In de tweede helft van de vorige eeuw verwierf Duitsland enkele kolonies in Afrika en in het gebied van de Stille Oceaan. Zoals de andere Europeanen brachten de Duitse kolonisten en handelaars tussen 1875 en 1914 ook heel wat "etnische" voorwerpen mee naar het moederland. Die kwamen dan terecht in grote Musea für Völkerkunde, zoals dat van Berlijn. In 1905 kon de Gentse professor Camille De Bruyne een aantal "dub...

In de tweede helft van de vorige eeuw verwierf Duitsland enkele kolonies in Afrika en in het gebied van de Stille Oceaan. Zoals de andere Europeanen brachten de Duitse kolonisten en handelaars tussen 1875 en 1914 ook heel wat "etnische" voorwerpen mee naar het moederland. Die kwamen dan terecht in grote Musea für Völkerkunde, zoals dat van Berlijn. In 1905 kon de Gentse professor Camille De Bruyne een aantal "dubbels" uit de Berlijnse collectie "Oceanië" kopen. Die worden nu bewaard in de Etnografische Verzamelingen van de Universiteit Gent. Die collectie omvat zowat 4000 voorwerpen, maar is niet toegankelijk voor het grote publiek. Begin 1999 komt daar verandering in, want een selectie uit de verzameling wordt dan permanent tentoongesteld in het Pand (Onderbergen). Voorlopig is een keuze van om en bij de vierhonderd voorwerpen uit Oceanië te zien in het Museum voor Sierkunst en Vormgeving. Het gebied dat door de tentoonstelling wordt bestreken omvat Australië en de archipels Melanesië, Micronesië en Polynesië. Duizenden grote, minder grote en minuscule eilanden en atolletjes liggen er in slierten aan elkaar geregen. In dit immense gebied is er één constante, namelijk het ontbreken van metaal. Vandaar geen metalen voorwerpen, maar ook de vaststelling dat al de objecten die in de tentoonstelling te zien zijn, gemaakt zijn zonder metalen instrumenten. De mensen gebruikten steen en been om hout, kokosnoot, bamboe, vezels, vruchten, schelpen, veren, been en hoorn te bewerken tot beeldige sieraden, textiel en gebruiksvoorwerpen, schrikwekkende knotsen en maskers. Over de betekenis van de voorwerpen is meestal niet veel geweten. Ja, een wapen is een wapen, maar hoe moeten we de vele sieraden, vooral van de mannen, verklaren? Naast hun functie als opsmuk hadden deze halskettingen, arm- en beensieraden, kammen en borstplaten waarschijnlijk ook een symbolische functie: zij waren tekenen van de sociale status van de drager. Bijzonder sierlijk zijn bijvoorbeeld de "kapkap"-schijfjes. Op een witte ondergrond van een geslepen en gepolijste tridacna-schelp werd een ragfijne decoratie van donkere schildpadschelp aangebracht."Oceanië. De Etnografische Verzamelingen van de Universiteit Gent", in het Museum voor Sierkunt & Vormgeving in Gent. Tot 25/10.Paul Dossche