Voorlopige ruimtes voor efemere beelden in Brussel : van het Office Tower Manhattan Center Project tot Verbindingen/Jonctions.
...

Voorlopige ruimtes voor efemere beelden in Brussel : van het Office Tower Manhattan Center Project tot Verbindingen/Jonctions.Het was de eerste wolkenkrabber naar Amerikaans model die in hartje Brussel oprees. Het was 1969, en de buurt rond het Rogierplein veranderde van karakter. Sinds de opening in 1972 staan de zevenentwintig verdiepingen van de Office Tower Manhattan Center er goeddeels ongebruikt bij. Het kantoor- en businesscentrum trekt geen kip aan, het Ministerie van Landbouw niet te na gesproken. In 1975 al gleed bouwpromotor Leon Levy (?financieel acrobaat?) uit en liet een Manhattan-put van 1 miljard frank achter. Vandaag is het Center in handen van de investeerdersgroep Rogib NV rond Frans Vereecken. De beursgenoteerde vastgoedholding Sabech staat onder haar controle. Sabech leed in het eerste halfjaar van 1996 een nettoverlies van 54 miljoen frank. Dat was vooral te wijten aan de 35,6 miljoen frank waardevermindering van haar participaties in het Manhattan Center. Wie heeft zin in deze hete aardappel ? Barbara Vanderlinden richtte de vzw Roomade op voor de productie van kunstprojecten buiten het traditionele tentoonstellingscircuit, ingebed in een specifieke maatschappelijke situatie en bestemd voor een nieuw publiek. Het lag dus voor de hand dat haar oog op een dag op het Manhattan Center zou vallen : een hallucinante vorm van uit de hand gelopen, megalomaan metropolitis maar evengoed een droomterrein voor het creatieve denken. Roomade duidde de kern van het probleem terecht als een waanzinnige misrekening van schaal en formuleerde de ondertitel van haar Office Tower Manhattan Center Project als een tegenvoorstel : On the desperate en long neglected need for small events. Twee van de zes voorziene werken werden al in de wolkenkrabber geïnstalleerd, waar ze tot het eind van de maand overdag te zien zijn. Een derde, de video-installatie Interieur II-V van de Zwitserse Marie Jose Burki, wordt alleen vanaf zeven uur 's avonds getoond, maar is vanop straat te bekijken : achter elk van drie aaneengrenzende ramen langs de Bolwerklaan wordt op breed scherm een video geprojecteerd van een zangvogeltje in een kooi. De film is in een lus gemonteerd, zodat het dier de hele nacht constant van de ene stok op de andere wipt. Het geluid wordt, stevig versterkt, de straat op geslingerd. Met een drievoudig indringend beeld grift Burki haar metafoor - voor de geïsoleerde menselijke conditie binnen het concentrationaire universum genre Manhattan Center - op het front van de toren zelf. Eerst is er de verlaten lobby, dan een tiental liften. Enkele kooien staan open, met uitnodigende groene lichten. De lift naar het werk op de zesentwintigste verdieping is niet dezelfde als die voor de twaalfde. Een bezoek aan de ?small events? betekent tweemaal naar boven, tweemaal naar beneden. Wat een absurd grote afstand lijkt, is door de hoge snelheid van de kooien slechts een peulschil. Gecatapulteerd tot op de (op één na) hoogste etage, beland je in een volledig verlaten gang met een eindeloze rij deuren. BRUSSELS BY NIGHTSommige staan open en geven toegang tot lege ruimtes, met telkens een fantastisch uitzicht op de stad. Van hieruit bekeken is de geluidloos voortkruipende, in lucht badende stad een fijn gestructureerd droombeeld, in schril contrast met de in dampen, kabaal en verwarrende urbane elementen gedompelde werkelijkheid beneden. Aan het eind van de lange gang, schuin op de lengteas van twee ontmantelde kantoren, heeft Kobe Matthys met gyproc platen en aluminum staven een self-service party module gebouwd. In deze gesloten box met één deur en één raampje staan enkele zwartleren fauteuils, een bijzettafeltje met de kranten De Morgen en Le Soir en een tv-monitor waaruit keihard de opzwepende ritmes van MTV schallen. Een imaginair Agentschap Interieur stelt de infrastructuur te huur voor party's, waarbij de feestvierders zelf hun software meebrengen. Dit alles tegen honderd frank per uur, dag en nacht. De gezelligheid van de situatie is natuurlijk heel speciaal : iemand zondert zich af in een gyproc module temidden een zee van ruimte met een kijk op Brussels by Night. Ook het idee dat de partyganger aangewezen is op het lees- en kijkvoer van elke dag, zorgt voor duizelingen. Matthys brengt de clichés van het doe-het-zelf-bouwen en het info- & amusementspakket van de burger bijna in parallel met de overgedimensioneerde, stereotiepe kantoorarchitectuur. Dat is een geslaagde link, goed voor een kortstondige kick. Bij een vorige gelegenheid was Roomade in zee gegaan met de Amerikaanse kunstenaar Matt Mullican (45) voor een gewaagd project, schijnbaar helemaal anders dan de cryptische pictogrammen en cleane labyrinten waarmee hij zijn voorstelling van de wereld gaf in het kader van Tien beelden voor Middelheim ('93) of Documenta IX ('92). Deels in aanwezigheid van een select publiek, deels voor twee drie mensen, liet Mullican zich op uitnodiging van Roomade verschillende malen onder hypnose brengen, waarbij hij zich