In het kantoor van Tessa Shellard hangt een foto van haar met Oscar Pistorius toen hij een jaar of negentien was, een jongen met een vol gezicht en blonde krullen, die aan het begin stond van een schitterende sportcarrière. Onder het plaatje is de tekst geschreven: 'Times have changed, memories still the same. Thank you for the times you helped me up.' Ondertekend: Oscar.
...

In het kantoor van Tessa Shellard hangt een foto van haar met Oscar Pistorius toen hij een jaar of negentien was, een jongen met een vol gezicht en blonde krullen, die aan het begin stond van een schitterende sportcarrière. Onder het plaatje is de tekst geschreven: 'Times have changed, memories still the same. Thank you for the times you helped me up.' Ondertekend: Oscar. Shellard - kort haar, loopschoenen, gespierde kuiten - was jarenlang Oscars lerares lichamelijke opvoeding, sport en wiskunde op de lagere school van Constantia Kloof. Ze gebruikte hem vaak als rolmodel voor de andere jochies. 'Bij lichamelijke oefening had je altijd dezelfde kinderen die hun gymkleren niet wilden aantrekken of die niet mee wilden doen. En dan zei ik: "Je kunt hier wel zitten vol zelfmedelijden, maar kijk naar Oscar. Die is hier altijd als eerste en die doet altijd met alles mee."' Uitzonderlijk trots was ze op hem. Hij speelde tennis, zwom, sprong en rende. Hij nam zelfs deel aan het fietsonderdeel van een triatlon. 'Ik had altijd een warm plekje voor hem. Nog steeds. Hij is een hele bijzondere jongen. Maar hij is voor mij geen held meer: hij heeft tenslotte iemand vermoord. Ik heb heel erg met hem te doen', zegt Shellard, die door de jaren heen contact is blijven houden met Pistorius. Zo belde hij haar nog op kort voordat hij eind mei ter observatie naar het psychiatrisch ziekenhuis Weskoppies nabij Pretoria moest. Drie psychiaters en een psycholoog zouden vaststellen of hij leed aan een angstsyndroom toen hij zijn vriendin Reeva Steenkamp op 14 februari 2013 doodschoot, of hij het onderscheid kon maken tussen goed en kwaad, of hij de consequenties van zijn daad inzag. Het team concludeerde na dertig dagen dat hij rond de dood van Steenkamp geen bijzondere psychische problemen had, en dat er geen sprake was van een Generalised Anxiety Disorder (GAD), zoals een psychiater die door de verdediging als getuige was opgeroepen had geconcludeerd. Wel zeiden de experts dat Oscar lijdt aan posttraumatische stress. Nee, het gaat niet goed met hem, beaamt Shellard. 'Hij staat onder enorme spanning. Zijn leven is totaal veranderd. Hij is een gebroken man. Het enige wat hem erdoor heen sleept, is zijn temperament en het feit dat hij eraan gewend is om obstakels te overwinnen. Zijn hele leven bestond uit het overwinnen van obstakels, het ene na het andere. En hij moest dan weer opkrabbelen en er het beste van maken.' Die obstakels dienden zich al op heel jonge leeftijd aan. Vanaf zijn eerste jaar moest Pistorius zich leren handhaven op kunstbenen nadat zijn beide benen onder de knie waren geamputeerd. Vader Henke en moeder Sheila kozen ervoor om hun middelste kind zo normaal mogelijk te behandelen. Het ouderlijke dogma was: 'ik kan niet' bestaat niet. Het leek te werken. De kleine Oscar deed mee met alle spelletjes en alle sporten; een normale jongen die zich letterlijk en figuurlijk goed staande kon houden. 'Dat normaal behandelen, was dat een juiste beslissing of niet?' zegt Shellard. 'Ik heb me dat vaak afgevraagd. Hebben we er goed aan gedaan om hem als een normale leerling te behandelen? Heeft ons besluit een positief of negatief effect gehad op Oscar? We denken graag dat het positief was. Maar was dat werkelijk zo?' Af en toe werd hij gepest om zijn kunstbenen. Net zoals je op school gepest wordt omdat je rood haar hebt of dik bent. Kinderen zijn wreed. Maar het was nooit een probleem. Een keer heeft Shellard hem zien vechten. En dat had niets te maken met pesterijen; het ging om een meisje, zijn eerste grote liefde: Faryn. Hij had een rivaal, en de twee ventjes, nog geen tien jaar oud, gingen met elkaar op de vuist. Nee, Oscar werd op handen gedragen door zijn vriendjes en vriendinnetjes. Soms letterlijk. Zo zijn er op het internet beelden te zien van Oscar die op school meedoet met