De nacht van 3 op 4 juni 1989. Terwijl Vlaamse studenten hopen op een vrijstelling, of iets meer, leggen die van China zich voor de tanks. Tiananmen. Hemelse vrede, Koude Oorlog. In datzelfde jaar verbrokkelen de Grote Verhalen, zoekt de oude wereldorde schoksgewijs nieuwe plooien. En Wilfried Martens zoekt nog altijd het einde van de tunnel. Daar doemt in 1991 een zwart licht op.
...

De nacht van 3 op 4 juni 1989. Terwijl Vlaamse studenten hopen op een vrijstelling, of iets meer, leggen die van China zich voor de tanks. Tiananmen. Hemelse vrede, Koude Oorlog. In datzelfde jaar verbrokkelen de Grote Verhalen, zoekt de oude wereldorde schoksgewijs nieuwe plooien. En Wilfried Martens zoekt nog altijd het einde van de tunnel. Daar doemt in 1991 een zwart licht op. ' Ik ga naar de koning. Leo Tindemans in 1978. Mijn vader zuchtte: Wéér verkiezingen. Hij legde mij uit waarom. Mijn fascinatie voor de Belgische politiek dateert van toen. Daar voegde zich later het engagement van de jeugdbeweging aan toe. Je wilde de wereld verbeteren. En ik wilde in de politiek, dat bepaalde mijn studiekeuze. Al wist ik niet goed waar ik stond: centrum-rechts, centrum-links, groen? De zin voor zo'n partijpolitiek engagement is dan afgenomen. Deels omdat je het politieke bedrijf te goed begint te kennen wellicht, maar ook omdat je je niet wilde vastrijden. Lid zijn van een partij was in die jaren al geen daad van bevestiging meer, maar een etiket.' 'Toen ik in 1989 aan mijn studies begon, werd België iets kleiner, de wereld groter. Ik zat nog maar pas aan de universiteit toen de Muur viel. In Leuven was nog maar net de tent opgebroken waar studenten hadden gebivakkeerd om het drama van de Chinese studenten onder de aandacht te brengen. Tiananmen was een drama, de Muur daarentegen was een blijde gebeurtenis. De mei-achtenzestigers verweten ons dat we lamzakken waren, maar het hield ons wel degelijk allemaal bezig. Hoewel ik me niet kan herinneren dat we avondenlang over de Nieuwe Wereldorde discussieerden.' Op z'n twintigste zag hij de wereld rondtollen - CNN! Bommen op Bagdad! -, maar in België bleef alles ogenschijnlijk bij het oude. Tot 24 november 1991. 'Toen ging ik voor het eerst stemmen en de keuze was dan nog eenvoudig. Tien jaar later vind ik het moeilijker. Ik verdeel nu mijn stemmen, zoals zovelen. Ik kwam uit Brugge, waar je geen allochtonen zag. Het maakte Zwarte Zondag des te onbegrijpelijker voor mij.' 'Het eerste politieke boek dat ik kocht, het Burgermanifest van Guy Verhofstadt, koester ik nog altijd. Ik kocht het voor zestig frank, twee pinten. Zijn ideeën over burgerdemocratie spraken mij wel aan, maar er stonden ook dwaasheden in. Dat de burger het recht moest hebben om uit de staat te stappen, bijvoorbeeld. Wat bedoelde hij daar in godsnaam mee, hoe kon dat ook?' Die burgers stapten in de jaren negentig dan misschien niet uit de staat, ze verlieten wel de gebaande paden van partij en zuil. 'Ik kreeg de verhalen mee van de grote betogingen: de schoolstrijd, de Eenheidswet. En na de raketten was het afgelopen. Partijen slaagden er niet meer in om te mobiliseren. Mensen werden rationeler, kritischer. Er werd minder vanuit emoties geageerd. Dat maakt het voor de samenleving niet slechter, maar het werd er voor mijn generatie politieke wetenschappers niet eenvoudiger op. De generatie voor ons die de politieke geschiedenis van de jaren vijftig bestudeerde, had een duidelijk referentiekader. Er was die twee- of driedeling en daar was alles mee verweven. Elk dorp had zijn katholieke en liberale fanfare.' De reis van twintig naar dertig in de jaren negentig is er één van paradoxen. Terwijl de wereld om je heen amorfer wordt, krijgt het eigen bestaan vastere vorm. 'Op weg naar dertig beperk je met elke keuze almaar meer je latere keuzevrijheid.' Fiers twijfelt niet aan de Alma Mater, wel aan zijn vaste stek daar. Kennis moet vruchten afwerpen. En als de samenleving de weg naar de universiteit niet vindt, moet het misschien andersom. 'Ik zou een instituut willen oprichten dat politici, media en burgers politiek consulteert. We zeggen nu al jaren aan de politici dat ze op de schoolbanken politieke vorming zouden moeten verplichten. Nog altijd geven ze bij verkiezingen de burger een blanco cheque, en dan schrikken ze achteraf van de resultaten. Wat weet je van politiek als je op je achttiende in het stemhokje staat? We verwachten van wie de school verlaat kennis van de quantummechanica, maar nog altijd niet dat ze weten hoe een democratie werkt. Raar toch, niet?'Filip Rogiers