Tussen de 12e en de 17e eeuw meerden hier de zeeschepen aan die via het Zwin, Cadzand en Terhofstede naar Sluis, Damme en Brugge voeren. Nu liggen hier de Sluissche Havenpolder en de Mariapolder, aan de voet van de oude wallen en de nieuwe parking bij het Walplein. Uitgerekend op deze historische plek wil Sluis opnieuw een haven en een doorsteek naar de zee, via het nog aan te passen uitwateringskanaal Sluis-Cadzand.
...

Tussen de 12e en de 17e eeuw meerden hier de zeeschepen aan die via het Zwin, Cadzand en Terhofstede naar Sluis, Damme en Brugge voeren. Nu liggen hier de Sluissche Havenpolder en de Mariapolder, aan de voet van de oude wallen en de nieuwe parking bij het Walplein. Uitgerekend op deze historische plek wil Sluis opnieuw een haven en een doorsteek naar de zee, via het nog aan te passen uitwateringskanaal Sluis-Cadzand. Frans Van Dongen, vroeger kapitein op de lange omvaart en vlootmanager van een zeventigtal grote schepen van de rederij Vroon in Breskens, is sinds maart 2002 wethouder (schepen) voor Ruimtelijke ordening, Verkeer en Milieu in Sluis-Aardenburg. Volgens de liberaal is het project Sluis-aan-Zee broodnodig om dit deel van Zeeuws-Vlaanderen een nieuwe impuls te geven. Van Dongen: 'De laatste twintig jaar kon West-Zeeuws-Vlaanderen van geen enkel grootschalig plan profiteren. Integendeel. De bouw van de Westerscheldetunnel tussen Vlissingen en Terneuzen zal begin 2003 een einde maken aan de veerbootverbinding tussen Breskens en Vlissingen, die heel wat mensen naar deze regio bracht. Europese maatregelen zoals het afschaffen van de landsgrenzen, van de nationale munteenheden en van de verschillende fiscale regimes dwingen Sluis tot initiatieven om zijn aantrekkelijkheid te bewaren. Vergeten we niet dat de omzet van de bedrijven in West-Zeeuws-Vlaanderen sinds 1995 slechts gestegen is met 11 procent, terwijl heel Zeeuws-Vlaanderen goed was voor een omzetstijging van 18 procent en Zeeland opliep tot 20 procent. West-Zeeuws-Vlaanderen hinkt dus achterop.''Mede daarom heeft de provincie Zeeland sinds 1999 een Gebiedsplan voor West-Zeeuws-Vlaanderen, inzonderheid voor de gemeenten Sluis-Aardenburg en Oostburg, die samen goed zijn voor 24.000 inwoners. Het project Sluis-aan-Zee past in dat Gebiedsplan en kan een katalysator zijn voor de ontwikkeling van de hele regio. Anderzijds constateerde de regering in Den Haag dat de Nederlandse kustverdediging nog steeds zwakke plekken vertoont. Drie daarvan moeten dringend aangepakt worden en daar hoort de strook tussen Cadzand en Breskens bij. Er zullen robuuste duinen aangelegd worden en de gemeente Oostburg zal zowel Cadzand-bad als de haven van Breskens herinrichten. De plannen daartoe zijn echter bijlange niet zover gevorderd als die van Sluis-aan-Zee.''Bij de heraanleg van de middeleeuwse haven van Sluis zal zo'n 5 miljoen kubieke meter zand en klei uitgegraven worden. Die kan Rijkswaterstaat best gebruiken voor de kustverdediging tussen Cadzand en Breskens. Het zou trouwens onverantwoord zijn om, bij de uitbouw van Sluis-aan-Zee, eerst het kanaal Sluis-Cadzand te vergroten en in Cadzand een zeesluis te leggen als daar nadien alles nog eens ondersteboven gekeerd moet worden om de zeewering te versterken. Beide projecten verlopen het best gelijktijdig, als wij Sluis dan toch een nieuw clan willen geven.'FRANS VAN DONGEN: U praat alleen over de projectgebonden werkgelegenheid en niet over de scheepsbouw, de horeca, de winkeliers en alles wat een jachthaven met minstens 300 en maximaal 700 ligplaatsen meebrengt. VAN DONGEN: Wij hadden de plannen van de Internationale Zwincommissie graag zien samenvallen met die van