Op papier en tamelijk onverwacht gaat het Slovakije voor de wind. Maar aan het krakeel met de Tsjechische buren komt geen einde.
...

Op papier en tamelijk onverwacht gaat het Slovakije voor de wind. Maar aan het krakeel met de Tsjechische buren komt geen einde.Eduard Lukacz wil het geweten hebben : hij hoort erbij. Aan een groene gordel van zijn rood-fluor skipak bengelt een semafoon. Uit het borstzakje piekt de antenne van een GSM, die in het Tatra-gebergte weliswaar niet functioneert. Glimmende skischoenen, Ray Ban op de neus. Lukacz kon in Parijs wonen of in New York, meent hij tenminste zelf want ?mensen als ik verdienen overal veel geld.? Dat er in wereldsteden nog weinig vraag is naar zijn uitstervend ras van blitse wheelers-dealers ; dat zo'n specimen nog slechts in bananenrepublieken welig tiert, komt niet eens bij hem op. Straks koopt Lukacz zijn eerste Mercedes en vestigt zich misschien in Oostenrijk, niet te ver van huis en ?daar zijn tenminste goeie disco's.? Zijn geld verdient hij met handel, onduidelijke handel. Nu eens ratelt hij iets over houtexport, dan over treinladingen ijzerwaren die hij versast. Maar echt wijs word je er niet uit. Lukacz is dit jaar voor de derde keer komen skiën in Jasna, maar omdat er te weinig sneeuw ligt, wil hij weer snel naar zijn kantoor ?om heel belangrijke zaken te doen.? Als we 's avonds in het hotel Elena Moncekova aanspreken over de ontmoeting met de vreemde vogel, wordt ze boos. Moncekova moet drie banen cumuluren docente, tolk en vertaalster om een behoorlijk inkomen bijeen te scharrelen. ?Dat soort gangsters regeert ons land nu. De klaplopers ontduiken belastingen, leven geen enkele wet na, kopen ambtenaren om en verdienen op één week waar een fatsoenlijk mens een jaar voor moet werken. En de regering, die doet niks. Onze politici hebben het veel te druk met hun eigen zaakjes te regelen en geven dat soort zakenmannen de vrije hand.? BOTTE CULTUUR, LOGGE ADMINISTRATIEZowel Lukacz als Moncekova blijken producten van een land dat in feite geen land wou zijn. Toen in 1989 de communisten het licht uit deden, kon niemand vermoeden dat de nagelnieuwe Tsjechoslovaakse Federatieve Republiek zo snel weer uit mekaar zou liggen. De Amerikanen hadden in de loop van de Eerste Wereldoorlog Tsjechië en Slovakije op een hoopje gesmeten, tijdens de tweede werelbrand scheurden Slovaakse collaborateurs zich even af, maar daarna deden de Russen of er niks gebeurd was. Het agrarische en dun bevolkte Slovakije kreeg een hoop zware indusrie om het levenspeil op te krikken en de twee bevolkingsgroepen leken min of meer met elkaar te kunnen leven. Maar net als elders in de vroegere Oostbloklanden, ging het bevrijde volk weer heimatsliederen zingen, vendelzwaaien en zich beroemen op eigen taal, cultuur en religie. Het begon met betogingen in de Slovaakse hoofdstad Bratislava, voorjaar 1991. Praag nam de eisen voor autonomie niet erg au sérieux. Binnenskamers permitteerde de federale president Vaclav Havel er zich zelfs cynische grappen over. Toen de oversteek naar een markteconomie niet de verhoopte melk en honing bracht, kanaliseerde ex-premier en ex-communist Vladimir Meciar het ongenoegen in het oosten. Voor alles wat maar enigszins mis liep of kon lopen, ging een vingertje richting Praag. De Tsjechen vonden dat na een tijdje niet meer zo erg vermakelijk. Wat konden hen tenslotte die Slovaken schelen met hun verouderde zware industrie, hun botte cultuur en logge lokale administraties ? In 1992 wonnen Meciar in Slovakije en eerste-minister Vaclav Klaus in Tsjechië de verkiezingen met een uitgesproken nationalistisch programma. Alles leek nog niet verloren. Havel probeerde de brokken te lijmen, maar pijlsnel, overtuigd van hun eigen koppige gelijk, dreven de twee gebieden uit elkaar. De scheiding ging officieel in op 1 januari 1993 en werd ogenschijnlijk zonder veel accidenten afgehandeld. Nog maar eens twee nieuwe landen gingen ieder hun eigen weg en het Westen bekommerde zich sindsdien vooral om Tsjechië. Hier zat tenslotte een potentieel lid van de Navo en van de Europese Unie. En Meciar, hij probeerde zich op een nogal onorthodoxe manier