Standard draait weer mee aan de top van het Belgische voetbal. Vrijdag komt Anderlecht. Een gesprek met coach Jos Daerden.
...

Standard draait weer mee aan de top van het Belgische voetbal. Vrijdag komt Anderlecht. Een gesprek met coach Jos Daerden.JOS Daerden heeft ze allebei van dichtbij meegemaakt : het hoogtepunt en het dieptepunt uit de geschiedenis van Standard. En dat in een paar dagen tijd. Het hoogtepunt, dat was de finale van de Europabeker voor Bekerwinnaars, op 12 mei 1982. Het was dankzij Daerden dat Standard daar stond. Want in de halve finale maakte Jos zowel in Tiflis als in Luik het enige en telkens winnende doelpunt. Tegen Dynamo. En dat waren goals... comme-ça. Helaas moest Standard in die finale uitgerekend in Nou Camp Barcelona partij gaan geven. Het 2-1 verlies was gezien de omstandigheden meer dan behoorlijk. Vier dagen vroeger, op zaterdag 8 mei 1982, had zich het dieptepunt in de geschiedenis van de Luikse club voorgedaan. Het behalen van de landstitel, na een 3-1 overwinning tegen Thor Waterschei. Twee jaar later, op de schrikkeldag van 29 februari, zou in de marge van een zwart-geldonderzoek uitkomen dat de spelers van Standard in die slotwedstrijd hun winstpremie aan de collega's van Waterschei hadden gegeven. Heel wat Standardvedetten, onder wie Daerden, werden voor lange tijd geschorst, en de club is die slag nooit helemaal te boven gekomen, ook al werd zo nu en dan een ereplaats in het kampioenschap weggekaapt. Jos Daerden werd eind vorig seizoen als nieuwe trainer vastgelegd. Hij had eerst drie jaar Beveren getraind, was vorig jaar een tijdje aan de slag bij SuperSport, maar nam na negen wedstrijden de plaats van de ontslagen Vic Hermans in bij Lommel. Als coach van Standard doet hij het voorlopig voortreffelijk. Het zou mooi zijn mocht onder zijn leiding Standard zijn vroegere uitstraling weer volledig terug krijgen. In vergelijking met vorig seizoen is Standard leeggelopen. Zijn weg : Bodart, Nuyens, Piot, Kimoni, Genaux, Leonard, Goossens, Rychkov, Rednic, Foguenne, Butoiu, Wilmots, Bettagno en Malbassa. Veertien inzetbare spelers. JOS DAERDEN : Het gebeurt wel vaker dat een club een tijdperk afsluit. Standard kon niet anders. Heel wat spelers die hier al langere tijd waren, wilden absoluut weg. Met het arrest-Bosman bij de hand is het nu makkelijker dan vroeger om van club te veranderen. Zelfs als je nog onder contract staat, want dan kan de club nog geld voor je vangen terwijl ze je anders één of twee jaren later gratis moet laten gaan. Die enorme leegloop confronteerde mij met een totaal nieuwe situatie. Misschien is het in je voordeel geweest. De vedetten die zich onaantastbaar waanden, zijn weg. Je bent van nul kunnen vertrekken. DAERDEN : Of het daardoor makkelijker was, durf ik niet zeggen. Ik was er wel van overtuigd dat de fusie met Seraing grote troeven zou opleveren : Wamberto, Edmilson, Lawaree, Debusschere, Micelli, Christophe Vandenbergh en Bisconti, die uitgeleend was. Voeg daar Maes, Jaskulski, Kubica en Krupnikovic bij, plus het behoud van Schepers, Hellers, Ernst en De Condé. Er zijn weinig Belgische clubs die zoveel talent hebben zien vertrekken als Standard, maar er zijn er ook weinig die zoveel talent hebben aangetrokken. Dat totaal nieuwe elftal is merkwaardig vlot één geheel geworden. DAERDEN : Dat komt onder meer omdat de Seraing-spelers het huis en de mentaliteit goed kenden. Er