Sluis-aan-Zee. Het plan waar u naar verwijst, lijkt opgeborgen. Toch hopen wij nog steeds dat de Internationale Zwincommissie over de toekomst van het Zwin zal beslissen vooraleer wij met de aanleg van Sluis-aan-Zee beginnen. Nu de aanleg van een spuikom niet meer aan de orde is, wordt gedacht aan de ontpoldering van de Willem-Leopoldpolder achter het Zwin om het kombergingsvermogen van het Zwin te vergroten, meer zeewater door de Zwingeul te laten vloeien en zo de verzanding tegen te gaan. Dat plan kan echter de aanpassing van het kanaal Sluis-Cadzand raken. De Internationale Zwincommissie houdt daar best rekening mee, zoals ook wij, bij de uitbouw van Sluis-aan-Zee, ter hoogte van Retranchement rekening willen houden met de toekomstplannen voor het Zwin. Wij moeten beseffen dat wij samen de aantrekkelijkheid van dit grensoverschrijdende en uitzonderlijk mooie natuurgebied nog kunnen vergroten. VAN DONGEN: Dat is de totale factuur van het project en die moet onder andere betaald worden met de verkoop van zo'n 350 appartementen op de oevers van de nieuwe jachthaven. Een tweede bron van inkomsten wordt de exploitatie van de jachthaven zelf. 300 ligplaatsen zouden al voldoende zijn om de haven rendabel te maken, terwijl er op termijn dubbel zoveel ligplaatsen zijn voorzien. En dan zijn er nog de Europese en Nederlandse subsidies. Het financieringsplan vereist wel dat de appartementen bij de nieuwe jachthaven vlug genoeg verkocht geraken. De vraag is dus vanaf wanneer de mensen bereid zijn op plan te kopen. VAN DONGEN: Er zijn al diverse aanbiedingen, maar we willen eerst de milieu-effectrapportage en de opmaak van het ontwerp-bestemmingsplan midden volgend jaar achter de rug hebben voor we met vastgoedmakelaars onderhandelen. Maar er is veel interesse, zowel van Nederlandse als van Belgische groepen. VAN DONGEN: Onder andere. We werken heel nauw samen met burgemeester graaf Leopold Lippens van Knokke-Heist wat betreft de ontwikkeling van het Zwin en andere grensgebonden thema's. Dat betekent evenwel niet dat de Compagnie Het Zoute de nieuwe havenwijk in Sluis-aan-Zee zal realiseren. Zo'n project willen we trouwens niet in handen geven van één enkele groep. VAN DONGEN: Een appartement met twee à drie kamers zal er al vlug 300.000 euro kosten. VAN DONGEN: Ik hoop dat het project geen verkiezingsthema wordt. Sluis-aan-Zee is zo belangrijk voor de toekomst van de nieuwe fusiegemeente dat het jammer zou zijn dit project in de verkiezingsstrijd te torpederen. Daarom hebben we in het college besloten de definitieve beslissing aangaande Sluis-aan-Zee over te laten aan de nieuwe gemeenteraad van de fusiegemeente die in januari 2003 geïnstalleerd wordt. Lokale partijen zullen het thema wellicht aangrijpen, maar ik hoop dat de grote politieke partijen de ontwikkeling van de regio en de voortrekkersrol van Sluis-aan-Zee laten primeren. De gemeente Sluis-Aardenburg is, vooral dankzij mijn voorganger, wethouder Guido van Daele (VVD) en het projectteam, al heel ver gevorderd met het project. VAN DONGEN: Bij de opmaak van het MER hebben haast alle mogelijke betrokkenen hun zeg gehad, zowel in de Stuurgroep en de Klankbordgroep als in de Projectgroep Natuur. Ook Vlaanderen werd gehoord, bij monde van de vertegenwoordigers van de bevoegde Vlaamse diensten, de provincie West-Vlaanderen, het Instituut voor Natuurbehoud en de vzw Natuurreservaten. Maar het is blijkbaar nooit genoeg. De meeste bezwaren verwachten we dus vanuit die hoek, hoewel we nu al op beide oevers van het kanaal Sluis-Cadzand in totaal 15 ha nieuw natuurgebied aanleggen om de verdwijning van het natuurgebied van 2,5 ha waar