Ivo Aertsen, onderzoeker aan de Leuvense rechtsfaculteit, bestudeerde de inspanningen in binnen- en buitenland op het vlak van bemiddelingspraktijk en het wettelijk kader errond. Hij heeft de recente aanbeveling van de Raad van Europa over bemiddeling mee voorbereid. Hoe ver staat het met bemiddeling in Europa en in ons land?
...

Ivo Aertsen, onderzoeker aan de Leuvense rechtsfaculteit, bestudeerde de inspanningen in binnen- en buitenland op het vlak van bemiddelingspraktijk en het wettelijk kader errond. Hij heeft de recente aanbeveling van de Raad van Europa over bemiddeling mee voorbereid. Hoe ver staat het met bemiddeling in Europa en in ons land? Ivo Aertsen: "De diverse landen kennen verschillende praktijken en wetgevingen. Zo heeft bemiddeling bijvoorbeeld een plaats gekregen in het jeugdsanctierecht van Oostenrijk, Duitsland, Finland en Polen. Bemiddeling wordt in deze landen ingezet door de procureur of jeugdrechter om jongeren uit het klassieke systeem van opsluiting en andere maatregelen te houden. In ons land heeft het Vlaams parlement op het einde van de vorige zittingsperiode aanbevolen bemiddeling bij dossiers met minderjarige delinquenten te veralgemenen. Dit jaar werd hiervoor ongeveer 20 miljoen uitgetrokken en dat bedrag wordt in de toekomst nog opgetrokken zodat in elk arrondissement dossiers naar slachtoffer-dader bemiddeling kunnen worden doorverwezen. Bemiddeling in dossiers met meerderjarige daders wordt in Frankrijk, Finland, Polen, Duitsland, Oostenrijk en ook in ons land wettelijk voorzien in het strafwetboek. In de meeste van deze landen verwijst de procureur de dossiers door naar bemiddeling, en volgt hij op of er een overeenkomst bereikt wordt. Indien dat het geval is, bekrachtigt de procureur deze meestal en beschouwt hij de zaak als afgehandeld. In het andere geval, beslist hij alsnog zelf over sancties of maatregelen. Voor niet al te ernstige misdrijven bestaat er in ons land sinds 1994 het systeem van 'strafbemiddeling', waarbij justitieassistenten in de parketten trachten te bemiddelen tussen slachtoffer en dader. Indien de dader de afspraken nakomt, vervalt de strafvordering. Strafbemiddeling is echter hoofdzakelijk op de dader gericht en biedt zeer weinig ruimte voor 'zuivere' bemiddeling. Met zwaardere delicten, tot en met gewapende overvallen en zedenfeiten, wordt in ons land sinds 1993 gewerkt in het kader van 'herstelbemiddeling'. Aanvankelijk een Leuvens project, wordt herstelbemiddeling nu stapsgewijs uitgebreid naar andere arrondissementen. Dit wordt mogelijk gemaakt via de zogenaamde nationale proefprojecten van justitie, waardoor voor herstelbemiddeling in 1999 ruim 15 miljoen werd vrijgemaakt. Ten slotte bestaan er bij ons op loitieniveau in een aantal steden projecten voor 'schadebemiddeling'. Deze richten zich hoofdzakelijk op de regeling van de materiële schade bij lichte misdrijven. Deze projecten worden gefinancierd in het kader van het Globaal Plan. Bemiddeling kan wettelijk geregeld worden door een autonome, algemene 'bemiddelingswet' die van toepassing is op minderjarige en meerderjarige daders en op de diverse soorten misdrijven. Op dit moment bestaat zo'n wettelijk systeem enkel in Noorwegen". Bemiddelingspraktijken zitten internationaal duidelijk in de lift. Op de vergadering van het comité van ministers van de Raad van Europa van 15 september werd aanbeveling R(99)19 goedgekeurd die bemiddeling promoot als een "flexibele, alomvattende probleemoplossing en een participatiemodel dat een aanvulling of alternatief kan vormen op traditionele, justitiële procedures". De aanbeveling erkent "het legitieme belang van slachtoffers om een sterkere stem te krijgen in de respons op het misdrijf, om met de dader hieromtrent te communiceren en om compensatie of herstel te bekomen". Wat de daders betreft, benadrukt de aanbeveling "het belang om hun verantwoordelijksheidsgevoel tegenover slachtoffers te stimuleren, wat hun reïntegratie en rehabilitatie ten goede kan komen, en het belang om hen praktische mogelijkheden aan te reiken om het door hen begane onrecht te herstellen." De aanbeveling vraagt aan de lidstaten om bij strafdossiers in alle fasen van het gerechtelijk dossier bemiddeling ter beschikking te stellen en om bemiddelingsdiensten de nodige autonomie te geven binnen justitie. Opmerkelijk is ook dat de aanbeveling bemiddeling niet beperkt tot bepaalde categorieën of graden van misdrijven. Ivo Aertsen: "De verwachtingen zijn hooggespannen maar het is in deze fase van immens belang om de doelstellingen van bemiddeling heel duidelijk te formuleren. Het eerste en belangrijkste doel van bemiddeling is mijns inziens een oplossing of herstelregeling voor conflicten of misdrijven te vinden waaraan dader en slachtoffer, en eventueel hun directe omgeving, actief kunnen participeren en die door beide partijen als fair wordt beschouwd. Zodra een vorm van authentieke communicatie tot stand komt, kunnen we spreken van succes. Succes en de financiering van bemiddelingsdiensten moeten niet in de eerste plaats afhankelijk gemaakt worden van mogelijke andere doelstellingen, zoals een alternatief bieden voor de gevangenisstraf of recidive voorkomen. De kern blijft het slachtoffer en de dader betrekken bij een oplossing voor de feiten, en dat is een heel andere benadering dan we tot nu toe gewoon zijn."Ria Goris