waren nauwelijks aanpassingsproblemen. Ze wonen allemaal vlak in de buurt, ze zijn vroeger al geregeld op Sart Tilman gekomen, ze voelden zich onmiddellijk thuis en dat scheelt heel wat. Binnen de week waren ze opgenomen in de Standard-familie. Dat is niet zomaar een cliché, want een club als Standard vormt inderdaad een familie. Wie zich daar lekker bij voelt, zal beter presteren op het veld. Je hebt een erg jonge kern. Maar dat lijkt ook bij veel andere clubs het geval te zijn. Anderlecht, bijvoorbeeld. DAERDEN : Ja, maar ik vind dat ze daar wat meer de nadruk zouden mogen op leggen als ze het over Standard hebben. Wij hebben gespeeld met Micelli, Lawaree, Wamberto, De Condé, Thys en Schepens. Die zijn geen van allen ouder dan 23 jaar. Zonder Maes, Hellers en Debusschere hebben wij een piepjonge ploeg. Jullie moesten er al zeer vroeg hard tegenaan met de Intertotocompetitie. Dat deed Standard in jouw tijd, en lang ervoor, ook met de Zomerbeker waarin Roger Petit alvast wat geld wou verdienen. Nu stond er een late kwalificatie voor de Uefa-cup op het spel. DAERDEN : Met dien verstande dat als we het niet haalden, de verantwoordelijkheid daarvoor bij de kern van vorig seizoen lag. Die hebben 34 wedstrijden de kans gehad om Europees voetbal af te dwingen. Ik heb dat de spelers uitgelegd, om de druk wat te verlichten. Want zodra je een paar goede resultaten haalt en een mogelijke kwalificatie dichter en dichter bij komt, wordt er van buitenuit toch druk op dat elftal gelegd. Als je aan de top wil spelen, moet je daar kunnen mee omgaan, maar zo vroeg in het seizoen is het niet ideaal. Iedereen weet hoe die Intertoto is afgelopen : door een scheidsrechterlijke interpretatie hebben we in Karlsruhe in de 88ste minuut een hard bevochten kwalificatie verloren zien gaan en werden er bovendien drie van onze spelers uitgesloten. Dat was op een dinsdag, en de zaterdag erna moesten we tegen RWDM. Ik kan je verzekeren dat de ploeg knock-out uit Karlsruhe is teruggekomen. Het moreel stond onder nul, en dat terwijl de competitie nog maar drie wedstrijden ver was. Anderzijds hadden jullie uitstekend gevoetbald, tegen sterke tegenstanders. DAERDEN : Precies daarom is de eindbalans van die Intertoto toch positief. In onze reeks hadden wij naast Hapoël Haïfa het Deense Aalborg, vorig jaar nog deelnemer aan de Champions League, en Stuttgart, een Duitse topclub. Daarna thuis en uit gewonnen tegen Nantes. Die doen het niet zo goed in de Franse competitie, zo blijkt nu, maar het blijft een Franse topper en daar valt niet mee te lachen. Tot twee minuten vóór het einde van de terugmatch waren we ook winnaar tegen Karlsruhe, weer een Bundesliga-team. Elke Belgische club zou dat als een schitterende Europese campagne beschouwen. Die hebben wij dus afgewerkt vóór het seizoen. De voetbalwijsheid, die zoals bekend bestaat uit het ene cliché na het andere, zegt dat je van dat zware programma de terugslag zal krijgen in november-december, als de velden zwaar liggen. DAERDEN : Het ligt niet aan die Intertoto als we een terugval zouden kennen. En dat die er komt, sluit ik niet uit, want onderstreep dat niemand van ons zegt dat we kampioen gaan worden. Mede omdat Club Brugge en Anderlecht steken laten vallen, sta je na negen wedstrijden plotseling alleen op kop, en schreeuwen de kranten : Standard gaat voor de titel. Bij mindere uitslagen luidt het dan ongetwijfeld : Standard bezwijkt onder de druk. Toe zeg, daar wenst niemand hier aan mee te doen. Onze doelstelling is Europees voetbal, en indien er meer in zit, zien we het wel als het zover is. Maar dat is zeker en vast nu nog niet. Jullie brengen, in deze wat armoedige competitie, voorlopig wel met voorsprong het beste voetbal. DAERDEN : Bij momenten, wij steken ons ook niet weg. Maar niemand kan ons verwijten dat we realistisch proberen te blijven. Het doet plezier als je elftal daadwerkelijk het voetbal brengt dat je voor ogen hebt. Zoals een uur lang op Aalst, bijvoorbeeld. Als de wedstrijd begint, is de trainer de meest gefrustreerde man in het stadion. Maar als de balcirculatie perfect loopt, iedereen beweegt en knokt, de techniek op peil is en de tactiek adequaat wordt toegepast, is dat een bewijs dat de technische staf goed werk heeft verricht. En dat bewijs heeft Standard dit seizoen al een paar keer geleverd. Het resultaat is belangrijk, maar mochten we met hetzelfde spel vijf punten minder hebben behaald, was ik nog tevreden geweest. Je hebt gekozen voor aanvallend voetbal. Hou je dat vol als de resultaten tegenvallen ? DAERDEN : We zullen het zeker proberen. We hebben nu eenmaal overwegend aanvallend ingestelde spelers met wie je niet achterin kàn kruipen. Maar uiteraard kunnen de omstandigheden ons dwingen de tactiek aan te passen. Kom dus alsjeblief niet aanzetten met het systeem-Daerden zoals ik al ergens gelezen heb, want dat is er helemaal niet. Een trainer inventariseert het spelersmaterieel waarmee hij moet werken, en probeert daar een optimaal concept mee te bouwen. Dat is dan niet het systeem-van-die-trainer, dat is het systeem-van-die-spelers. Les één voor een trainer is dat hij van achteruit moet beginnen. Wel, ik heb het andersom gedaan. Ik ben uitgegaan van onze voorlijn. Dat is ook evident als je Wamberto, Edmilson, Micelli, Lawaree en de eerste wedstrijden ook nog Goossens ter beschikking hebt. Vallen er nu drie van die spitsen weg, dan moet je iets anders bedenken. Misschien wat minder aanvallend. Dat je die Krupnikovic niet vaker opstelt... DAERDEN : Dat komt nog wel. Die man heeft alle kwaliteiten, maar zijn aanpassing is wat stroef verlopen. Ik vrees dat hij het een beetje onderschat heeft. Komt van het grote Rode Ster Belgrado, en ging er waarschijnlijk vanuit dat hij bij het kleine Standard onmiddellijk de vedette zou zijn die het met zijn techniek alleen wel zou klaarspelen. Zo gaat het niet. Onze competitie mag dan wel aan niveau hebben ingeboet, ze blijft nog altijd hard en wie niet werkt, valt af. Krupnikovic heeft dat ondertussen wel ingezien. Ik praat erg veel met hem, hij zet zich honderd procent in op training en bij de reserven, hij zal zijn plaats nog wel heroveren. In dat geval spelen we misschien met een spits minder, maar met een aanvallende middenvelder meer. Offensief voetbal... je mag verzinnen wat je wil, het enige dat telt, is balbezit. Als je de bal niet hebt, kan je ook niet aanvallen. Wie vijf spitsen opstelt, heeft weinig kans om in het middenveld of achteraan de bal te veroveren of te bewaren. Heeft het samengaan met Seraing ook positieve gevolgen voor de jeugdploegen, en voor de supporters ? Is de Seraing-aanhang, die zich zo verbitterd toonde toen de fusie bekend werd, nu op Sclessin te vinden ? DAERDEN : Hoeveel mensen waren dat, de Seraing-aanhang ? Op sommige matchen niet eens duizend. Dat