Het ging vooral om drie foto's. Op het ene beeld houdt een vrouwelijke Amerikaanse soldaat een naakte gevangene als een hond aan de leiband. Ze lacht. Op een andere foto staat een gevangene met een kap over zijn hoofd op een doos. Aan zijn vingers zijn elektroden bevestigd. Er is hem gezegd dat hij geëlektrocuteerd wordt als hij van de doos valt. Het derde beeld toont een piramide van naakte gevangenen. Amerikaanse soldaten poseren erbij, zoals bij een trofee.
...

Het ging vooral om drie foto's. Op het ene beeld houdt een vrouwelijke Amerikaanse soldaat een naakte gevangene als een hond aan de leiband. Ze lacht. Op een andere foto staat een gevangene met een kap over zijn hoofd op een doos. Aan zijn vingers zijn elektroden bevestigd. Er is hem gezegd dat hij geëlektrocuteerd wordt als hij van de doos valt. Het derde beeld toont een piramide van naakte gevangenen. Amerikaanse soldaten poseren erbij, zoals bij een trofee. De beelden werden in de herfst van 2003 gemaakt in de gevangenis van Abu Ghraib in Irak. De soldaten die de foto's maakten, waren daar toen als bewakers aan de slag. Op andere foto's en op videobeelden is bijvoorbeeld te zien hoe gevangenen verplicht worden om voor de camera te masturberen. Een van de bewakers heeft ook het lijk gefotografeerd van een man die tijdens zijn ondervraging om het leven kwam. De oorlog in Irak was in volle hevigheid aan de gang toen de beelden in de loop van 2004 op het internet begonnen te circuleren. Ze veroorzaakten meteen een storm van protest. De soldaten die op de foto's werden herkend, moesten voor de rechter verschijnen en werden veroordeeld. De generaal die over de gevangenissen in Irak ging, werd gedegradeerd. Maar de ondervragers zelf, de geheime diensten en de politieke verantwoordelijken bleven buiten schot. Een groot deel van wat er te zien was, werd door deskundigen van het leger overigens omschreven als Standard Operating Procedure. Niets aan de hand. Filmmaker Errol Morris werd daarover zo boos dat hij besloot om het verhaal van de soldaten vast te leggen. Hij wilde ook weten in welke omstandigheden de foto's waren gemaakt, en wat er níét werd gefotografeerd. Morris won in 2004 een Oscar voor de beste documentaire film met The Fog of War, een portret van de voormalige Amerikaanse minister van Defensie en voorzitter van de Wereldbank Robert McNamara. In zijn gesprekken met McNamara stond de oorlog in Vietnam centraal. Voor Standard Operating Procedure praatte Morris met een twaalftal soldaten en onder-officieren die voor hun optreden in Abu Ghraib terechtstonden en ondertussen weer vrij zijn. Degenen die nog in de cel zitten, kreeg hij niet te spreken. Standard Operating Procedure werd in februari bekroond met de Zilveren Beer op het Internationale Filmfestival van Berlijn en loopt sinds vorige week ook in de Belgische bioscopen. ERROL MORRIS: Om alle drie die redenen. Schaamte en woede. Maar zeker ook omdat ik vond dat er meer onderzoek nodig was. Door naar kleine dingen te kijken, begrijp je een groter geheel soms beter. MORRIS: De foto's waren mijn ingang in het verhaal. Ze werden meer bekeken dan welke andere beelden ook in de geschiedenis van de fotografie. Toch weten we weinig over de mensen die ze hebben gemaakt of over de omstandigheden waarin ze tot stand kwamen. Ik dacht dat we misschien iets konden leren door met die mensen te praten. Maar ik verwachtte niet dat de film zoveel boosheid zou loswoelen. Direct toen hij in Berlijn werd getoond, kwamen de vragen. Waarom ik geen mensen had gesproken die hoger stonden in de bevelstructuur? Of mensen die nog in de cel zitten? Die reactie verbaasde me, want ik ben natuurlijk