een aquaton (zwemmen, gevolgd door hardlopen). Hij doet zijn benen af en zwemt de gewenste afstand. Daarna raapt zijn ene vriendje de benen op en neemt de ander Oscar op zijn rug. Gedrieën voltooien ze het looponderdeel, lachende kereltjes met natte haren en blote voeten. Een vrolijke, ongecompliceerde wereld. Zo leek het. Maar er was een probleem: vanwege zijn handicap werd Pistorius nooit geselecteerd voor belangrijke wedstrijden en schopte hij het nooit tot het eerste team. Het slechtst was hij in atletiek. Hij was gedoemd tot sporten met de sukkels. Oscars ouders wilden immers geen speciale behandeling voor hem, en de schoolleiding stemde daar volledig mee in. Iedereen gelijk, luidde het devies. Daardoor zat Oscar óf in het B-team, óf hij werd niet geselecteerd. Dat, denkt Shellard, moet hem ontzettend hebben gefrustrereerd. Hij was dol op sport en al zijn vriendjes en vriendinnetjes blonken erin uit. 'Achteraf denk ik dat dat heel erg moeilijk voor hem moet zijn geweest: hij schopte het nooit ver, ook al was hij nog zo fanatiek. Zijn vriendjes kregen alle lof omdat ze zo goed waren. Hij nooit. Hoe heeft dat hem beïnvloed? Hij heeft er nooit over gesproken, maar... Misschien heeft dat hem wel die ongelooflijke drang om te winnen gegeven.' Een tweede 'obstakel' waren de problemen tussen zijn ouders. Henke Pistorius was een casanova en een bon vivant. Hoewel hij dol was op zijn drie jonge kinderen, werd hij al snel de afwezige vader en echtgenoot: zakenreisje hier, dineetje daar, een schatje in elk stadje. Toen hij op een keer belde dat zijn auto het onderweg had begeven en hij dus niet thuis zou komen die avond was voor Sheila de maat vol. Ze vroeg echtscheiding aan. Oscar was zes. Sheila had intussen een baantje gevonden als secretaresse bij een school. Die inkomsten waren hard nodig, want Henke had zichzelf financieel in de nesten gewerkt en betaalde geen alimentatie. Sheila stond als alleenstaande moeder in voor drie kinderen van onder de tien. Ze zocht haar heil bij de Heer. Haar vaste stek werd Assemblies of God, een charismatische kerk die onderdeel is van de pinkstergemeente. Ze organiseerde Bijbelstudiebijeenkomsten met groepjes vrouwen en sprak wildvreemden aan met de vraag: 'Kent u Jezus?' Niet dat Sheila een stijve vrome vrouw was. Op video's uit die tijd, begin jaren negentig, zie je haar als een knappe, levendige vrouw die church raves organiseerde met veel zang en dans. Ze schudde haar heupen, trok gekke smoelen en duwde schaterend haar gezicht in een verjaardagstaart tijdens een kinderfeestje. Die spontaniteit en vrolijkheid verborgen een grote pijn: de scheiding van Henke. Soms werd het haar te veel. Dan liep ze naar haar vertrouwelinge op school, mentor Liz Loggenberg, en zei ze: 'Kom alsjeblieft even mee, Liz. Ik moet bidden.' Loggenberg nam haar dan mee naar het damestoilet. 'En dan baden we erop los. Je kon de Heilige Geest daar voelen, we haalden de hemel omlaag. Het was geweldig. Daarna veegde ze haar tranen weg en ging weer aan de slag. Heel bijzondere momenten', zegt Loggenberg. Sheila's leven draaide om God en de kinderen. Haar bijbel was totaal versleten. Hij was eens in het water gevallen, er zaten scheuren in en sommige pagina's ontbraken door het vele gebruik. Ze citeerde gretig uit het Boek van Jesaja uit het Oude Testament, dat onder meer over de komst van de Messias gaat. Ze was Oscars steun en toeverlaat. Sheila voelde zich gezegend. In een interview uit 2001 met de christelijke radio-omroep Pulpit zei ze: 'Ik ben erg trots op Oscar en mijn twee andere kinderen. Ze zijn fantastisch, en ik dank de Heer voor alles wat hij voor ze heeft gedaan. En wat hij voor ze zal doen in de toekomst.' Bijna tien jaar lang deed ze het zonder nieuwe partner. Toen die zich eind 2001 eindelijk aandiende, was het geluk van korte duur. Op 6 maart 2002 overleed Sheila op 42-jarige leeftijd na een foute diagnostiek. Bij de begrafenis stond iedereen versteld van de kalmte waarmee Oscar het verlies van zijn moeder onderging. 'Hij was vijftien, en probeerde zich een macho houding aan te meten', herinnert Johan Wiehahn zich, de rector van de Allen Glen-school waar Sheila werkte. In zijn autobiografie Blade Runner schrijft Oscar dat hij zich pas de volgende dag volledig liet gaan. 