Frank Meysman, toen een van de vier toplui van de Amerikaanse groep Sarah Lee en nu wereldwijd chairman van Thomas Cook, gaf me ooit een mooie definitie van wat 'Belgische creativiteit' wordt genoemd. Telkens als het bedrijf voor een onmogelijke knoop stond, keken zijn collega-directieleden in Chicago zijn richting uit en zeiden: 'Frank, for this one, we need a Belgian idea.'
...

Frank Meysman, toen een van de vier toplui van de Amerikaanse groep Sarah Lee en nu wereldwijd chairman van Thomas Cook, gaf me ooit een mooie definitie van wat 'Belgische creativiteit' wordt genoemd. Telkens als het bedrijf voor een onmogelijke knoop stond, keken zijn collega-directieleden in Chicago zijn richting uit en zeiden: 'Frank, for this one, we need a Belgian idea.''A Belgian idea.' Ze bedoelden daarmee een simpel, onverwacht en praktisch idee dat een complex probleem verandert in een eenvoudige, bruikbare oplossing die verrassend veel nieuwe mogelijkheden biedt. Niet het ei van Columbus dus. Want daarvoor moet je het legsel stukmaken en bovendien maakt het geen fluit uit of een ei rechtop staat of plat ligt. Nee, om echt Belgisch te zijn, moet een idee barsten van het nut. Kijk maar naar de finalisten van de Beste Belgische Uitvinding op Radio1. Te beginnen met de saxofoon. Iedereen kan een blaasinstrument bedenken dat meer dan een meter lang is. Daar is niets aan. De Zwitsers, die hebben een alpenhoorn. Die is wel vijf meter lang. Maar praktisch is het ding niet. Probeer het niet mee te nemen op de trein of op de bus. Bovendien krijg je er met moeite tien tonen uit, allemaal in majeur. Het geniale van Adolphe Sax is dat hij het instrument zo heeft gebogen dat zelfs een muzikant met beperkte armlengte met zijn vingers bij de toetsen kan terwijl hij blaast - en onderwijl nog een danspasje pleegt tot groot vermaak van het publiek. Het idee van een pil die het bevruchten van een ei bij de vrouw verhindert, bestond al langer. De Amerikaan Pincus had al zoiets op de markt gebracht. Maar zijn pil richtte in het lichaam van de vrouw zoveel schade aan dat ze volledig onbruikbaar was. Het is de Turnhoutse dokter Ferdinand Peeters die op het idee kwam er een uit te vinden die ook voor de dames alleen maar prettige neveneffecten had. Dat u in de Verenigde Staten geen uren meer hoeft aan te schuiven bij de douane is dan weer te danken aan de Belgische wiskundige Ingrid Daubechies. Terwijl haar collega's zich bezighielden met het zoeken naar nutteloze zaken als een oneven perfect getal, bedacht zij een manier om uw vingerafdrukken om te zetten in een wiskundige formule die elke computer kan lezen. Haar 'Belgian Wavelets' worden gebruikt voor de digitale beeldvorming. Zonder wavelets geen Facebook, Flickr of Whatsapp. Google zou een saaie brok literatuur zijn. De praline - verkeerdelijk vernoemd naar de Franse compte de Pressis-Praslin omdat die voor Louis XIV chocoladesnoepjes maakte die niets met de huidige pralines te maken hadden - werd uitgevonden door Jean Neuhaus, apotheker in de Koninginnegalerij in onze hoofdstad. (Dat Neuhaus van geboorte geen Belg was, laten we uit praktische overwegingen even buiten beschouwing.) Hij verpakte 'receptjes' voor de dames in een chocolade-vulling. Chocolade had namelijk de reputatie te helpen tegen neerslachtigheid en bovendien maakte het de bittere likeurtjes verteerbaar. En dan is er de meest Belgische aller uitvindingen, de Mercatorprojectie. Het ziet er, alweer, zo simpel uit. Je schilt een sinaasappel met sneden die de kelk met de navel verbinden, vier keer overlangs, zodat je acht stukken hebt die je plat naast elkaar legt tot ze een rechthoek vormen. Bravo, u hebt van een bol een rechthoek gemaakt. Maar het is meer dan dat. Door die projectie, met ingewikkelde wiskundige formules berekend door de man uit Rupelmonde, vaart u een rechte lijn, zowel op uw kaart als op de oceaan, als u steeds dezelfde hoek aanhoudt met het magnetische noorden. Met andere woorden, als u een koers uitzet met een rechte lijn op de kaart, dan vaart u ook in rechte lijn over de kromming van de aarde. Wie al eens naar de VS vliegt en de route volgt op dat ergerlijk kleine schermpje, weet dat dat niet vanzelfsprekend is. Mercator ontwikkelde deze projectie eind zestiende eeuw, en alles wat zich over de aardbol wil voortbewegen in de goeie richting maakt er vandaag nog gebruik van. Er is veel te doen over creativiteit dezer dagen. We denken dan aan Oscars, gegeselde katten en jongens en meisjes die hun Vlaamse ziel blootleggen in Engelse popteksten. Of aan buitenlandse goeroes als Richard Florida en Seth Godin die ons saaie economische leven willen opkrikken met seminaries over buiten de lijntjes kleuren. Het initiatief van Koen Fillet en zijn team heeft ons eraan herinnerd waar we sterk in zijn. Het tegenovergestelde van wat we op het vlak van staatskunde doen: nutteloze complexiteit omtoveren in bruikbare eenvoud. Nee, wij vinden de grammofoon niet uit, maar wel het bakeliet zodat je er platen op kunt draaien. Een idee als het wiel bijvoorbeeld, dat zou ook iets voor ons zijn. Het is verrassend eenvoudig, lost een complex probleem op en schept onnoemelijk veel nieuwe mogelijkheden. Alleen al het feit dat tot op de dag van vandaag niemand in de wereld weet wie de uitvinder is, wijst op het feit dat het wel eens een Belg zou kunnen zijn. Nee, wij vinden de grammofoon niet uit, maar wel het bakeliet zodat je er platen op kunt draaien.