J uli 2000. Het Ieperse spraaktechnologiebedrijf Lernout & Hauspie Speech Products (LHSP) begeeft zich op de Amerikaanse markt en wekt er stijgende argwaan. Daardoor halveert de beurswaarde. Maar toch adviseren de Belgische analisten L&H-aandelen te blijven kopen.
...

J uli 2000. Het Ieperse spraaktechnologiebedrijf Lernout & Hauspie Speech Products (LHSP) begeeft zich op de Amerikaanse markt en wekt er stijgende argwaan. Daardoor halveert de beurswaarde. Maar toch adviseren de Belgische analisten L&H-aandelen te blijven kopen. Op 27 juli 2000 koopt Gaston Bastiaens, algemeen directeur van L&H, plotseling 625.000 aandelen tegen 40 dollar (toen 1760 frank) per stuk, hoewel het aandeel die dag slechts 30 dollar noteert. Bastiaens koopt in totaal voor 25 miljoen dollar (ongeveer 1 miljard frank) L&H-aandelen van Jo Lernout, Pol Hauspie en Nico Willaert, de gedelegeerd bestuurders van het Ieperse bedrijf. Het geld daartoe kan Bastiaens lenen bij Artesia (toen nog niet versmolten met Dexia) dankzij een borgstelling van de drie bedrijfsleiders van L&H. Dit leek toen hun zoveelste poging om de beurskoers van L&H op te krikken. Juli 2003. Vandaag wordt duidelijk dat die aandelentransactie nog om andere redenen werd uitgevoerd. Vooral sinds het gerecht bij het natrekken van de geldstromen in een kluis van de Artesiabank in Amsterdam op zo'n 27 miljoen dollar aan waardepapieren is gestoten (die meteen in beslag werden genomen). Bovenvermelde 625.000 L&H-aandelen brachten de verkopers overigens tweemaal 25 miljoen dollar (toen in totaal zo'n 2 miljard frank) op. Eerst kochten zij met de opbrengst van hun aandelenverkoop voor hetzelfde bedrag Parvest-aandelen bij Paribas Luxembourg. Daarna werden desbetreffende eigendomscertificaten in pand gegeven om van Crédit Agricole Indosuez Luxembourg een lening te verkrijgen van nog eens 25 miljoen dollar. Terwijl de echte Parvest-aandelen in november 2000 bij de Artesiabank in Amsterdam belandden, die ze kort daarop in beslag liet nemen. Want toen begon L&H's einde. Bovendien was het niet de eerste keer dat Artesia aan L&H geld leende, onder andere onder de vorm van overbruggingskredieten (in 1998 en 1999 in totaal voor 10,77 miljoen euro) die de omzet en de beurskoers van L&H artificieel opkrikten. Vorige week maandag werd Artesia in verdenking gesteld wegens medeplichtigheid aan de vervalsing van de jaarrekeningen van L&H, beurskoersmanipulatie en verduistering van vennootschapsgoederen. Hoe het met de Parvest-aandelen en Artesia's overbruggingskredieten verliep, werd door De Financieel-Economische Tijd (19 en 25/6/03) in detail uiteengezet. De pijnlijke vragen dienen echter nog gesteld: Is er een oorzakelijk verband tussen de miljarden euro's die de beleggers in L&H hebben verloren en het optreden van Artesia, waar de strikte kredietprocedures bij de behandeling van de L&H-dossiers niet altijd werden gevolgd? En diende de bank niet te weten dat zij op die manier de fraude in de hand werkte? Overweegt Déminor, namens een paar tienduizend beleggers, de aansprakelijkheid voor hun verliezen (minstens 190 miljoen euro) nu bij Dexia te leggen, met wie Artesia in 2001 is gefuseerd? Wisten de kopstukken van Artesia dat hun rol in de L&H-affaire ook voor partner Dexia levensbedreigend kon zijn? En zo ja, werd dit bij de fusie, na het faillissement van L&H, toegelicht? Overweegt Dexia de fusie met Artesia of daarbij gestelde voorwaarden ter discussie te stellen en verantwoordelijken aan te spreken? Stammen de problemen van Artesia/Dexia in het L&H-dossier uit de vroegere Bacob-bank, die in Artesia opging of werden de problemen geïmporteerd toen Bacob de Paribasbank in België kocht? Had het feit dat Hubert Detremmerie, destijds voorzitter van Bacob (later Artesia/Dexia), intussen bestuurder werd bij Lernout & Hauspie Speech Products en aanverwanten, invloed op de welwillende kredietverlening door Artesia? Waren L&H's fraudemechanismen juridisch zo verfijnd dat zij zelfs bij doorlichting door KPMG, als revisor van dienst, onzichtbaar bleven? Hadden de kopstukken van L&H wel voldoende financiële, juridische en strategische kennis om zulke ingenieuze oplichting te beramen en uit te voeren zonder een juridisch strateeg die tevens belanghebbende was? En wat is in dit verband precies de rol geweest van het advocatenkantoor Loeff Claeys Verbeke (Louis Verbeke)? Kan het gerecht, al dan niet in het kader van de betwisting van het faillissement van de Lernout & Hauspie Holding voor het hof van beroep in Gent, toestaan dat de Parvest-aandelen (goed voor 23 miljoen euro) in handen zouden komen van de L&H Holding en dus van de auteurs en de begeleiders van de fraude, zonder het meest elementaire rechtsgevoel te schenden? Frank De Moor