is het drama van de echte clubmensen van Seraing geweest, zoals wijlen Gérald Blaton en manager Francis Nicolay. Die hebben alles gedaan om hun club te redden, maar ze kregen niet de minste steun van het publiek. Ze werden wel uitgescholden toen de onvermijdelijke fusie een feit was. Toen waren er plotseling wel Seraing-supporters, maar alleen om te schimpen. Met de jeugd loopt het lekker. We maken er werk van om alle elftallen beter op elkaar af te stemmen, zodat de doorstroming vlotter kan verlopen. Als je dan eens een jongere inpast, zoals ik de voorbije weken heb moeten doen, hoeft dat niet meteen tot kwaliteitsverlies te leiden. Ik probeer zoveel mogelijk contact te houden met Simon Tahamata en Christian Labarbe, die de jeugd leiden. Ik ben ervan overtuigd dat een goede samenwerking tussen hoofdcoach en jeugdafdeling van vitaal belang is. Daarom lijkt het mij belangrijk dat een club de hoofdtrainer voor langere tijd aan zich bindt. Als je te vaak van trainer verandert, krijgt een club op het veld nooit een eigen stijl. Elke hoofdcoach wil uiteraard zijn eigen accent leggen. Het moet zover komen dat de club het accent legt, en dat de trainer zich daarnaar moet schikken. Maar precies dat heeft Standard niet gedaan. Ze hebben hier de voorbije jaren de beste trainers gehad : Kessler, Haan, Vandereycken, Waseige. Maar allen moesten ze na één of hooguit twee jaar weg. Continuïteit is niet bepaald het handelsmerk van het huidige Standard-bestuur. Hoop je, tegen beter weten in misschien, dat het met jou anders zal zijn ? DAERDEN : Ik hoop dat ik lang op Standard kan blijven. Ik heb een uitstekend contact met het bestuur, in hoofdzaak de heren Duchène en Lesman. Twee mensen die veel kritiek krijgen, maar iedereen moet goed beseffen dat er zonder hen van Standard geen sprake meer zou zijn. Toen ik werd aangetrokken, waren er veel mensen die zich vragen stelden. Wat heeft hij bewezen ? Drie jaar Beveren en een jaartje Lommel, wat stelt dat voor ? Ik vind dat men daar wat te gemakkelijk overheen stapt. Drie jaar Beveren, dat is heus niet makkelijker dan drie jaar bij een topclub. De druk bij Standard is groter, zeker, maar de moeilijkheden bij Lommel zijn niet kleiner. Wat je allemaal moet horen als je Ronny Van Geneugden aan de kant laat. Dat is bij Lommel een international. Voor Het Belang van Limburg is zoiets een affaire van wereldbelang. Die kritiek en verwijten raken je harder dan wat Johan Cruijff moet incasseren als hij bij Barcelona Hristo Stoitchkov in de tribune zet. Ik heb veel geleerd bij Beveren en Lommel. De ene dag was ik voetballer, de volgende trainer. Het is niet vanzelfsprekend dat je bij die overstap meteen succes hebt. En ik heb het bij Beveren niet slecht gedaan. Dat is niet erg bescheiden, maar ik heb ondervonden dat je in de voetbalwereld op tijd en stond voor je eigen verdiensten moet durven uitkomen. Vorig seizoen was het spelerspotentieel van Beveren niet slechter dan wat ik ter beschikking had. Wel, ze zijn gezakt. Ik zeg dat met pijn in het hart, maar ik heb het zien aankomen. Op het moment dat ze Marcel Relaas, een van die typische echte voetbalmannen die Beveren groot hebben gemaakt, uit het bestuur hebben gezet, wist ik dat het de verkeerde weg opging. Plotseling werd ik opgebeld door bestuursmensen die eisten dat die en die in de ploeg zouden staan. Ik heb dat de spelers zelf ook gezegd : jongens, ze