Blijft het als loontrekkende het beste/gemakkelijkste om de forfaitaire beroepskosten af te trekken, of wordt het interessanter om werkelijke kosten in te brengen? (Luc Heirstraete, Duffel)

JEF WELLENS: Kiezen voor het forfait is zeker het eenvoudigst. Het wettelijk kostenforfait is de laatste jaren fors toegenomen, en daarom is het bewijzen van de werkelijke kosten voor steeds minder mensen interessant. Vandaag bewijst nog slechts 1 op de 27 werknemers zijn werkelijke kosten. Vijf jaar geleden was het nog 1 op de 14. Dat is begrijpelijk, want welke kosten maak je als werknemer? Vaak is het alleen je woon-werkverkeer. Stel dat je 36.000 euro inkomen hebt, dan zal je wettelijke forfait 3070 euro zijn. Om daar met werkelijke kosten van woon-werkverkeer boven te gaan, moet je al ruim 50 kilometer enkele rit per dag doe...

JEF WELLENS: Kiezen voor het forfait is zeker het eenvoudigst. Het wettelijk kostenforfait is de laatste jaren fors toegenomen, en daarom is het bewijzen van de werkelijke kosten voor steeds minder mensen interessant. Vandaag bewijst nog slechts 1 op de 27 werknemers zijn werkelijke kosten. Vijf jaar geleden was het nog 1 op de 14. Dat is begrijpelijk, want welke kosten maak je als werknemer? Vaak is het alleen je woon-werkverkeer. Stel dat je 36.000 euro inkomen hebt, dan zal je wettelijke forfait 3070 euro zijn. Om daar met werkelijke kosten van woon-werkverkeer boven te gaan, moet je al ruim 50 kilometer enkele rit per dag doen. Het is dus pas interessant als je echt verre verplaatsingen doet of als je een deel van je huis gebruikt voor je job en kantoorkosten maakt. Bovendien, wanneer je naar je werk reist met een bedrijfswagen of met het openbaar vervoer, is het vaak niet interessant om je reële kosten te bewijzen. WELLENS: De bedragen van bonussen van bekende zakenlui die men in de krant leest, zijn brutobedragen die uiteraard ook belastbaar zijn. Sommige bonussen worden als gewone bezoldigingen belast. Die ondernemers zitten in de hoogste belastingschijf, dus ook zij houden daar maar goed 40 procent van over. Het is ook mogelijk dat bonussen in aandelenopties worden betaald. Daarvoor bestaat een forfaitair belastingregime dat fiscaal vriendelijker kan zijn. Of de bonus wordt uitbetaald in aandelen, dan bespaart men op sociale bijdragen. En zelfs wanneer de bonus na ontslag wordt uitbetaald als gouden handdruk, gaat er toch nog zo'n 40 procent van af. De grootste belastingbesparing zal er zijn als de bonus wordt uitbetaald aan de managementvennootschap van de ceo, of bij zijn pensionering. WELLENS: De vergoeding die u van de werkgever krijgt voor het abonnement, is volledig vrijgesteld van belasting. Dat is een gunst om het openbaar vervoer te promoten. Men moet die vrijstelling wel zelf vragen in de aangifte, in vak IV rubriek A10. Wat u oplegt om in eerste klasse te zitten, kunt u enkel inbrengen als u uw werkelijke kosten bewijst. Dat kan ik u afraden, want dan wordt de vergoeding die u van uw werkgever kreeg, volledig belastbaar. En dat nadeel is wellicht groter dan het voordeel van de inbreng van uw werkelijke kosten. WELLENS: Als u uw lening pas gesloten hebt in 2014, komt die, in uw specifieke situatie, door de zesde staatshervorming, niet in aanmerking voor de woonbonus. Leende u in 2013, dan hebt u wel recht op de woonbonus. Tenminste als u te kennen geeft dat u uw woning niet zelf bewoont wegens het samenwonen met uw partner. Dat is een geldige sociale reden. WELLENS: Helaas, u kunt uw vader niet ten laste nemen. Hij heeft immers te veel eigen bestaansmiddelen. Van zijn pensioen van 31.000 euro wordt weliswaar 24.760 euro vrijgesteld als bestaansmiddel, en op het saldo wordt een forfaitaire korting toegepast van 20 procent. Maar dan rest nog altijd 4992 euro. En dat is meer dan het toegelaten maximum van 3070 euro bestaansmiddelen. Dus uw vader is fiscaal niet ten laste. Volgende week: Suzy Even, studentenpsychologe aan de UGent.Mail uw vragen naar mijnvraag@knack.be en maak kans op 2 filmticketsThomas Verbeke