'Ik werd in tranen wakker, ik was hysterisch.' Niemand weet hoe Oscar het verlies van zijn moeder heeft verwerkt. Hij zat intussen op de Pretoria Boys High School, een koloniale jongensschool, waar je je niet als mietje gedraagt. Maar het was een enorme klap voor de jongen, weet Shellard. 'Zij zorgde voor de stabiliteit in zijn leven. Ineens was die kern verdwenen. Ze was er altijd voor hem, door dik en dun. Zij was de moeder, de vader, alles tegelijk. Niemand had haar dood zien aankomen, meer nog: ze had voorkomen kunnen worden. Er is veel wat Oscar nooit goed heeft verwerkt. Normaal gesproken kun je bij dergelijke momenten steunen op je overlevende ouder. Die zorgt dan voor troost. Maar er was geen vervanging voor Sheila. Henke was er niet voor hem toen Sheila overleed. Vanaf dat moment was hij eigenlijk een wees.' Ze heeft geen idee hoe hij de dood van Sheila heeft verwerkt. 'Zijn standaardantwoord was dat het allemaal wel ging, dat hij gewoon doorzette. Want zo was hij, hè.' Oscar verdrong de nachtmerriebeelden van een stervende Sheila (hij arriveerde kort voor haar dood bij het ziekenhuis, Sheila had een soort gele glans over zich vanwege haar leveraandoening) door zich volledig op de sport te storten. Hij kreeg een rugbyblessure, moest voor zijn revalidatie naar sportcoach Ampie Louw. Die zag dat de jongen enorm potentieel had als atleet en maande hem aan om zich op de sprint toe te leggen. In 2004 ging Oscar naar de Paralympische Spelen in Athene, en won daar zijn eerste goud. Gaandeweg groeide hij uit tot een held en een rolmodel, tot de blade runner die het in 2012 zelfs tot de Olympische Spelen schopte. Wat doorgaans onderbelicht blijft, is dat hij een heel eenzame weg aflegde. In tegenstelling tot wonderkinderen als Lionel Messi en Rafael Nadal werd Oscar Pistorius niet al op jonge leeftijd ontdekt en fysiek en mentaal klaargestoomd voor het grote werk. Op school deed hij mee met de losers. En ineens, totaal onvoorbereid, werd hij als winnaar in de wereld van topsport geslingerd. Van psychologische begeleiding was geen sprake. In de loop der jaren kwam Pistorius steeds vaker in het nieuws vanwege incidenten waar hij bij betrokken was. Ze hadden stuk voor stuk te maken hadden met snelheid, vrouwen en pistolen. Net als de bijtende Luis Suarez in Uruguay werd hem in Zuid-Afrika permanent de hand boven het hoofd gehouden. Het land kon hem goed gebruiken als internationale ster, de grootste beroemdheid sinds Nelson Mandela. En dus knalde hij ongestraft met een speedboot op een aanlegsteiger, schoot hij ongestraft met een pistool uit het open dak van een rijdende auto, liet hij ongestraft een pistool afgaan in een vol restaurant, en mocht hij over een vuurwapen beschikken ook al was er een aanklacht tegen hem ingediend wegens mishandeling. Bijna alle incidenten vonden plaats in de maanden na het Europese atletiekseizoen, wanneer in Zuid-Afrika de zomer aanbreekt, de jasmijn bloeit en het de tijd is van feestjes, bier en barbecue. Het moment waarop Pistorius terugkeerde van vier eenzame maanden in Italië, zijn standplaats tijdens het atletiekseizoen. Hij had hard getraind, had veel races gelopen. Hij mocht niet drinken, moest gezond eten, goed slapen, en zijn coach wilde niet dat hij achter de vrouwen aan ging. 'Ik ben van het oude stempel', zegt Ampie Louw. 'Een man die een seksuele relatie heeft tijdens het wedstrijdseizoen, dat gaat niet. Dat heeft te maken met het testosteronniveau.' Het is een bekend verschijnsel dat atleten na een belangrijke wedstrijd of seizoen in de problemen raken. 'De spanning kan zich ontladen in ongecontroleerde woedeaanvallen, en het kan leiden tot ernstige problemen, zoals mishandeling, huiselijk geweld en zelfs moord', schrijven Mitch Abrams en Bruce Hale in The Sport Psych Handbook. De twee Amerikaanse sportpsychologen halen een onderzoek aan dat aantoont dat deelname aan sportwedstrijden niet betekent dat daarmee ook alle woede en agressie weg is. 