Westerse fora binnen te wringen. Door onder meer de Franse extremist Jean-Marie Le Pen op te vrijen of de Navo met loze bedreigingen te bestoken. Vijf jaar na de scheiding blijkt Slovakije het verrassend wel te stellen. Op papier tenminste. Het Bruto Nationaal Product (BNP) moet voor het vierde opeenvolgende jaar behoorlijk groeien (3,5 procent), de inflatie zou hooguit 7 procent bedragen (niet onaardig in die contreien), de werkloosheid mag niet boven de 12,5 procent uitkomen en het overheidstekort niet boven de 3,5. Hoe kan dat allemaal na het ineenklappen van de zware industrie ? ?De oude statistieken klopten langs geen kanten,? beweert Pavol Karasz, hoofd van de afdeling Economische Analyses en Prognoses van de universiteit van Bratislava. ?Neem het BNP. Toen de communisten het voor het zeggen hadden, werd de dienstensector gewoon niet in de cijfers opgenomen. Diensten, dat telde niet volgens de communisten. In 1993 begonnen we met de uitbouw van ons eigen statistisch apparaat en opeens bleken de oude cijfers een complete farce.? Karasz ontkent niet dat Slovakije harde noten kraakt. Zo verliep de door de regering opgezette privatiseringsoperatie allesbehalve naar wens en bleek het veel moeilijker dan gedacht om nieuw emplooi te vinden voor het leger werkloos geworden industrie-arbeiders. Volgens de econoom is die vervangende tewerkstelling zelfs het grootste probleem. ?Havel legde onze wapensector helemaal stil. De fabrieken gingen van vandaag op morgen dicht. Mag ik er u op wijzen dat onze militaire producten indertijd over de halve wereld gewaardeerd werden en van cruciaal belang waren voor onze uitvoer ? Na de wapens stuikte de textiel in mekaar. In een mum van tijd was de Comecon, voor ons een markt van 70 miljoen mensen, geïmplodeerd. Staal dan maar ? Ik hoef u geen tekening te maken. Alle vroegere Oostbloklanden produceerden hetzelfde staal, dat begin jaren negentig tegen dumpingprijzen de wereldmarkt op ging. Dat kon dus ook niet blijven duren.? DE PARANOIA VAN MECIARDe Slovaken proberen sindsdien moeizaam de dienstensector uit te bouwen, of het toerisme. Met wisselvallig succes. Tot haar ergernis komt de regering stilaan tot het besef dat de trein Westerse investeerders, die vijf, zes jaar geleden door Oost-Europa raasde, niet stopte in Slovakije. Buiten Volkswagen, de Duitse keten K-Mart en Pepsi Cola blijven de multinationals met lokale productie-eenheden die iets voorstellen, op de vingers van één hand te tellen. Pavol Karasz draait er niet omheen : ?Onze reputatie is nu eenmaal, ja, gewoon slecht. Slovakije is dikwijls afgeschilderd als ten dode opgeschreven. Maar vergelijk ons met Zuid-Italië. Daar is het ook een stuk minder dan in het noorden, maar je kan toch moeilijk spreken van een derdewereldland ?? Karasz, die zijn cijfers en letters onder meer in Cambridge leerde, voert ook aan dat zijn land misschien onaantrekkelijk leek omdat alles van niks opgebouwd moest worden. ?We hadden nauwelijks een ambtelijk apparaat, we moesten een belastingsysteem uitwerken, een grondwet, we hadden niks, zelfs geen munt. Als je dan een buitenlandse investeerder op bezoek krijgt, loop je het risico dat die man denkt : wat een janboel. We moesten zelfs de democratie voor een stuk uitvinden. In vergelijking daarmee is de overgang naar een markteconomie een stuk makkelijker.? Al bij al ziet de econoom het wel zitten. Hard werken, redelijkheid en een verstandig beleid kunnen Slovakije er bovenop tillen, zelfs hoger opstuwen in de vaart der volkeren dan de Tsjechische buren. Maar mensen als Elena Moncekova hebben daar geen oren naar. ?Het eerste greintje van die redelijkheid en van dat verstandig beleid moeten we hier nog zien. We willen wel eens resultaten na vijf jaar. Praten, beloven, dat wel, maar zijn wij nu beter af dan vijf jaar geleden ? Dat maakt u mij niet wijs. En dan die eeuwige afgunst tegenover Tsjechië, op termijn is dat gewoon niet houdbaar.? De feiten lijken haar gelijk te geven, want hoewel het allemaal peis en vree leek tussen beide partijen, is de rivaliteit en het wederzijds ongenoegen de jongste maanden weer tot een hoogtepunt gestegen. Zo was er de