Het parlementaire debat over de beleidsverklaring van premier Guy Verhofstadt (VLD) is sinds vorige week woensdag overschaduwd door de discussie omtrent de dalende criminaliteitscijfers waar de premier die dag mee uitpakte. Het is niet duidelijk of hij de oppositie daarmee bewust afleidde van hoofdthema's dan wel of de oppositie dit flankgevecht zelf zocht. Hoe dan ook, Verhofstadt maakte op 9 oktober een reeks voor de regering zeer gunstige criminaliteitscijfers bekend. Zij waren hem in aller ijl door Binnenlandse Zaken bezorgd. De cijfers waren echter niet definitief en zijn om tal van redenen zo onbetrouwbaar dat minister van Binnenlandse Zaken Antoine Duquesne (MR) zelf al vier maanden wacht om ze bekend te maken. Als hij dat deze week dan toch doet, wordt het uitkijken naar mogelijke (nuance)verschillen tussen de statistieken van de minister en die van de premier vorige week.
...

Het parlementaire debat over de beleidsverklaring van premier Guy Verhofstadt (VLD) is sinds vorige week woensdag overschaduwd door de discussie omtrent de dalende criminaliteitscijfers waar de premier die dag mee uitpakte. Het is niet duidelijk of hij de oppositie daarmee bewust afleidde van hoofdthema's dan wel of de oppositie dit flankgevecht zelf zocht. Hoe dan ook, Verhofstadt maakte op 9 oktober een reeks voor de regering zeer gunstige criminaliteitscijfers bekend. Zij waren hem in aller ijl door Binnenlandse Zaken bezorgd. De cijfers waren echter niet definitief en zijn om tal van redenen zo onbetrouwbaar dat minister van Binnenlandse Zaken Antoine Duquesne (MR) zelf al vier maanden wacht om ze bekend te maken. Als hij dat deze week dan toch doet, wordt het uitkijken naar mogelijke (nuance)verschillen tussen de statistieken van de minister en die van de premier vorige week. Daarin is sprake van een daling van 8,04 procent in het totaal aantal geregistreerde misdrijven in 2001, in vergelijking met het jaar voordien. De premier in de Kamer: 'Voor bijna alle misdaadcategorieën is de evolutie positief (...). Alleen het aantal diefstallen uit wagens is gestegen. Dit is geen reden tot euforie, het is wel een aanwijzing dat we op dezelfde weg voort moeten gaan.' En hij verwees nog naar de daling van het aantal diefstallen en afpersingen (-6 %), gewelddelicten tegen de eigendom (-6 %), misdrijven tegen de lichamelijke integriteit (-4,5 %) en fraudemisdrijven tegen de eigendom (-13 %). Premier Verhofstadt ging niet verder in detail ( zie bijgaande tabellen). Geert Bourgeois (NVA) verweet de premier met oncontroleerbare cijfers uit te pakken 'op een moment dat een debat niet kan (...). Dit is een kaakslag voor de Kamer'. Gerolf Annemans (Vlaams Blok) verweet de premier 'een eenzijdige goednieuwsshow'. En Tony Van Parys (CD&V) waarschuwde: 'Indien de cijfers niet kloppen, dan neemt de eerste minister enorme risico's voor de geloofwaardigheid van de politiek.' En om zijn gelijk te bewijzen, verwees Van Parys 's anderendaags naar de cijfers van het Nationaal Instituut voor Statistiek (NIS), dat voor het jaar 2000 slechts 848.648 criminele feiten telde. In vergelijking met de cijfers van 2001, waarmee de premier triomfeerde, kan daaruit geen daling van 8,04 procent afgeleid worden, maar wel een stijging met 38.047 geregistreerde misdrijven, of een stijging van 4,4 procent. Waarop de premier zei dat er tijd verliep tussen de registratie van de misdrijven door de politie en de overname ervan door het NIS: bovendien werden de statistieken van 2000 op een later tijdstip herwerkt en beschikt het NIS blijkbaar nog niet over die aanpassingen. Dit welles-nietesspelletje dreigt ook deze week voort te gaan, zolang de oppositie niet inziet en de regering niet durft toe te geven dat 2001 en wellicht ook 2002 voor de criminaliteitsstatistiek zeker onbetrouwbare, misschien zelfs verloren jaren zijn. Daar zijn verschillende redenen voor. Bij de eeuwwisseling hadden de drie toenmalige politiediensten elk hun eigen computerregistratiesysteem. De rijkswacht had Polis, de gemeentelijke politiekorpsen hadden uiteenlopende