In de Verenigde Staten zitten sinds 1998 vijf Cubanen in de cel. Hoewel onomstotelijk vaststaat dat ze onschuldig zijn aan wat hen ten laste werd gelegd, werden ze tot zware straffen veroordeeld. De vijf waren Cubaanse agenten die in de jaren negentig in Miami probeerden te infiltreren in groepen in de Cubaanse gemeenschap in Florida die tegen het regime in Havana ageren. Vooral één gevaarlijke groep, die zich Brothers of the Rescue noemt, opereerde in die tijd regelmatig met vliegtuigjes in het Cubaanse luchtruim en dreigde er zelfs mee om bommen te gooien in plaats van pamfletten tegen Fidel Castr...

In de Verenigde Staten zitten sinds 1998 vijf Cubanen in de cel. Hoewel onomstotelijk vaststaat dat ze onschuldig zijn aan wat hen ten laste werd gelegd, werden ze tot zware straffen veroordeeld. De vijf waren Cubaanse agenten die in de jaren negentig in Miami probeerden te infiltreren in groepen in de Cubaanse gemeenschap in Florida die tegen het regime in Havana ageren. Vooral één gevaarlijke groep, die zich Brothers of the Rescue noemt, opereerde in die tijd regelmatig met vliegtuigjes in het Cubaanse luchtruim en dreigde er zelfs mee om bommen te gooien in plaats van pamfletten tegen Fidel Castro. De Cubanen waarschuwden de Amerikaanse overheid dat ze de vliegtuigjes uit de lucht zouden schieten als ze zich nog lieten zien - en dat gebeurde in 1996 ook effectief. De vijf deden hun werk goed. Ze stelden een rapport op waarin verschillende anti-Castristische netwerken werden blootgelegd. De Cubaanse overheid stapte met dat rapport van haar agenten zelfs naar het Amerikaanse FBI om te proberen de aanslagen waarvan sprake was te verhinderen. Die deed niets met het rapport, maar arresteerde enige tijd later wel de vijf in Miami. Ze werden niet van spionage tegen de VS beschuldigd, want dat hadden ze eigenlijk niet gedaan. De beschuldiging luidde: samenzwering met het oog op het organiseren van spionage. En in één geval: samenzwering met het oog op het organiseren van moord, voor de neergehaalde vliegtuigjes - een incident waarmee de vijf niets te maken hadden. De beschuldigingen werden niet hard gemaakt, maar de vijf kregen toch zware straffen. Dat had er onder meer mee te maken dat ze in Miami terechtstonden, waar de druk van de anti-Castristische Cubanen op de samenleving groot is. Juryleden werden geïntimideerd en bedreigd. Vragen om het proces op een andere plaats in de VS te voeren, werden afgewezen. Het al dan niet verstrekken van visums aan vrouwen en familieleden om de vijf in de gevangenis te bezoeken, werd en wordt nog altijd gebruikt om ze onder druk te zetten. De vrouwen van twee gevangenen hebben hun mannen al jaren niet meer gezien. Op bezoek in Brussel vertelde Nuris Piñero vorige week dat er eindelijk hoop is. Ze leidt in Havana een advocatenkantoor en heeft zich bekwaamd in het internationale recht. Ze bekommerde zich vanuit Havana om de verdediging van de vijf. Een visum voor de VS om haar werk daar te doen, kreeg ze niet. In augustus vernietigde een beroepshof in Atlanta het vonnis dat in Miami werd uitgesproken. De openbare aanklager is tegen die uitspraak weer in beroep gegaan, maar Nuris Piñero heeft er alle vertrouwen in dat het nu eindelijk goed komt. Want ondertussen heeft ook de internationale gemeenschap zich het lot van de vijf aangetrokken. De mensenrechtencommissie van de VN heeft de arrestatie als willekeurig veroordeeld. Amnesty International is voor de Cubanen in de bres gesprongen. Maar vrij zijn ze nog niet. Want dat zou betekenen dat de Amerikaanse overheid toegeeft dat ze Cubaanse groepen die vanuit Miami aanslagen beramen op Cubaanse burgers de hand boven het hoofd houdt. Terroristen dus, eigenlijk. Een heikele kwestie. H.v.H.