Vrijdag speelt Excelsior Moeskroen op Anderlecht. Een topaffiche... voor Anderlecht. Trainer Georges Leekens analyseert het succes.
...

Vrijdag speelt Excelsior Moeskroen op Anderlecht. Een topaffiche... voor Anderlecht. Trainer Georges Leekens analyseert het succes.Bijna drie jaar geleden stond heel Moeskroen aan de rand van de zelfmoord. In de eindronde die de tweede stijger naar eerste aanwijst, stond Excelsior op kop. Winst in de laatste thuismatch tegen Beerschot, dat zelf niets meer te winnen of te verliezen had, betekende promotie. Le Canonnier zat zoals gewoonlijk vol en daverde en dreunde van het enthousiasme. Zeker nadat de thuisploeg in het begin van de tweede helft 1-0 was voorgekomen. De promotie leek vast te staan tot de Israëliër Yaron Drori tien minuten voor het einde tegenscoorde. Op datzelfde moment won Aalst met 2-1 van Lokeren en Moeskroen mocht in tweede blijven. Weinig clubs zouden zo een slag te boven komen. Het seizoen '94-'95 was dan ook cruciaal. Trainer André Van Maldeghem bracht Excelsior opnieuw in de eindronde, maar vooraleer die begon, kwam het tot een botsing met sterspeler Dominique Lemoine. Het bestuur koos de zijde van de speler, en de trainer kon opstappen. In de eindronde kwam Moeskroen er niet aan te pas. Harelbeke promoveerde. Toen verscheen Georges Leekens. Hij sloeg links op een spijkertje, gaf rechts een likje verf, schaafde in het midden een paar krullen weg, draaide een schroefje in, stelde een boutje bij, spande een veertje aan, en op het einde van het seizoen haalde Moeskroen opnieuw de eindronde, won hem eindelijk ook, steeg naar eerste, werd daar een rampzalig seizoen voorspeld, maar stond bij de winterstop helemaal alleen bovenaan. En dat met een ploeg van ga daar liggen. Want laten we wel wezen : Lemoine is een uitstekende voetballer en als de gebroeders Mpenza het potentieel dat ze nu tonen, daadwerkelijk ontwikkelen, dan worden het topspelers, maar met die drie hebben we het gehad. Al de anderen zijn elders te licht bevonden. Met die beperkte kern de kop spelen is voor een trainer in feite de opperste bekroning. Dat is nogal wat anders dan, om maar iets te zeggen, drie miljard frank mogen investeren en nog geen kampioen van Engeland kunnen worden. Toch staat Leekens niet bovenop de tafel te dansen. Daarvoor beseft hij te goed dat het er over een paar weken weer helemaal anders kan uitzien, en bovendien heeft hij het de voorbije tijd privé niet gemakkelijk. Zijn vrouw verblijft nog altijd in het ziekenhuis, nadat ze vier maanden geleden door een hersenbloeding werd getroffen. Zijn grote organisatietalent helpt de trainer om de praktische problemen van die situatie wonderwel te regelen, de emotionele problemen houdt hij voor zichzelf. Het verhaal van Excelsior Moeskroen, een fenomeen in de grauwe Belgische competitie '96-'97. GEORGES LEEKENS : Na mijn terugkomst uit Turkije heb ik eerst als depanneur Cercle Brugge weer op de sporen gezet, en daarna ben ik bij Charleroi in dienst gegaan. Een club die in volle euforie leefde na de successen onder Robert Waseige. Al vlug bleek dat het bestuur en ikzelf niet op dezelfde golflengte zaten. Mijn besluit om er op het einde van het seizoen weg te gaan, stond vroeg vast. Ik had me voorgenomen om een maand of zes wat de pers noemt niets te doen. In feite : hard te werken. Ik wou een stage volgen in Italië, gaan kijken in andere Europese landen en in Amerika, gaan luisteren bij trainers en bestuurders in sporten als basketbal en judo. Ik zag het als een bijscholing en een investering in mijn eigen vak. Maar het is er niet van gekomen. Want na Charleroi werd ik aangesproken door de mensen van Moeskroen, van wie ik er velen al twintig jaar kende. Zij hebben me gevraagd om bij hen te komen bouwen aan een ploeg die na een jaar of drie in eerste klasse zou spelen. Een interessante opdracht, ook al omdat het dicht bij huis was. Toen ik bij Trabzonspor was, heb ik zestien maanden aan de Zwarte Zee geleefd. Dat is een andere wereld. Het avontuur was interessant, ook omdat ik er niet alleen trainer