systemen, maar werkten hoe langer hoe meer met het Politie Informatie Project (PIP), terwijl de brigades van gerechtelijke politie bij de parketten aanmodderden. Naarmate de politiehervorming in 2001 doorgevoerd werd, schakelden de meeste politiekorpsen over op PIP, maar bleef dit op vele plaatsen nog naast het Polis-systeem van de vroegere rijkswacht draaien. Bovendien werd de zoge- heten boomstructuur van het PIP verfijnd door toevoeging van nieuwe kwalificaties en kwam zodoende PIP2 tot stand. Als PIP echter voor elk geregistreerd feit 8 variabelen telde, dan telt PIP2 er 16 en stelde het Integrated System for Local Police (ISLP), in opvolging van PIP2, op een bepaald ogenblik 32 of meer variabelen voorop. Dit alles veroorzaakte in 2001 een babelse verwarring en veel tijdverlies, zowel bij de criminaliteitsstatistici als bij de politie. Door het toenemend aantal variabelen in een proces-verbaal omtrent de aard van het door hen geregistreerde feit, de plaats ervan, de modus operandi van de mogelijke dader, de betrokken objecten en dergelijke meer worden de politiemensen met almaar meer kantoorwerk opgezadeld, groeit het verwijt dat er ondanks de politiehervorming toch niet 'meer blauw op straat' komt en wordt er nog slordiger dan vroeger omgesprongen met de statistiek, ook omdat men het belang ervan nog steeds onderschat. Erger nog. De daling van de criminaliteitscijfers verraden niet alleen problemen bij de registratie ervan, maar wijzen in bepaalde domeinen zelfs op een verminderde aandacht van de politie voor bepaalde misdrijven. Ook op het niveau van de federale politie is sinds 2001 heel wat in de war en zelfs fout gelopen. In afwachting van de algehele invoering van het ISLP blijft ook de Algemene Nationale Gegevensbank (ANG) een meerjarenproject dat vandaag nog lang niet alle criminaliteitsgegevens bevat - als die aan de basis al worden geregistreerd. Parallel aan dit circuit, worden alle 196 lokale politiezones verondersteld hun statistische gegevens voorlopig nog altijd op diskette over te maken aan de specialisten die zorgen voor de opmaak van de Geïntegreerde Interpolitiële Criminaliteits Statistiek (GICS), nu Politiële Criminaliteitsstatistieken genaamd. Maar na de 'degelijke' selectie aan de top van de federale politie werd de GICS, samen met de Veiligheidsmonitor en andere beleidsinstrumenten, toevertrouwd aan Jean Compère en ondergebracht in een van de vier directies die rechtstreeks rapporteren aan commissaris-generaal Herman Fransen. Iedereen wist echter dat Compère daartoe ongeschikt was, maar de steun van de Luikse PS- en PRL-vrijzinnigen én connecties op het kabinet van Binnenlandse Zaken deden andermaal wonderen. Als verwoed jager, benadert Compère ook elke vrouw als een prooi en hij toonde zich al vlug een beter organisator van wildfestijnen dan een volwaardige chef. Bijna al zijn medewerksters liepen weg, tot Compère deze zomer uiteindelijk zelf aan de deur werd gezet. De meeste van zijn intussen verzwakte diensten, waaronder de Politiebeleidsondersteuning met de Politiële Criminaliteitsstatistieken (de vroegere GICS) en de Veiligheidsmonitor, worden nu overgeheveld van het commissariaat-generaal naar de Algemene Directie voor Operationele Ondersteuning, onder leiding van hoofdcommissaris Carlos De Troch. Dit alles betekent evenwel dat de politiehervorming op dit niveau niet alleen verantwoordelijk is geweest voor de benoeming van een figuur als Compère, maar ook voor de ontreddering van zijn dienst die precies de criminaliteit in 2001 beter in kaart had kunnen brengen. Kortom, 2001 is een verloren jaar. Het is zelfs zeer de vraag of de criminaliteitsstatistieken in 2002 betrouwbaarder kunnen zijn om een nulmeting mogelijk te maken. Voor zover de politiezones hun gegevens al correct en volledig leren door te sturen. Dan nog vertellen die weinig over de veiligheid in de betrokken zones. Maar ook de jongste Veiligheidsmonitor is nog niet klaar. Frank De MoorVoor de criminaliteitsstatistiek zijn 2001 en wellicht ook 2002 onbetrouwbare en wellicht zelfs verloren jaren.