Sluis-aan-Zee komt te compenseren. Bovendien houden we rekening met alle mogelijke Europese beschermingsstatuten, zoals de Ramsarconventie en de Vogel- en Habitatrichtlijnen. De ecologische doelstelling van Sluis-aan-Zee is even belangrijk als de economische. We denken beide doelstellingen nu in evenwicht te brengen. Maar we zullen alle bezwaren onderzoeken. VAN DONGEN: Aan Vlaamse zijde wordt om louter principiële redenen geprotesteerd. Bovendien wordt met de dag duidelijker dat verschillende instanties zowel aan Vlaamse als aan Nederlandse kant overdrijven. Ze weten nochtans dat wij meer rekening houden met hun bezwaren dan hen in feite toekomt. Geen enkele van die clubs vertelt ons hoe onze kinderen in deze regio over enkele jaren aan de kost moeten komen, maar voor de zeldzaam geworden boomkikker is in het MER wel een highway van Cadzand tot Aardenburg voorzien. Soms schaam ik mij daarvoor. Vanzelfsprekend moeten wij de natuur in ere houden en des-noods herstellen, maar dit grensgebied heeft dringend een sociaal-economische impuls nodig. Zorgen wij daar niet voor, dan zullen we in Vlissingen ooit van het resterende voetveer stappen, er onze schoenen moeten ontsmetten en dan door een ontvolkt natuurgebied mogen wandelen tot Knokke. Ecologie kán samengaan met economie. Maar je kunt niet tegelijk de natuur sparen en de ontplooiing van een hele regio hypothekeren. Nu al supprimeren wij het deel van de kanaalweg tussen Re-tranchement en Sluis omdat we anders moeilijkheden krijgen met de Europese Habitat-en de Vogelrichtlijnen die het broedend meeuwtje in het Zwin beschermen. Dat er nu auto's langs dat kanaal rijden, is blijkbaar niet zo erg dan dat er ook nog een bootje bijkomt. Wij moeten dus geloven dat twee keer broembroem het meeuwtje van zijn nest jaagt en één keer broem niet. Maar als wij het kanaal verleggen, dan zijn elders nieuwe verbindingswegen nodig. Alsof die dan geen milieuhinder kunnen veroorzaken. VAN DONGEN: Met al die bezwaren wordt rekening gehouden. In de Internationale Zwincommissie is er trouwens sprake van nog een andere strekdam, ten westen van de Zwingeul. Die zou de verzanding van de geul tegengaan en met-een het strand voor Knokke doen aangroeien. Wat het kanaal Sluis-Cadzand betreft, denken we erover het tracé te verleggen tot tegen de Belgische grens. Hier kunnen we inderdaad in conflict komen met de toekomstplannen voor het Zwin. Toch geniet dit tracé onze voorkeur. Maar wij kunnen het tracé evengoed op een grotere afstand van de Belgisch-Nederlandse grens leggen of de bestaande bedding lichtjes aanpassen. Het tracé ligt nog niet definitief vast. Daar beslissen de gemeenteraad van de nieuwe fusiegemeente Sluis en de provincie Zeeland over. Anderzijds zou België een deel van zijn zoetwaterbeheersing via het aangepaste kanaal Sluis-Cadzand bij de grens kunnen organiseren. Maar wij kunnen niet wachten op mogelijke besprekingen daarover. Evenmin als Sluis kan wachten op een mogelijk herstel van de historische verbinding met het kanaal Damme-Sluis. Jammer, want ook dit lijkt mij een gemiste kans. Temeer omdat de geplande achterhaven van Sluis-aan-Zee zal uitmonden op het Walplein en precies aan de overkant van dat plein het kanaal Damme-Sluis doodloopt. Sinds ik in maart wethouder werd, heb ik echter nog niemand van Damme gehoord of gezien om over een mogelijke kanaalverbinding te praten. Damme zou vooraf wel enkele waterbouwkundige hindernissen moeten opbreken. Maar het zou wel mooi zijn de pleziervaart ook in die richting ooit een uitweg te bieden. Zo ver zijn we evenwel nog niet. frank de moor'We willen rekening houden met de toekomstplannen voor het Zwin.'