'In werkelijkheid kunnen beide in hevigheid toenemen aan het eind van een wedstrijd of een seizoen', schrijven ze. Desgevraagd zegt Abrams per e-mail: 'Veruit de meeste atleten zijn niet gewelddadig en worden niet gearresteerd voor mishandeling of moord. Maar ik geloof wel dat hoe hoger het wedstrijdniveau en hoe groter de roem, hoe waarschijnlijker het is dat ze menen dat er voor hen andere regels gelden en dat ze boven de wet verheven zijn. De meeste atleten zijn daar niet op voorbereid, en krijgen niet de juiste coaching om te navigeren in die stroomversnellingen.' Van psychologische bijstand was tijdens de toernooien geen of nauwelijks sprake. Slechts een enkele keer kreeg een Zuid-Afrikaans paralympisch team steun van een psycholoog. In 2004 viel die eer te beurt aan Lynn Slogrove, verbonden aan de universiteit van Port Elizabeth. In de aanloop naar Athene kreeg zij 62 atleten onder haar hoede, onder wie Oscar. Ze herinnert zich hem als een stoere zeventienjarige. 'Nee, hij praatte niet over zijn moeder. Hij was heel meegaand. Hij deed precies wat ik hem opdroeg. Hij klaagde nooit, had altijd tijd voor een praatje.' De dag voor de terugreis naar Johannesburg liep Slogrove alle atleten nogmaals bijeen om te praten over het zwarte gat waar je na de Spelen in terecht kunt komen, want je hebt óf een fantastisch toernooi gehad en je verkeert nog in een staat van euforie, óf het was een teleurstelling en je zit nu met de kater. 'Dus ik vertelde ze over de hevige emoties waar je mee te maken krijgt, van extase tot het zwarte gat. Ik vertelde dat ze zich weer zouden moeten aanpassen aan hun oude teamgenoten die niet hadden deelgenomen. En ik vertelde ze over de isolatie, de verveling en de moeite die het ze zou kosten om hun gewone bestaan weer op te pakken.' Coach Louw vertelt dat het moeilijk was om Oscar na een groot toernooi weer bij de les te krijgen. 'De invloed van de sponsors werd steeds groter. Die willen waar voor hun geld. Zelf denk ik dat het te veel voor hem was. Dan zei ik: je moet dan en dan komen trainen, en soms kwam hij niet opdagen: vergeten.' Oscar liet zich gaan, bezocht dure restaurants, speelde de gulle gastheer, had mooie meiden, reed in snelle auto's. En als er wat misging, dan gaf hij anderen de schuld. Die boot tegen die aanlegsteiger? Schuld van de ondergaande zon. Dat schieten door een open dak? Schuld van een politieagent die Oscars pistool tijdens een verkeerscontrole had vastgepakt. Dat schot in het volle restaurant? Schoof hij af op een van zijn vrienden. Het doodschieten van Reeva? Dat, zo bleek tijdens de rechtszaak, had volgens Oscar te maken met de angst voor indringers, een angst die hij van zijn moeder had geërfd. Dat was het verhaal dat hij bij de als getuige opgeroepen psychiater opdiste, die vervolgens concludeerde dat Pistorius leed aan Generalised Anxiety Disorder. Oscar vertelde haar onder meer dat Sheila met een pistool onder haar kussen sliep en zich regelmatig te buiten ging aan overmatig drankgebruik. Sheila's vriendinnen en ex-collega's keken verbaasd op bij het horen van dat nieuws. Nooit iets van gemerkt, zegt rector Johan Wiehahn, die negen jaar met haar samenwerkte. 'Ze woonde na de echtscheiding in Weltevreden Park, een veilige buurt.' Nee, nooit wat van gemerkt, zegt ook Sheila's vertrouwelinge Liz Loggenberg. 'Elke alleenstaande vrouw met drie kinderen is natuurlijk weleens bang. Maar er was zeker geen sprake van een obsessieve angst.' En die drank? Loggenberg kan zich er niets van herinneren. Ook Wiehahn verwijst die aantijging naar het land der fabelen. 'Ze gedroeg zich nooit op een manier dat je dacht dat ze te veel op had. Ze was altijd heel professioneel, kwam nooit te laat.' In haar kantoor in Constantia Kloof Primary School kijkt Shellard nog eens naar die foto. 'Hij werd een icoon. Dat ging gepaard met veel geld en een navenante levensstijl. Hij werd arrogant. Zijn moeder was er niet meer om hem te kortwieken. Hij had niemand om het mee te delen. Er was alleen nog me, myself and I.' DOOR FRED DE VRIES IN ZUID-AFRIKANet als de bijtende Luis Suarez in Uruguay werd Pistorius in Zuid-Afrika permanent de hand boven het hoofd gehouden. Oscars ouders wilden geen speciale behandeling voor hem, en de schoolleiding stemde daar volledig mee in. Iedereen gelijk, was het devies. 'Hoe groter de roem, hoe waarschijnlijker het is dat atleten menen dat er voor hen andere regels gelden.'