niet onverschillig. Het is alleen niet mijn taak om rekeningen te vereffenen. MORRIS: Ook. Maar niet alleen daarvoor. Ik was tegen de oorlog met Irak lang voor hij begon. Maar veel Amerikanen geloofden naïef dat die oorlog een doel diende. Vrijheid voor de Irakezen. Je kunt je achteraf afvragen hoe iemand in dat verhaal kon geloven. Maar het was zo. MORRIS: Vergeet niet dat de Britten ook meededen. Zij waren partners in dat krankzinnige avontuur. En dan zie je die eenvoudige jonge mensen in mijn film. Achttien, negentien jaar oud. De ene werd soldaat om later politieman te kunnen worden, zoals haar vader en haar broer. Een andere uit een soort patriottische plicht, na de aanslagen van 11 september 2001. Ik weet zeker dat ze niet slecht zijn. Het zijn doodgewone mensen, die in niets verschillen van u of van mij. Alleen raakten ze in Irak verstrikt in iets wat wél doorslecht was. MORRIS: Om heel verschillende redenen. Soms als een souvenir. Een trofee. Maar soms ook als een bewijs van de dingen die ze moesten doen. Een jonge vrouw kreeg zes maanden cel omdat ze foto's maakte van een dode Irakees, die volgens haar bevelvoerende officier aan een hartaanval was gestorven. Uit haar foto's bleek duidelijk dat hij door de CIA tijdens een ondervraging was doodgeslagen. Het is een triest verhaal. Veel Amerikanen zijn kwaad op die jonge mensen. Maar ze hebben die hele toestand niet zelf veroorzaakt. Er werd hen gezegd dat die Irakezen vijanden waren, opstandelingen, dat ze Amerikaanse soldaten hadden gedood. Bla, bla, bla. Zoiets meemaken, is achteraf gezien een morele nachtmerrie. Ik vind het interessant om te zien wat zo'n nachtmerrie met doodgewone mensen doet. En tegelijk met een heel land. MORRIS: Ik houd veel van het werk van de Poolse journalist en schrijver Ryszard Kapuscinski, die niet zolang geleden stierf. Zijn laatste boek, Reizen met Herodotus, is voornamelijk een biografie, waarin hij vertelt hoe hij journalist werd en zijn eerste buitenlandse opdrachten kreeg. Overal waar hij naartoe trok, nam hij de geschriften van de Griekse historicus Herodotus mee in zijn bagage. De krankzinnige verhalen die hij zelf meemaakt, lijken altijd te sporen met de krankzinnige verhalen van Herodotus. In 2500 jaar geschiedenis is er weinig veranderd. MORRIS: De omstandigheden veranderen, maar de stommiteiten blijven dezelfde. Ik beschouw mezelf gek genoeg niet als een politieke filmmaker. Toen ik The Fog of War draaide over Robert McNamara dachten veel mensen dat ik dat deed ter wille van de vergelijking tussen Vietnam en Irak. Dat was niet het geval. Maar bij de Oscaruitreiking kon ik alleen maar vaststellen dat we opnieuw in een oorlog verzeild waren. Blijkbaar zit onze samenleving zo in elkaar. Er is een leider en we volgen bevelen. MORRIS: Die soldaten in Abu Ghraib waren verward en ontgoocheld. Ze waren op het verkeerde moment op de verkeerde plek. Een van de jongens probeerde een gevangene te helpen met zijn handboeien. Omdat op de videobeelden niet duidelijk is wat hij doet, werd hij veroordeeld. Het waren natuurlijk niet allemaal Sneeuwwitjes. Maar je kunt hen ook niet vergelijken met de mensen die de hele horror hebben veroorzaakt. In Berlijn vroeg een Amerikaanse journalist me of Nürnberg ons niet had geleerd dat het volgen van een bevel geen excuus is voor wat je doet. Het verschil is: in Nürnberg stonden geen soldaten of korporaals terecht. In Nürnberg hielden we de top van het Derde Rijk verantwoordelijk. En zo hoort het ook. MORRIS: Alle bewijzen wijzen duidelijk in de richting van de top van de regering. De chefs op het ministerie van Defensie, vicepresident Dick Cheney en zijn