was maar ook de infastructuur van de club mee mocht ontwerpen. Maar familiaal was het niet vol te houden. Dicht bij huis aan de slag kunnen heeft zijn charmes. Voetbaltrainers die andere sporten bestuderen ontmoet je niet vaak. Is het inderdaad niet nuttiger om je oor te luisteren te leggen bij een goede basketbaltrainer, in de plaats van elke dag tien voetbalmatchen te bekijken ? LEEKENS : Ik zie niet in wat je kan leren van tien matchen per dag. In andere sporten kan je ideeën oppikken om het voetbal moderner en beter te maken. Niet alleen tactisch en fysiek, maar ook technisch en qua snelheid, bijvoorbeeld. Je kan leren uit andere trainingsmethoden, en uit medische en wetenschappelijke begeleiding. In het voetbal zijn we tien, vijftien jaar geleden blijven stil staan. We haalden fantastische resultaten. Er was toen misschien meer talent dan nu, maar ook niet op overschot. Alleen werd dat opgetild door creativiteit, tactisch inzicht en goede fysiek. En we waren vooral mentaal bijzonder sterk. Het hoofd was ons belangrijkste wapen. Maar in de plaats van op die uitzonderlijke resultaten verder te borduren, zijn we gaan genieten. En hebben we de sprong voorwaarts gemist. Ik heb het idee niet laten varen om een maand of zes te gaan bijscholen, maar ja... de tijd ontbreekt. Ik kom per dag twaalf uren te kort. Het is een buitengewoon zwaar vak. Je bent dag en nacht met duizend en één dingen bezig. Een trainer heeft zijn job constant bij zich. Hij moet opletten dat hij zijn huisgenoten niet met zijn problemen opzadelt. Omgekeerd mag je privé-leven geen invloed hebben op je werk. Daar heb ik mezelf de jongste maanden in moeten harden. Toen je tekende bij Moeskroen, was het de bedoeling dat je clubmanager zou worden, naar Engels voorbeeld. Ondertussen ben je weer in de eerste plaats coach. LEEKENS : De opdracht in het vijfjaarcontract was om binnen een jaar of drie te promoveren en dan een degelijke eersteklasseclub te worden. Met een bescheiden budget. Je moet de voorgeschiedenis erbij halen. Twee keer in de eindronde met hoge verwachtingen, twee keer niets. De beste spelers verdwenen : Vanderhaeghe, De Vreese, Baudry, dit jaar Verschelde. In de entourage stapten enkele mensen op : de materiaalmeester, de ploegafgevaardigde. Er was intern veel onderlinge kritiek. Dat zorgde voor een fatalistische sfeer rond de club, een sfeer die je in de streek ook op andere niveaus aantrof : de textielindustrie van vroeger verdwijnt, er is hoge werkloosheid, weinig investeringen. Bij de Europese Unie werd het statuut van gebied in economische moeilijkheden aangevraagd. Het was mijn taak om binnen Excelsior die negatieve sfeer om te buigen, en daarvoor kreeg ik binnen de financiële beperkingen carte blanche van het bestuur. Het budget liet weinig speling voor aankopen. Je moest het met de kern doen die net weer de promotie gemist had, en bovendien verzwakt was. LEEKENS : Er zijn een paar minder opvallende versterkingen ingehaald zoals Verspaille en Vidovic, die pas nu hun volle waarde bewijzen. Maar ik heb in het begin vooral mijn best moeten doen om de spelers ervan te overtuigen dat ze zich veel feller moesten inzetten. Moeskroen had een paar jaren met een getalenteerd elftal uitgepakt, maar enkele van de betere spelers waren weg, en met Lokeren en Genk in de reeks waren er twee concurrenten die uitsluitend profs in dienst hadden. Wij doen het met niet-amateurs, we trainen 's namiddags en 's avonds. We zijn dan Lemoine gaan terughalen, die de club vaarwel had gezegd maar in het buitenland geen ploeg vond. Hij is een spelbepalende figuur die ik best kon gebruiken. De spelers rondom hem moeten zich daar een beetje aan aanpassen. Lemoine heet een moeilijke jongen te zijn, maar dat maakt me niet uit. Ik heb zonder problemen gewerkt met Philippe Albert en Michel De Wolf, dat zegt genoeg. Soms zouden de clubs zich moeten afvragen waarom iemand als een moeilijke jongen ervaren wordt. Je hebt kankeraars die het bij het rechte eind hebben. Als rondom het elftal de zaken niet gesmeerd lopen, begrijp ik een