Steden veranderen het leefmilieu. Ze zijn warmer dan het platteland en 's nachts hebben ze artificieel licht, waardoor het contrast tussen licht en donker vermindert. Dat moet effecten hebben op dieren. Bioloog Thomas Merckx (VUB) beschrijft met een aantal collega's in Proceedings of the National Academy of Sciences de versch...

Steden veranderen het leefmilieu. Ze zijn warmer dan het platteland en 's nachts hebben ze artificieel licht, waardoor het contrast tussen licht en donker vermindert. Dat moet effecten hebben op dieren. Bioloog Thomas Merckx (VUB) beschrijft met een aantal collega's in Proceedings of the National Academy of Sciences de verschillen in het gedrag van koolwitjes en klaverspanners (mooie motjes) tussen zes Finse en Zweedse steden en het omringende platteland. Beide soorten hebben een langer vliegseizoen in een stedelijke context. Dat komt vooral omdat ze het moment uitstellen waarop ze in winterslaap gaan. De aanpassing wordt in de hand gewerkt door genetische wijzigingen, die ervoor zorgen dat de beestjes in een stad anders reageren op veranderingen in de daglengte. Bovendien groeien planten langer bij hogere temperaturen, wat een voordeel is voor vlinders. Een effect van nachtelijke verlichting konden de onderzoekers niet vinden. Sommige wetenschappers zoeken het wel erg ver om de interacties tussen insecten te bestuderen. Zo presenteert entomoloog Jean-Luc Boevé (KBIN) met een collega in het vakblad Patterns een systeem om de geuren die insecten zoals bladwesplarven bezigen om zich te verdedigen tegen aanvallers uit de mierenwereld, om te zetten in geluiden die mensen kunnen horen. Daarvoor gebruiken ze algoritmes en synthesizers. Tot hun verbazing stelden ze vast dat er een overeenkomst is: de geluiden gekoppeld aan stoffen die mieren niet te harden vinden, blijken ook voor mensen onverdraagbaar te zijn. De onderzoekers hopen dat ze op die manier de relaties tussen insecten gemakkelijker kunnen bestuderen.