Haydn is altijd goed voor een verrassing, zowel voor de toehoorder als voor de uitvoerder. Neem nu de eerste noot van zijn honderdderde symfonie. Die noot staat in de partij vo...

Haydn is altijd goed voor een verrassing, zowel voor de toehoorder als voor de uitvoerder. Neem nu de eerste noot van zijn honderdderde symfonie. Die noot staat in de partij voor de pauken, ze is een maat lang en er staat een fermateboogje en het woord ' Intrada' boven. Meestal wordt ze geïnterpreteerd als een in kracht afnemende paukenroffel; die traditie heeft aan de symfonie de bijnaam 'met de paukenroffel' gegeven. Maar een fermate kon in Haydns tijd ook de mogelijkheid van een cadens of andere improvisatie aangeven. ' Intrada' lijkt eerder op zoiets te wijzen. Eens kijken wat de roffelaar van Anima Eterna daar in Concertgebouw Brugge mee doet. In het tweede werk van de avond mag hij uitrusten, dan is Lucas Blondeel aan de beurt op de pianoforte. Ook in dat klavierconcerto in D is heel wat gelegenheid tot improviseren. Toffe gast, die Haydn!