adviseurs, de president zelf. Alleen: er zijn natuurlijk geen foto's waarop te zien is dat Bush of Donald Rumsfeld mensen martelen. De foto's leiden de aandacht af naar het kleine grut. MORRIS: Er zaten in Abu Ghraib op een bepaald moment 10.000 gevangenen bij elkaar. Te midden van een gevechtszone die voortdurend onder mortiervuur lag. Er werden duizenden mensen bijeengedreven, waarvan de meesten hoegenaamd niets hadden misdaan. In de open lucht, achter prikkeldraad. Zonder fatsoenlijk voedsel of kledij. De conventies van Genève bepalen dat gevangenen moeten worden beschermd. Abu Ghraib was één grote schending van de conventies van Genève. En dat gebeurde in onze naam, in de naam van Amerika. MORRIS: Is er iemand die dat verschil kent? Ze gingen in Irak uit van het beginsel dat het doel de middelen heiligt. Daarmee kun je uiteindelijk alles goedpraten. MORRIS: Het was ze op dat moment alleen om Saddam Hoessein te doen. Ze wilden hem niet zomaar uitschakelen, ze wilden hem dood. Als het daarbij nodig was om een heel land overhoop te halen, dan moest dat maar. In de middeleeuwen werd gedacht dat mensen die gemarteld werden de waarheid zouden vertellen. Ik heb daar zo mijn twijfels over. MORRIS: Ik ben nog altijd woedend. Ik interviewde voor de film ook een van de ondervragers die in Abu Ghraib werkten. Hij vroeg me hoeveel mensen ik al ondervraagd had. Hoeveel mensen ik al gebroken had. Ik antwoordde dat ik mensen interview, en dat interviewen niet hetzelfde is als ondervragen. Goed, goed, zei hij, maar hij snapte het echt niet. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was een Duitse ondervrager beroemd om zijn aanpak van Amerikaanse piloten omdat hij altijd aan de informatie kwam die hij wou. Zijn aanpak was eenvoudig: hij behandelde de piloten op een menselijke manier. Hij had zoveel succes dat hij na de oorlog in Amerika bij Walt Disney aan de slag ging en vrienden bleef met de mensen die hij had ondervraagd. Ik vrees dat in Abu Ghraib niemand eigenlijk wat dan ook te weten wilde komen. Ze wilden gewoon laten zien wie er de baas was. MORRIS: Twee dagen voor ik aan mijn gesprekken met Robert McNamara begon voor The Fog of War verscheen er in The New York Times een groot verhaal over een senator die een hoge onderscheiding zou krijgen, maar die in Vietnam beschuldigd was van oorlogsmisdaden. McNamara nam het voor hem op. Hij vond dat mensen hogerop in de bevelstructuur meer verantwoordelijkheid droegen. Hij zei toen ook dat hij zichzelf als een oorlogsmisdadiger beschouwde. Niet voor wat er in Vietnam was gebeurd, maar in verband met de bombardementen op Tokio aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hij sprak over Tokio, maar het was voor mij duidelijk dat hij het ook over Vietnam had. MORRIS: Nee. MORRIS: De vraag is of hij wel iets kán doen. Als George W. Bush zichzelf en alle leden van zijn regering gratie verleent, zijn de handen van de volgende president gebonden. Ik maakte toevallig vanochtend nog geld over voor de verkiezingscampagne van Barack Obama. Ik zal dat met plezier blijven doen. De malaise in de VS zit diep. Ik vind troost in wat er in Europa gebeurt. Na de slachtpartijen van de Eerste en de Tweede Wereldoorlog wordt het nu gezond en fatsoenlijk bestuurd. Dat geeft de burger hoop. MORRIS: Van waar ook! Ik vrees dat niemand in Amerika de verantwoordelijken tot de orde zal roepen. Ook als ze zichzelf geen gratie zouden verlenen, ontbreekt waarschijnlijk nog de wil om ze voor een rechter te brengen. Terwijl ik vind dat mensen verantwoording moeten afleggen. Mensen martelen is geen Standard Operating Procedure. DOOR PIET PIRYNS EN HUBERT VAN HUMBEECK