers blijkt dat ambtenaren van de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) zeven jaar nodig hebben gehad om de zogenaamde kasgeldvennootschappen (vennootschappen waaruit alle activiteiten zijn verkocht en waarin alleen nog geld aanwezig is) grotendeels op te doeken. Dat kwam doordat de fraudeurs almaar minder informatie vrijgaven over hun bedrijf, waardoor de speurders hun onderzoeksmethodes steeds weer moesten aanpassen en nieuwe externe informatiebronnen moesten raadplegen. Terwijl ze zich aanvankelijk nog konden baseren op de boekhoudkundige gegevens van de bedrijven, moesten ze hun informatie later verzamelen op basis van gegevens uit het Belgisch Staatsblad, omdat de bedrijven na verloop van tijd geen balansen meer indienden. Daarin konden de speurders de kasgeldvennootschappen opsporen aan de hand van de talloze statutaire of adreswijzigingen die ze doorgaans doorvoeren. Wanneer jaarrekeningen en de informatie uit het Staatsblad bijeengebracht zullen zijn in het programma Data Warehouse , zal men kasgeldvennootschappen zeer snel en efficiënt kunnen opsporen. Data Warehouse zou dus een centrale rol moeten spelen in de verbetering van de belastingcontrole. Maar om allerlei redenen loopt het grondig mis. Na drie jaar werk en 15 miljoen euro investeringen is het programma nog maar voor twintig procent operationeel (voorzien was: vijftig procent na drie jaar). En dan nog werkt niet alles naar behoren. De databank met betrekking tot nieuwe btw-plichtigen, bijvoorbeeld, op basis waarvan controles bij recent opgerichte bedrijven geselecteerd kunnen worden. Minister van Financiën Didier Reynders (MR) werd daarover in juli 2007 al eens op de vingers getikt door het Rekenhof. Hij beloofde toen het probleem binnen enkele maanden op te lossen. Maar dat is nog steeds niet gebeurd. Ook het onderdeel van het programma met fiscale gegevens over goederen (doua-nerechten, herkomst en bestemming), dat van groot belang is voor het departement Douane & Accijnzen, raakt maar niet opgestart. De oorzaak: de leverancier van het programmaonderdeel, Siemens, kreeg veel minder hardwarecapaciteit ter beschikking dan overeengekomen - amper een vierde van wat beloofd was in het contract. Dat blokkeert de implementatie al acht maanden. Voor Douane & Accijnzen is dat een probleem. Zonder dit onderdeel kan de afdeling haar eigen programma niet aanvullen met gegevens in realtime over de goederenstroom. Om te kunnen voldoen aan de voorschriften van de Europese Commissie (reglementen 648/2005 en 1875/2006) die zegt dat de douane tegen juni 2009 risicodossiers uit de goederentrafiek in realtime moet kunnen selecteren, is dat nochtans noodzakelijk. Als ze deze deadline niet haalt, wat heel erg waarschijnlijk is, kan de Europese Commissie de douane zware boetes opleggen. 'De vertraging die Data Warehouse oploopt, heeft alles te maken met het gebrek aan politieke wil om het project door te duwen', zeggen verschillende bronnen in de regering. 'De MR wil niet dat het programma volledig wordt uitgevoerd. Ook intern, voornamelijk bij de informatica-afdeling, bestaat er veel verzet tegen Data Warehouse. Voor een deel valt dat te verklaren door de haast legendarische strijd tussen de verschillende managers. Op die manier belet men dat de strijd tegen fiscale fraude efficiënt wordt gevoerd.' Er komt geen eind aan de hele saga. Nu is ook het in juni bekendgemaakte bestek voor het nieuwste onderdeel van het programma geblokkeerd. Het betreft dit keer een programmaonderdeel dat alle gegevens over bedrijven moet omvatten. Twee kandidaten maakten een grote kans om de offerte binnen te halen, Siemens (tevens leverancier van een ander onderdeel van Data Warehouse) en CSC (Computer Sciences Corporation), een Amerikaanse multinational, met een kantoor in België. Financiën opteerde voor CSC, dat voor hen ook tal van andere opdrachten uitvoert. De Inspectie van Financiën heeft de toekenning van de offerte afgewezen, omdat ze de motivering van de keuze voor CSC ondermaats vond (zie kaderstuk), en dat 'voor een overheidsopdracht met dergelijk strategisch belang en kostprijs'. Ook de Federale Overheidsdienst Begroting bracht een negatief advies uit. Vervolgens besliste ook de ministerraad twee keer (op 13 en 25 maart 2009) om de gunning uit te stellen. Op voorstel van minister van Financiën Didier Reynders (MR) werd aan CSC een verlenging van de offerte gevraagd, een eerste keer tot eind juni 2009, dan tot oktober 2009. Daardoor wordt ook de verdere uitvoering van dit onderdeel van het programma opnieuw maanden opgeschoven. 'De gang van zaken bij Financiën is ronduit driest', besluit een betrokken ambtenaar. 'Er is zoveel geld uitgegeven om de informaticaprojecten op te volgen. Er werden instrumenten aangekocht en uitbesteed aan externe bedrijven. Bovendien richtte Financiën in 2003 een interne controle-instantie op, het zogenaamde Program Management Office (PMO), bemand met een zeventiental personen. Dat PMO moet onder meer de openbare aanbestedingen van de informaticaprojecten kritisch opvolgen. Maar dat is duidelijk niet gebeurd.' Ondertussen is er enige ongerustheid over het voortbestaan van Data Warehouse. Didier Reynders, die zich er eindelijk van bewust lijkt dat hij moet ingrijpen, heeft immers een totaalhervorming van zijn departement aangekondigd. En hij belooft daarbij de kaarten grondig door elkaar te schudden. Hij begon met het opdoeken van de functie van administrateur-generaal van Belastingen en Invordering. Die werd tot 1 april bezet door Jean-Marc Delporte, de man van PS-signatuur die in 2006 de rekenfout van 800 miljoen beging. Aangezien zijn diensten normalerwijze moeten instaan voor de ontwikkeling en het gebruik van het programma, rijst de vraag wat nu het lot is van Data Warehouse. Zal het ondanks alle inspanningen wel worden voortgezet? Eén ding is duidelijk: de strijd tegen de fiscale fraude is niet Reynders' eerste prioriteit. DOOR INGRID VAN DAELE