Nog voor de zaak- Dutroux losbarstte, bood minister Miet Smet (CVP) aan politiekorpsen de mogelijkheid om zich te bekwamen in het verhoren van slachtoffers van seksueel geweld en loofde een toelage uit voor wie hiervoor de nodige infrastructuur wilde uitwerken. In de wet op het Politieambt werd voor het eerst ook duidelijk gesteld dat politiemensen verplichtingen hebben tegenover slachtoffers. "De politiemensen brengen personen die hulp of bijstand behoeven, in contact met gespecialiseerde diensten. Zij verlenen bijstand aan het slachtoffer van misdrijven, inzonderheid door hen de nodige informatie te verstrekken." (art. 46 van de wet van 5 augustus 1992).
...

Nog voor de zaak- Dutroux losbarstte, bood minister Miet Smet (CVP) aan politiekorpsen de mogelijkheid om zich te bekwamen in het verhoren van slachtoffers van seksueel geweld en loofde een toelage uit voor wie hiervoor de nodige infrastructuur wilde uitwerken. In de wet op het Politieambt werd voor het eerst ook duidelijk gesteld dat politiemensen verplichtingen hebben tegenover slachtoffers. "De politiemensen brengen personen die hulp of bijstand behoeven, in contact met gespecialiseerde diensten. Zij verlenen bijstand aan het slachtoffer van misdrijven, inzonderheid door hen de nodige informatie te verstrekken." (art. 46 van de wet van 5 augustus 1992). In de voorbije jaren raakte de verbetering van de behandeling van slachtoffers in een stroomversnelling. Een overzicht, zoals het nationaal forum voor slachtofferbeleid dat eerstdaags naar buiten brengt.1. Maatregelen bij de politiediensten. - Gespecialiseerd personeel bij politie en rijkswacht moet de collega's sensibiliseren voor en opleiden in de correcte bejegening van slachtoffers. De meeste politiekorpsen laten hun mensen hiertoe ook workshops of studiedagen volgen. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest doen een aantal politiële assistenten veeleer aan slachtofferbegeleiding dan aan sensibilisering en training. Dit heeft onder andere te maken met een gebrek aan doorverwijzingsmogelijkheden voor slachtoffers en met de wachtlijsten die sommige diensten hanteren. Waar wel kan worden doorverwezen naar specifieke diensten voor slachtofferopvang, klagen politiemensen nogal eens over het gebrek aan feedback vanwege de diensten. - Het herbezoeken van mensen die getroffen werden door criminaliteit wordt wegens de grote werklast slechts bij een beperkt aantal misdrijven uitgevoerd. - Tussen de federale staat, de Franstalige en Vlaamse gemeenschappen zijn de samenwerkingsakkoorden inzake slachtofferzorg goedgekeurd. Ze maken de systematische doorverwijzing van slachtoffers naar centra voor slachtofferhulp tot een wettelijke verplichting. - Om de politiekorpsen bij te staan in een correcte behandeling van slachtoffers liet het ministerie van Binnenlandse Zaken een werkinstrument samenstellen: "Politiële slachtofferbejegening. Vademecum".2. Maatregelen bij de parketten. - De in 1996 opgerichte dienst Slachtofferonthaal heeft de voorbije jaren uitbreiding gekregen: er werken nu zestig justitieassistenten en zes adjunct-adviseurs. Ondanks deze uitbreiding vreest het personeel voor overbelasting omdat er steeds meer taken in hun schoenen geschoven worden. Een concrete richtlijn over hun takenpakket dringt zich op. Bijstand door vrijwilligers is een mogelijke denkpiste. - Niet alle justitieassistenten voelen zich gesteund door de magistraten en ander personeel van de rechtbanken. Die hebben lang niet altijd de reflex om slachtoffers correct te informeren. Vaak worden de justitieassistenten dan ook niet tijdig verwittigd van de wenselijkheid van een tussenkomst door hen. Een nauwere samenwerking met de onderzoekersrechters, gekoppeld aan geografische nabijheid, dringt zich op. De justitieassistenten slachtofferonthaal willen hoe dan ook liever niet verhuizen naar de justitiehuizen omdat dit de communicatie met de magistratuur zou bemoeilijken. - Op het niveau van de hoven van beroep is er een leemte in de individuele opvang en ondersteuning van slachtoffers, en ook de sensibilisering van de magistraten en het personeel blijkt niet ingevuld. - Verbindingsmagistraten, volgens een richtlijn van september 1997 verantwoordelijk voor de implementatie van een slachtofferbeleid op de parketten, vervullen een essentiële rol in het stroomlijnen van een slachtoffergerichte aanpak, maar hun functieomschrijving en bevoegdheid is weinig duidelijk en specifiek. - Sinds 1997 is er voor magistraten een specifiek vormingsprogramma beschikbaar over geweld, seksuele delinquentie en het omgaan met slachtoffers. Ook krijgen ze kans workshops te volgen over de uitvoering van de wet- Franchimont. Tot dusver hebben slechts weinig magistraten daaraan deelgenomen. - De wet-Franchimont van 12 maart 1998 stelt onder meer dat slachtoffers van misdrijven "zorgvuldig en correct" bejegend moeten worden. Een vraag om een dossier in te kijken of het verzoek om bijkomende onderzoekshandelingen te stellen, kan echter wel geweigerd worden door de onderzoeksrechter. Of dit gebeurt met of zonder motivatie, verschilt van onderzoeksrechter tot onderzoeksrechter. - De nieuwe wet op voorwaardelijke invrijheidstelling (5 maart 1998) bepaalt dat de houding van de veroordeelde tegenover de slachtoffers expliciet moet worden bekeken als een factor in zijn vrijlating. Onder bepaalde voorwaarden kunnen slachtoffers gehoord worden. Of dit verzoek wordt ingewilligd, hangt af van de commissies voor voorwaardelijke invrijheidstelling.3. Schadeloosstelling. - Wie schadevergoeding wil, moet zich burgerlijke partij stellen. De kosten daarvan verschillen sterk van arrondissement tot arrondissement. Een uniformisering en tarifering zouden dit verhelpen. - Voor de inning van de toegekende schadevergoeding moet het initiatief nog altijd volledig van het slachtoffer uitgaan. Die krijgt daardoor het gevoel dat hij achter het geld van de dader moet aanlopen. Een soort vereffeningsfonds waarbij de staat voorschiet en geld int bij de dader, zou een oplossing kunnen zijn. - Als de dader niet solvabel is, kan een beroep gedaan worden op een schadefonds. Dat heeft jarenlang stroef gewerkt en was weinig bekend bij de bevolking. Sinds de herziening, aanvang 1997, loopt de uitkering van schadevergoeding soepeler. Daardoor raakte de commissie, die de dossiers behandelt, overbelast zodat er opnieuw sprake was van vertragingen. Recent is een uitbreiding van het kader goedgekeurd. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor schadevergoeding zijn nog altijd ontoegankelijk geformuleerd. Bovendien is de procedure voor de toekenning van noodhulp nog te traag en te omslachtig. De invoering van een kort geding voor noodhulpaanvragen zou helpen.Ria Goris