speler die zich boos maakt. Een trainer moet ervoor zorgen dat alles tot in de puntjes verzorgd is. Dan is die bron van irritatie al weggenomen. Ik denk dat we dat vorig seizoen allemaal voor mekaar gebracht hebben. De spelers hebben niet op een inspanning gekeken, de regels werden door iedereen gerespecteerd zonder dat er een dictatuur heerste, en op die manier groeit er automatisch een goede sfeer. Het is geen garantie voor sportief succes, maar wel een voorwaarde. Terwijl het eerste elftal weer op koers ging varen, moest je je ook met andere facetten bezig houden. LEEKENS : We zijn bezig met een jeugdschool op te zetten, een centre de formation zoals in Frankrijk. Dat past in de filosofie van deze vereniging, die het hart wil vormen van een hele streek, en ten dienste wil staan van de eigen mensen. Excelsior wil een sociale rol voor de jongeren vervullen. Maar dat kan enkel lukken als we steun krijgen van de overheid en van het onderwijs. Naast de jeugd hebben we ook aandacht voor de rest van de infrastructuur, want op dat gebied is er een lange weg te gaan. We hebben voor nieuwe kleedkamers gezorgd en de oude tribunes moeten beetje bij beetje vernieuwd worden. Opvallend is de feestsfeer die er heerst rond de wedstrijden op ?Le Canonnier?. Het voetbal doorbreekt die fatalistische sfeer. LEEKENS : Ja, en dat doet het meest van al plezier. Moeskroen krijgt heel wat terug van de voetbalclub. Moeskroen was een grensstadje dat nauwelijks in de belangstelling kwam. Nu wordt er al maanden lang in het hele land over Moeskroen gesproken, en enkel in positieve zin. Wij hebben voorlopig ook geen last van hooliganisme, dat is zeer belangrijk. Weer één van die nevenzaken die perfectionisme vragen : de veiligheid in en om het stadion. Als je er in slaagt om vanuit deze vergeten uithoek van het land kleur te geven aan de nationale voetbalcompetitie, wil dat zeggen dat hier mensen wonen die kunnen presteren, organiseren, en met schaarse middelen grote resultaten halen. Als ze dat kunnen in het voetbal, kunnen ze dat ook op andere domeinen. Op die manier is de publiciteit die Excelsior maakt, voor de streek onbetaalbaar. Daar kan de duurste reclamecampagne niet tegenop. Moeskroen ligt op de Franse grens, niet ver van Lens en Rijsel. Ook daar heerst weinig welstand, maar iedereen is er gek op voetbal. LEEKENS : We moeten twee grenzen doorbreken : de landsgrens en de wat kunstmatige taalgrens. We moeten zowel Vlaamse als Noord-Franse supporters en bedrijven naar ons stadion lokken. Als we erin slagen om bij de eerste tien van het Belgisch voetbal mee te draaien, en als onze wedstrijden de happenings blijven die ze tot nu toe waren, liggen er tal van kansen voor het grijpen. We hebben in de kern een speler, Jean-Pierre Thibaut, die niet meer in aanmerking komt voor de A-ploeg maar die volgens mij de ideale man is om de pas verworven naambekendheid van onze club commercieel uit te buiten. Burgemeester Jean-Pierre Detremmerie (PSC) is de drijvende kracht achter de club. De stad is trouwens medebeheerder. Dat is ook op Franse leest geschoeid. LEEKENS : Met dit verschil dat wij niet door de stad gesubsidieerd worden, zoals dat bij Franse clubs wel het geval is. Detremmerie is een bijzonder dynamisch en sociaal man die dag en nacht in touw is om zijn gemeente uit het dal te trekken. Er zijn expansiemogelijkheden genoeg, zeker met het doortrekken van de A-17. Het zal er alleen op aankomen om de juiste bedrijven aan te trekken, die voor werkgelegenheid kunnen zorgen. Het succes van de voetbalclub schept het ideale klimaat om vooruit te geraken. Soms vrees ik dat de figuur van Detremmerie te belangrijk is. Op het moment dat hij het laat afweten, zou het slecht kunnen aflopen. In je elftal zit een ideale mix van wat nodig is op een voetbalveld : de een is fysiek sterk, de ander is technisch onderlegd, heeft een klare kijk op het spel of is erg snel. LEEKENS : Die mix hebben we doelbewust gecreëerd. En het heeft ons veel energie en zeer veel denk- en puzzelwerk gekost. Vergeet niet dat er vorig seizoen