eisen van mij dat A, B en C in het elftal staan, daarom zullen A, B en C dit weekend met de reserven spelen. Maar dan weet je wel dat je liedje is uitgezongen, natuurlijk. De buitenwacht ziet Standard meedoen in het titeldebat. In dat opzicht is de komst van Anderlecht een zware test. Die met Club Brugge is er al geweest : 3-0 verlies. Wat heeft die wedstrijd je geleerd ? DAERDEN : We waren daar niet slecht. Alleen liet de afwerking het afweten, terwijl Club uit anderhalve kans twee goals puurde. De eerste helft werd Brugge overspeeld, dat heeft Hugo Broos zelf toegegeven. Standard voetbalde zoals het moest, dat we uiteindelijk verloren, vond ik niet zo erg. Het is ook al omgekeerd geweest. Op Charleroi waren we gedurende een uur erbarmelijk. Provinciaal niveau. Doen we twee vervangingen en pakken we toch nog de drie punten. Dat geluk compenseert het ongeluk elders. Belangrijk is dat je je eigen voetbal kan spelen, zoals je het op training hebt ingeoefend. Totaal verkeerd geredeneerd, zegt René Vandereycken. DAERDEN : Dat weet ik, en daar kan je over redetwisten. René zegt dat je niet volgens een herkenbaar patroon mag acteren, omdat de tegenstander zich daar makkelijk op kan instellen en die tactiek ontzenuwen. Zeer juist. Vandaar dat RWDM zo gevarieerd voetbalt. DAERDEN :(lacht) Ja maar, ik zeg niet dat hij ongelijk heeft. Alleen stel ik daartegenover dat een goed ingestudeerd patroon altijd een basis is om op terug te vallen als het wat minder draait. Op het moment dat je een wedstrijd overheerst, kan je spelen zoals je wil. Zoals wij op Aalst. Maar als het minder gaat, moet iedereen op een vast stramien kunnen terugvallen. Tenminste, dat denk ik. Je hebt als speler legendarische trainers gehad. Raymond Goethals en Ernst Happel, bijvoorbeeld. Heb je van hen veel opgestoken ? DAERDEN : Zeer zeker. Maar die perioden zijn niet meer te vergelijken. Zoals Happel zijn ploeg benaderde, dat zou nu niet meer kunnen. Het is ondenkbaar dat een hoofdtrainer als een sfinx op het veld staat of in de dug-out zit, zonder iets te doen of zonder iets te zeggen. Tegenwoordig moet je veel communicatiever zijn. Naar buitenuit om te beginnen, en zeker ook naar de spelers toe. Als ik iemand niet opstel, zeg ik hem klaar en duidelijk waarom. Geen lulverhalen. En ik zorg dat ik speciale aandacht aan hem geef. Spelers uit jouw generatie nemen stilaan alle trainersposten in eerste nationale in. Guy Thys zei onlangs dat hij vroeger elf trainers in zijn ploeg had, waardoor hij rustig een sigaartje kon roken op de bank. Bij de huidige Rode Duivels ziet hij geen toekomstige trainers. DAERDEN : Dat heb ik ook gelezen, en ik denk dat die analyse veel waarheid bevat. Het botste ook vaak, want wij waren geen gemakkelijke jongens en durfden het zeggen als we niet akkoord gingen. Maar wij waren wel met het voetbal bezig, ook buiten de matchen of de trainingen. Veel meer dan de spelers van nu. Wij waren de eerste generatie die met een doorgedreven professionalisering te maken kreeg. Dat zorgde waarschijnlijk voor een andere beleving, en dat voelt het publiek goed aan. Pas op, ik ben niet zo pessimistisch over het voetbal van nu, want we hebben een brede lichting goede jonge voetballers. Maar we moeten een paar jaartjes geduld hebben. Als we ze hier kunnen houden natuurlijk, dat is in deze periode de grote vraag. Standard is niet zomaar een voetbalclub, Standard is voor