Mezzosopraan Cathy Berberian was een geval apart. Ze had niet veel op met opera maar zong wel Monteverdi én negentiende-eeuwse salonmuziek. Tongue in cheek, uiteraard. Ze com...

Mezzosopraan Cathy Berberian was een geval apart. Ze had niet veel op met opera maar zong wel Monteverdi én negentiende-eeuwse salonmuziek. Tongue in cheek, uiteraard. Ze componeerde zelf, onder meer Stripsody, een partituur die uitsluitend bestaat uit striptekeningen en tekstballonnetjes. Maar vooral was ze de muze van menig componist, in het bijzonder Luciano Berio, met wie ze een tijdlang getrouwd was. Wie Berberian heeft zien performen, weet dat ze, in de geest van de jaren zeventig, altijd ingetogen was en zichzelf relativeerde. Wanneer onze landgenote Sarah Defrise in haar voetsporen treedt, doet ze dat veel flamboyanter, scherper en zelfs virtuozer. Het bewijst opnieuw dat een partituur niet de eigendom van de componist is maar altijd ontstaat door de uitvoerder, die de spiegel is van zijn eigen tijd.