Televisiemaker Steven Van Herreweghe is na zijn tienerjaren uit Aalst weggevlucht, maar keerde recent terug. 'Toen was er in Aalst niets om ja tegen te zeggen. Grof uitgedrukt: 100 jaar geleden heeft de industrie Aalst uit de middeleeuwen getrokken, maar die dynamiek viel na 50 jaar stil. Pas een jaar of vijf geleden kwam de schwung er weer in.'
...

Televisiemaker Steven Van Herreweghe is na zijn tienerjaren uit Aalst weggevlucht, maar keerde recent terug. 'Toen was er in Aalst niets om ja tegen te zeggen. Grof uitgedrukt: 100 jaar geleden heeft de industrie Aalst uit de middeleeuwen getrokken, maar die dynamiek viel na 50 jaar stil. Pas een jaar of vijf geleden kwam de schwung er weer in.' Wat doet Over.morgen?Steven Van Herreweghe: Wij willen mensen inspireren, onder meer met ideeënavonden. We hadden er al een over de moeilijker wijken van Aalst, en een over de hypothetische vraag: 'Wat als de Tereos-fabriek vertrekt uit het centrum?' Blijft het bij ideeën?Van Herreweghe: Zeker niet. We hebben in maart de voormalige vismijn weer een dag opengehouden, pal in een van die 'moeilijke wijken'. 's Ochtends werd daar voor het eerst sinds lang weer vis geveild. Tegen laag gehouden prijzen, zodat niet alleen de hippe middenklasse zou komen. We hebben nog werk om alle lagen van de Aalsterse bevolking aan te trekken, maar je moet dat niet forceren. Een idee in die richting is een multicultureel eetevenement, waarbij een treintje die wijken aandoet en halt houdt bij wie zijn of haar keuken wil openzetten - van de Iraakse Aalstenaar tot de Russische. En ik, ik wil graag van Aalst de humorhoofdstad van Vlaanderen maken. Dat past perfect bij onze carnavalstraditie. Hoe reageren het bestuur en de bevolking op Over.morgen?Van Herreweghe: Enthousiast. Mensen komen zelf met ideeën naar ons. Een Aalstenaar is nu nestkastjes aan het bouwen die zijn uitgerust met allerhande apparatuur om onder meer de luchtkwaliteit en de mobiliteitsdruk te meten. Eind mei gaan we daarmee van start. Die resultaten worden bijzonder waardevol. Met zulke informatie in de hand sta je als burger veel sterker in de dialoog met het stadsbestuur.