telkens in een specifieke situatie inleefde : Een Tekening Maken als 55-jarige, Koud Krijgen, Teruglopen van het Centraal Station/Twee Spiegels, Slapen onder de Tafel, 26 Februari 1996, De Lijn Oversteken, Op mijn Ogen Lopen, Een Tekening Maken als 4-jarige, Dorstig, Het Genot van 3 Flessen Water, Uitkijken naar een Beeld/Een Beeld Binnengaan.Uit de loutere opsomming van de titels blijkt al wel dat Mullican zich diep in zichzelf wilde terugtrekken, om er de contouren van zijn tot de blote kern herleide bewustzijn na te voelen (en in 1 geval ook te voorvoelen : tekenen op 55). Onder hypnose werd dat bewustzijn op een waakvlam gezet maar niet gedoofd : de kunstenaar was in staat om te reflecteren over de primaire voorwaarden waarin zoiets als een ego ontstaat en hoe dit de werkelijkheid ervaart en transformeert. Van elk van Mullicans performances ?Under Hypnosis? werd door Roomade een video geproduceerd. Ze worden geprojecteerd op de muren van kamers, zalen en ruimtes op de twaalfde verdieping van het Manhattan Center. Van alle films is Two Mirrors de meest revelerende omdat het onverwacht het tragische aspect van het hele opzet en de begrenzingen ervan blootlegt : hoe Mullicans streven om zich helemaal terug te verplaatsen naar een emotie, een artistieke attitude uit zijn jeugd, tegelijk een onmogelijk gevecht is met de tijd. In dit proces heeft hij het gevoel dat hij op twee spiegels stuit, op de twee figuren die zijn ego reflecteren, op schizoïde neigingen. HET MONSTER VAN LOCH NESSTijd voor enkele vaststellingen. Beeldend kunstenaars gebruiken nu graag het medium video ; cineasten die geen populaire films maken, geraken nog moeilijk in het normale bioscoopcircuit ; bij almaar meer kunstwerken gaan muziek en beeld elkaar doordringen, wat wijst op een creatief gebruik van nieuwe digitale media. Het wordt duidelijk : de ontwikkeling naar grotere convergenties binnen de kunsten impliceert van meetaf aan ook het creëren van nieuwe distributiekanalen, podia en publieken. In de traditionele opsplitsing tussen zwarte zaal, videocentrum en museum krijgen die nieuwe multimediale producten te weinig kansen, geen optimale vertoningsvoorwaarden of gewoon niet het juiste publiek. Om een gemeenschappelijk kader te maken voor die dingen koos Dirk de Wit van Constant (Vereniging voor Kunst en Media) verschillende Brusselse platforms voor de blitzmanifestatie Verbindingen/Jonctions/ een programma over randgebieden tussen media, beeldende kunst en muziek. Film keurig in cinema Nova en het Filmmuseum, maar video zowel in genoemde zalen als in Het Paleis voor Schone Kunsten, waar ook de video-en audiotheek is. Performances in Plateau en muziekoptredens in de Beursschouwburg. Dat elk vast publiek van die instellingen nu eens een ?Verbinding? zou maken met een ander plateau, was een wens van De Wit die bezig is in vervulling te gaan. Uit het zeer gevulde ?tentoonstellings?-programma in het PSK kozen we de videofilm Crossing (42') van Barbara Visser en een rondje interactief beeld- en muziekmaken op de installatie van het Britse collectief Anti-Rom. In haar film volgt Visser Joan MacDonald die in opdracht van het Department of Phenomenologic Research in Glasgow getuigenissen verzamelt van mensen die met eigen ogen hetzij een UFO of het monster van Loch Ness hebben aanschouwd. De koele, zakelijke MacDonald laat de mensen rustig uitspreken, zonder hun geloofwaardigheid in twijfel te trekken. Zo doen hun oprecht klinkende verhalen door de kritische geest in het domein van oude en moderne mythes gerangschikt toch weer een zweem van twijfel rijzen. Ja, wat zijn eigenlijk de grenzen van de menselijke waarneming ? Visser heeft een rustige cameravoering en ze heeft gevoel voor de natuurlijke toon van de mensen in hun landschap. De film wordt perfect inleefbaar, en de mogelijk buitennatuurlijke stof gaat deel uitmaken van de geobserveerde cultuur. Wanneer Visser zelf koppig de persoonlijke opvatting van enquêtrice MacDonald probeert te achterhalen, blijft deze halsstarrig op het standpunt dat haar mening niet ter zake doet. Ze doet gewoon haar werk, zegt ze. De epiloog, waarin de filmers MacDonald op onheuse wijze uit haar tent lokken, doet de prent definitief buiten alle categorieën vallen. Crossing is dan ook het schoolvoorbeeld van een film waar Dirk de Wits vereniging zich over moet ontfermen. Is het een documentaire die de dunne (of onbestaande) scheidingslijn tussen waarheid en fictie onderzoekt ? Of een fictiefilm met het onderwerp van een documentaire ? Hij is, ook door zijn ongewone duur, niet geschikt voor de bioscoop. Hij bezit geen specifiek beeldende eigenschappen die hem automatisch in het museaal tentoonstellingscircuit doen belanden. Maar hij is zo goed en zo grappig dat hij ergens een plaats verdient. Jan Braet Office Tower Manhattan Center Project, tot 30.3/open wo. do. vr. za. en zo. van 14 tot 19 u. (uitgez. Burki : elke nacht van 18 tot 7.30 u.)Verbindingen/Jonctions, tot 31.3. PSK tot 16.3 ! (tel.02/2193702). Marie Jose Burki, Office Tower Manhattan Center Project : zangvogeltje.Barbara Visser, Crossing, 1997, Jonctions : oude en moderne mythes.