Hij had er op zijn tachtigste niet echt meer op gerekend. Maar er waren genoeg redenen te bedenken om hem nu eindelijk die prijs te gunnen. Zijn leeftijd, natuurlijk: zelfs dichters hebben het eeuwige leven niet. Het was intussen ook alweer vijftien jaar geleden dat nog eens een dichter was gelauwerd - de Poolse Wislawa Szymborska in 1996. De vorige week met de Nobelprijs voor de Literatuur bekroonde Zweedse dichter Tomas Tranströmer staat aan het hoofd van een klein maar...

Hij had er op zijn tachtigste niet echt meer op gerekend. Maar er waren genoeg redenen te bedenken om hem nu eindelijk die prijs te gunnen. Zijn leeftijd, natuurlijk: zelfs dichters hebben het eeuwige leven niet. Het was intussen ook alweer vijftien jaar geleden dat nog eens een dichter was gelauwerd - de Poolse Wislawa Szymborska in 1996. De vorige week met de Nobelprijs voor de Literatuur bekroonde Zweedse dichter Tomas Tranströmer staat aan het hoofd van een klein maar magistraal oeuvre (elf bundels, bij elkaar niet eens 400 pagina's) dat in tientallen talen is vertaald. Hij wordt al decennialang, elk jaar opnieuw, genoemd als een van de topfavorieten voor de Nobelprijs. Op zuiver literaire gronden had hij die al lang kunnen krijgen. En toch komt zijn bekroning als een verrassing. Bij de toekenning van de Nobelprijs voor de Literatuur spelen immers vaak ook extraliteraire motieven mee. De juryleden van de Zweedse academie wordt bijvoorbeeld eurocentrisme verweten: de voorbije tien jaar bekroonden ze acht keer een Europese schrijver en slaagden ze erin om, onder anderen, de Amerikaan Philip Roth en de Japanner Haruki Murakami over het hoofd te blijven zien. De keuze voor nog maar eens een Europeaan - sterker nog: een Zweed - lag dus moeilijk. Bovendien bepaalde Alfred Nobel destijds in zijn testament dat de prijs moet gaan 'naar de persoon die in de literatuur het voortreffelijkste werk in idealistische richting heeft voortgebracht'. Die zinsnede werd door de jury in het verleden vaak geïnterpreteerd als een vrijbrief voor politiek geïnspireerde keuzes (Dario Fo in 1997, Harold Pinter in 2005). Met die traditie is nu gebroken, want wat je ook over de poëzie van Tomas Tranströmer kunt zeggen - niet dat ze politiek geëngageerd is. En het had niemand verbaasd als in dit jaar van de Arabische lente de Nobelprijs niet naar Tranströmer, maar naar de Syrische dichter Adonis was gegaan. Tot een rush op de boekhandel zal de Nobelprijs voor Tranströmer niet meteen leiden. Zijn verzamelde gedichten en memoires De herinneringen zien mij (in de schitterende vertaling van J. Bernlef) zijn al jaren niet meer te krijgen, maar uitgeverij De Bezige Bij belooft spoedig met een herdruk te komen. Een beetje poëzieliefhebber mag dat boek niet missen, al was het maar voor deze ene haiku. Laag staat de zon. Onze schaduwen reuzen. Straks is alles schim. Piet Piryns