vele mensen hier een deel van hun leven. Ondanks alle klappen die de club de voorbije dertien jaar heeft gehad, zie je telkens weer dat één of twee goede wedstrijden volstaan om het volk weer in groten getale naar Sclessin te lokken. DAERDEN : Dat is juist. Daarom is Standard een speciale club. Ik hoop dat die nooit tenonder gaat. Wij hebben een fantastisch publiek, maar je moet hun steun wel verdienen. Ze aanvaarden hier niet dat de borst niet wordt nat gemaakt. Maar wie zich met hart en ziel inzet, is voor eeuwig iemand van hen. Ik heb hier zelf vier jaar gespeeld, ik was zeker niet de meest begenadigde voetballer maar ik heb mij altijd tweehonderd procent gegeven, dat zijn de mensen niet vergeten. Toen ik hier trainer werd, heb ik vooral in de Brusselse Franstalige pers een paar smalende commentaartjes mogen lezen, maar de mensen uit Luik hebben mij meteen hun steun toegezegd. De stad Luik wordt geassocieerd met de maffia, de moord op Cools, het geknoei bij het gerecht, corruptie langs alle kanten... voel je dat Standard voor de mensen een symbool is om hun eer te verdedigen ? DAERDEN : Ja, dat is zo. En daarom is het des te verheugender dat in tweede klasse Tilleur Luik bovenin meedraait. Ze mogen van Luikenaars zeggen wat ze willen, maar het is een bijzonder solidair en warmhartig volk. Dat Luik de jongste tijd alleen maar negatief in de belangstelling komt, doet die mensen pijn. Ik vind het schitterend dat Luik via Standard positief in het nieuws komt. Overigens is Standard een club met een groot hinterland. De supporters komen uit heel Wallonië, zelfs uit heel Vlaanderen. En uiteraard komen er velen uit Limburg. We hadden onlangs een sportavond in Lanaken, daar waren achthonderd Standardsupporters. Luik en Limburg hebben het altijd goed met elkaar kunnen vinden. We wonen op een boogscheut van elkaar. Nooit problemen. Tenzij buitenstaanders zich komen moeien. Kom je soms in de straten van Sclessin ? Tussen de vervallen fabrieken en de vuilspuwende schoorstenen ? DAERDEN : Ik ben er onlangs met de fiets doorgereden, op weg naar de training. Ik ben van plan dat in de komende lente vaker te doen. Vanuit Tongeren is het 37 kilometer. Heen en terug maakt dat een tochtje van een goeie tachtig kilometer. 74 om precies te zijn. Misschien kan je die dagen de training beneden in Sclessin houden, in de plaats van boven op Sart Tilman. DAERDEN :(lacht) Dat zou me inderdaad een stevige col besparen. De verpauperde omgeving van Sclessin is erg deprimerend. Het is bijna niet te geloven dat je twee kilometer verder volop in het groen van de Ardennen zit. Maar die grauwe buurt rond het stadion hoort nu eenmaal bij de eigenheid van Standard. Als je weet dat de mensen al weken geleden stonden aan te schuiven voor tickets voor de match tegen Anderlecht, besef je dat je hier met een speciale vereniging te maken hebt. Als we Anderlecht pakken, is iedereen hier in de zevende hemel. Fabrieksschouw of geen fabrieksschouw. Koen Meulenaere Jos Daerden, elf minuten voor het begin van de topper tussen Club Brugge en Standard. 3-0 verloren, maar : Gevoetbald zoals het moet. Dimitri De Condé in actie in de Intertotowedstrijd tegen Karlsruhe : De verantwoordelijkheid voor Europees voetbal lag bij de kern van vorig seizoen. Jos Daerden met Wamberto : De spelers van Seraing kenden het huis. Het Standardpubliek. Fantastisch, maar : Je moet hun steun wel verdienen.