tijdens de eindronde klachten waren ingediend omwille van de transfer van de broers Mpenza, die nog met Kortrijk tegen Moeskroen moesten aantreden. Dat heeft ons lange tijd in het ongewisse gelaten. We hadden ons gekwalificeerd voor eerste, maar we konden even goed naar derde worden verwezen : het verschil tussen een budget van dertig en een van tachtig miljoen frank. En wie wou er in die periode naar Moeskroen komen ? Er was in de zomer alleen discussie over wie de tweede daler zou worden. We hebben spelers aangetrokken die bij hun eigen ploeg uitgerangeerd waren, en anderen van wie men het talent blijkbaar niet goed genoeg had ingeschat. Tot die laatste categorie reken ik ook de Mpenza's. Want ik lees nu wel van tal van trainers dat ze de broers ook hadden opgemerkt, maar niemand heeft ze gekocht, nietwaar. Het is niet dat Moeskroen zo rijk is, dat er geen bod tegenop kon. We hebben inderdaad een goede mengeling van voetbalkwaliteiten, maar het kan veel beter. Ik vind dat we fysiek sterker moeten worden. We spelen hoog, we voeren pressing, maar we moeten agressiever zijn. We laten de tegenstander te veel voetballen, zeker in uitwedstrijden. Ondanks dat hebben jullie één van de minst gepasseerde verdedigingen in eerste. LEEKENS : Dat klopt, maar die cijfers zeggen niet alles. Als ik de resultaten van de heenronde bekijk, hebben we twee keer meer gekregen dan we verdienden : tegen Club Brugge en op Mechelen. We hebben alleen verloren op Lierse en RWDM, en dat was twee keer terecht. Voor de beker zijn we gewipt op Aalst en ook dat was zonder discussie. Het was ook geen drama want voor een strijd op twee fronten zijn we niet gewapend. Voor de rest hebben wij onze punten niet gestolen. En we brengen fris en offensief voetbal. Bijna al onze spelers zijn aanvallend ingesteld, iets waar we de volgende transferperiode rekening mee moeten houden. Maar ons belangrijkste wapen blijft de collectiviteit. Dat houdt in dat een speler in staat is om in functie van een medemaat te spelen. Ik zie in het Belgisch voetbal te weinig spelers die een ander beter doen renderen. Op het eerste gezicht lijkt de terugronde voor Moeskroen lastiger te worden dan de heenronde. De grote drie zijn al op bezoek geweest. LEEKENS : Het verrassingseffect is weg, maar dat is al een tijdje zo. De tegenstanders passen zich aan en proberen onze kwaliteiten af te breken. Ik hoop zo lang mogelijk te kunnen uitgaan van onze eigen sterke punten. Dat is de grote uitdaging waar wij voorstaan : proberen te blijven voetballen zoals we dat in de heenronde hebben gedaan. Ik heb het de spelers duidelijk gezegd tijdens onze winterstage. Die we, tussen twee haakjes, niet in Tunesië of Marokko hebben doorgebracht, maar in Noord-Frankrijk. Op vijf kilometer van Moeskroen om precies te zijn. In een Novotel, één van onze co-sponsors. Ik heb de spelers gezegd dat ze die achtendertig punten moesten vergeten, en de laatste zestien matchen opnieuw van nul moesten beginnen. Ik ben benieuwd voor de verplaatsing naar de topploegen, die ons met het mes tussen de tanden zullen opwachten. Maar mijn spelers zijn makkelijk op te peppen voor speciale gelegenheden. Dat heb ik gemerkt in de thuismatch tegen Lommel, net vóór de winterstop. Iedereen besefte dat we een unieke kans hadden om alleen aan de leiding te komen, een kans die we misschien nooit meer zouden krijgen. Als het dan 3-0 wordt, tegen een moeilijke ploeg als Lommel, is de voldoening des te groter. Heel Moeskroen staat al op zijn kop voor de match van volgende vrijdag. Ik vermoed dat het Anderlechtstadion vol zal zitten. Wie had dat in augustus durven voorspellen ? Geef toe dat wij kleur geven aan een competitie waarvan iedereen de grijsheid vreesde. Maar we lopen niet naast onze schoenen. Onze doelstelling blijft wat ze was : het behoud verzekeren en aantrekkelijk voetbal spelen. Dat doel lijkt ondertussen bereikt, en wat we voor de toekomst mogen vooropstellen, wachten we maar even af. Kunnen we op tegen supergemotiveerde tegenstanders ? Kunnen we om met de grote mediabelangstelling ? Blijven we gespaard van blessures ? Als Vidocvic, Lemoine en Mpenza wegvallen, kunnen wij van iedereen verliezen, als ze erbij zijn kunnen wij van iedereen winnen. Dat zijn allemaal onvoorspelbare factoren. Elke promovendus die het goed doet, wordt het voorbeeld van Oostende onder de neus gewreven. Eén jaar de revelatie zijn is niet zo uitzonderlijk, maar dat continueren is heel wat moeilijker. LEEKENS : Daarom moet de club op dit moment voor een stevige organisatie zorgen. De technische staf zit goed in elkaar. Volgens mij moeten we een structuur vormen met een sportieve, een administratieve en een financiële cel. En in die drie cellen moeten professionele mensen fulltime werken. Anders lukt het niet. Het zwakke punt van het Belgisch voetbal is dat daar in de praktijk zo weinig van terecht komt. Sportief halen wij tot nu toe het maximum uit onze kern. We hebben ondertussen een Serviër en een Kroaat aangetrokken om de concurrentie te vergroten, en we zullen moeten zien of we iedereen bij ons kunnen houden. Het talent van de Mpenza's krijgt grote weerklank. Die jongens worden langs alle kanten lastig gevallen, maar liever dat dan dat niemand belangstelling voor hen heeft. Wij proberen hen duidelijk te maken dat ze nog veel progressie moeten maken en dat ze daarvoor best bij ons blijven, waar de hele ploeg in hun dienst speelt. Bij een topclub zal dat het geval niet meer zijn, de voorbeelden liggen voor het grijpen. Mocht er voor de Mpenza's een superbod komen, dan moet de club dat aannemen en verstandig omspringen met het geld. Ze moeten een voorbeeld nemen aan Club Brugge. Toen ik daar begon, was Marc Degryse voor rond de negentig miljoen frank verkocht. We hadden voor dat geld een andere topper kunnen aantrekken. Maar we zijn slimmer geweest en hebben vier goedkopere spelers gekocht : Borkelmans, Staelens, Booy en Disztl. Dat was de basis van het succes de jaren nadien, en ook Hugo Broos heeft daarvan geprofiteerd. Ik heb de indruk dat het professionalisme van Club Brugge onderschat wordt. Ze houden zich soms wat van de domme, maar je moet het Antoine Vanhove wel nageven : in drie jaar tijd honderddertig miljoen voor Amokachi en honderdzestig miljoen voor Stanic, wie kan die cijfers voorleggen ? Over Club Brugge gesproken : Broos houdt ermee op. Boskamp stopt bij Anderlecht. De twee meest begeerde trainersplaatsen van België zijn vacant. Blijf jij bij Moeskroen ? LEEKENS : Daar kan ik voorlopig geen antwoord op geven. Ik beleef een prima tijd bij Moeskroen. Met een kleine ploeg een eindronde winnen geeft evenveel voldoening als met Club Brugge of Anderlecht kampioen worden. Zeker met een warm en hartelijk publiek, dat zijn de betere momenten van het bestaan. Die beleef je misschien niet bij een topclub. Voor mij komt er bij dat ik in Charleroi niet gelukt ben, door allerlei omstandigheden, wat mijn reputatie in Wallonië een knauw had gegeven. Dat heb ik in Moeskroen rechtgezet. Ik voel me verantwoordelijk tegenover de club die mij betaalt. Het engagement dat ik vorig seizoen ben aangegaan, heb ik ondertussen al voor een groot deel waargemaakt. Georges Leekens is vervangbaar bij Moeskroen. Het grootste compliment voor een trainer is dat zijn opvolger ook succes haalt, want dat betekent dat hij iets waardevols heeft achtergelaten. Dus, we zien wel wat de toekomst brengt. In mijn contract staan clausules die het mij mogelijk maken om op te stappen. Sinds mijn ervaring in Mechelen, waar John Cordier onmiddellijk na mijn komst alle spelers van de hand deed, heb ik mijn lesje geleerd. Hou je er eigenlijk rekening mee dat Moeskroen kampioen kan worden ? LEEKENS : Neen. Koen Meulenaere Moeskroen ontploft nog maar eens : Daar kan de duurste reclamecampagne niet tegenop. Georges Leekens : Het grootste compliment voor een trainer is het succes van zijn opvolger. Mbo Mpenza staat volop in de belangstelling : Voor zijn ontwikkeling als voetballer zou hij beter blijven. Dominique Lemoine : kankeraars hebben soms gelijk.Burgemeester Detremmerie : voetbal als voorbeeld voor een grauwe regio.