daverende ruzie rond het Navolidmaatschap. Zowel Tsjechië als Slovakije kandideren, maar algemeen wordt aangenomen dat op de eerstvolgende top van het bondgenootschap (Madrid, juli) de deur open gaat voor Hongarije, Polen en Tsjechië. Vorige maand hoorde premier Meciar, die in het diplomatieke circuit nooit op de eerste rij staat, van het voornemen. Slovakije geweerd als kandidaat-lid ? Dat kon alleen door kuiperijen van Praag en meteen diste de premier een verhaal op over een geheim akkoord tussen de Verenigde Staten en Rusland om Slovakije uit de selecte, militaire club te houden. Gevraagd naar een reactie, wist Vaclav Havel daarop droog te melden dat er geen sprake was van discriminatie en heel de affaire toe te schrijven viel aan de ?klassieke paranoia? van Meciar. Waarop de autocraat meteen in woede ontstak en de Slovaakse ambassadeur in Praag voor overleg naar huis riep. Niet geheel naar de zin van de Slovaakse president Michal Kovac, die als kat en hond leeft met zijn doctrinaire eerste-minister. Meciar zette hem de afgelopen jaren verschillende keren een hak, onder meer door de president bevoegdheden te ontnemen de controle over de geheime dienst plus een reeks kleinere budgetten. Kovac van zijn kant liet duidelijk blijken dat hij de kritiek onderschreef als zou zijn premier tijdens het privatiseringsproces niet vrij zijn van uitgesproken vormen van nepotisme. En vorig jaar, op staatsbezoek in Nederland, viel Kovac zijn vroegere maat publiekelijk af. Toen het heikele punt van een mogelijke toetreding tot de Europese Unie werd aangesneden, zei Kovac uitgestreken : ?Premier Meciar heeft zo zijn eigen ideeën over democratie, maar die stroken helaas niet met de ideeën die de Europese Unie er op nahoudt over democratie.? GELD VOOR DE VLAGNu kent de animositeit tussen Slovaken en Tsjechen een diepere oorzaak dan al dan niet toetreden tot de Navo of de Europese Unie. Terwijl de buitenwacht in de veronderstelling verkeerde dat de scheiding met wederzijdse goedkeuring, verteerd was, bleven bilaterale commissies steggelen over de boedelverdeling. Dat geharrewar sleept al aan van in 1992. Tsjechië eist van Slovakije zo'n 28 miljard frank omdat de economie van de oosterburen jarenlang kunstmatig in leven werd gehouden dankzij nationale subsidies. De Slovaken van hun kant gingen, na een eerste akkoord over de uitsplitsing van het federale vermogen, de puntjes op de i zetten. Slovakije had volgens nieuwe berekeningen nog recht op zo'n tien ton goud, een financiële vergoeding omdat de verdeling van de aandelen van vroegere federale bedrijven onrechtmatig zou gebeurd zijn, plus een schadeloosstelling van liefst 460 miljard frank omdat de Tsjechen de voormalige regeringsgebouwen in Praag annex de nationale vlag konden overnemen. Herhaalde oproepen van Havel om de spons te vegen over de wederzijdse eisen, hielpen geen zier. Het conflict escaleerde in maart, toen de Slovaakse Nationale Bank, geleid door een Meciar-epigoon, decreteerde dat er nooit sprake kon zijn van de terugbetaling van de 28 miljard. Meteen gingen de Tsjechische onderhandelaars de gordijnen in. Voor een oplossing van het conflict, staat vooral Vladimir Meciar in de weg, die onhandig de ene nieuwe eis op het andere kakelverse dictaat stapelt. De interne kritiek op Meciar neemt overigens toe, maar als demagoog buigt hij die handig om en speelt nu eens het Westen, dan de Tsjechen of zelfs de Hongaarse minderheid in zijn land de zwarte piet toe. Miroslav Kusy, eertijds lid van de mensenrechtenbeweging Charta 77 waarin Vaclav Havel een prominente rol speelde en tegenwoordig directeur van de afdeling Politologie van de universiteit van Bratislava omschrijft de premier als ?uitermate autoritair, een man die geen medewerkers maar knechten nodig heeft.? Van Kusy komt overigens de mooie boutade over Meciars gehengel naar een lidmaatschap van de Europese Unie : ?Je kan geen lid worden van een golfclub als je alleen bereid bent de spelregels van een rugbyclub te respecteren.? Jos Grobben De Slovaakse industrie : Wat een janboel. Elena Moncekova : Het eerste greintje redelijkheid en verstandig beleid moeten we hier nog zien.