De kans dat theoretische voorspellingen realiteit worden is groter in de fysica dan in de biologie, want de wetten van de fysica zijn rechtlijniger en minder onderhevig aan toeval. In 1960 beschreef de latere Amerikaanse Nobelprijswinnaar Sheldon Glashow een interactie tussen een antineutrino en een elektron...

De kans dat theoretische voorspellingen realiteit worden is groter in de fysica dan in de biologie, want de wetten van de fysica zijn rechtlijniger en minder onderhevig aan toeval. In 1960 beschreef de latere Amerikaanse Nobelprijswinnaar Sheldon Glashow een interactie tussen een antineutrino en een elektron. Daaruit zou een nieuw elementair deeltje ontstaan. Maar omdat daar extreem veel energie voor nodig is, kan geen enkele deeltjesversneller die interactie simuleren. Gelukkig kunnen ook natuurkundigen soms op reële observaties terugvallen. Fysicus Nick Van Eijndhoven (VUB) is lid van het wetenschappelijke conglomeraat dat het IceCube Neutrino Observatorium op de Zuidpool runt. Dat is in essentie een enorme telescoop, ingegraven in een gletsjer. Op 6 december 2016 nam hij een antineutrino waar. Met bijna de snelheid van het licht knalde het antideeltje tegen een elektron. Een 'douche' aan nieuwe deeltjes was het resultaat. De resultaten van de analyse zijn verschenen in Nature. Ze bevestigen de voorspelling van Glashow. De bedoeling is dat de telescoop binnenkort een upgrade krijgt, zodat hij meer mysterieuze interacties tussen spookachtige deeltjes kan registreren. In Proceedings of the National Academy of Sciences beschrijft fysicus Nicolas Cerf (ULB) met een collega een nieuwe manier waarop lichtdeeltjes aan elkaar kunnen gaan hangen. Het gevolg van hun vaststelling is een nieuw type van kwantuminterferentie. Dat type zou het onmogelijk maken om na te gaan of de lichtdeeltjes na verloop van tijd 'vervangen' worden.